Rundveehouderij

Achtergrond 1650 x bekeken

Melkproces weer centraal in melkstal

In de moderne melkstal staat melken weer centraal. De tijd van zoveel mogelijk toeters en bellen aan een melkssyteem is voorbij. Management gebeurt meer en meer buiten de stal.

Het lijkt nog maar kort geleden dat het automatische melksysteem (AMS) is geïntroduceerd. Toch verkoopt Delaval momenteel meer van deze volledig geautomatiseerde melkssystemen dan traditionele melkstallen. Chris Vanwinsen en Bertus-Rinse Bakker, beiden werkzaam bij de Zweedse leverancier van melkapparatuur, schatten dat op het moment ongeveer 60 procent van de Delaval-klanten kiest voor automatisch melken. Dit percentage lijkt zich te stabiliseren. Delaval ziet beide systemen ook in de toekomst naast elkaar bestaan.

De introductie van de melkrobots in de jaren 90 zorgde voor een ware revolutie. Hoewel leveranciers niet bij alle melkveehouders de handen op elkaar kregen, nam de verkoop een grote vlucht. De eerste melkrobot werd al begin jaren 80 gepresenteerd in Oenkerk. Al met al duurde het ongeveer tien jaar voordat de melkrobot commercieel een succes werd. Uit cijfers van de Stichting Kwaliteitszorg Onderhoud Melkinstallaties blijkt dat nu 2.464 AMS-systemen in Nederland in gebruik zijn.

Ondanks de trage start gaat het om een bijzondere ontwikkeling in de melkveehouderij. Vooral Nederlandse melkveehouders geven het melkproces niet graag uit handen. ”In een land als Frankrijk vind je bijvoorbeeld vaak de echtgenote in de melkstal, dat is in Nederland veel minder het geval”, vertelt Vanwinsen. Ook in Amerika is het melkproces in veel gevallen uitbesteed aan personeel. ”De melkers hoeven daar alleen nog maar op de startknop te drukken.”

Hoewel de grootste melkveebedrijven in Nederland eerder kiezen voor een parallel- of draaistal bevinden zich in het buitenland een aantal grote melkveebedrijven die werken met melkrobots. Zo bevindt zich in de Verenigde Staten een melkveebedrijf met twintig VMS melkrobots, en in Rusland zelfs een bedrijf met 32 VMS’sen. Of het gebruik van melkrobots bij deze schaalgrootte een succes is, moet volgens Vanwinsen de toekomst uitwijzen. Onlangs introduceerde Delaval de eerste melkrobot geschikt voor een draaistal. Het systeem wordt getest in Australië en Zweden. Duidelijk is dat de Nederlandse schaalgrootte zich uitstekend leent voor de huidige melkrobots met een capaciteit van rond de zeventig melkkoeien per box.

Wat betreft de impact op de sector is de opkomst van de melkrobots, volgens Vanwinsen en Bakker, vergelijkbaar met de introductie van de loopstallen in de jaren 70. Het was revolutionair dat de koeien in loopstallen voortaan naar de boer toe kwamen om gemolken te worden, in de plaats van andersom. De melkstal werd het hart van het bedrijf. Nu zorgt de melkrobot voor een nieuwe revolutie. De koeien komen niet meer naar de veehouder, maar naar de melkrobot.

Veel veehouders die nog niet beschikken over een AMS-systeem brengen jaarlijks meer dan duizend uur in de melkstal door. Traditionele melksystemen werden daarom uitgerust met steeds meer mogelijkheden, waardoor het bedrijfsmanagement zich naar de melkput verplaatste. Door de over het algemeen beperkte omvang van de veestapel was dit lange tijd geen probleem. Het laatste decennium is te zien dat deze trend zich heeft gekeerd. Schaalvergroting en de opkomst van AMS-systemen zorgen ervoor dat het management zich verplaatst van melkput naar kantoor en de seperatieruimtes.

”Een veehouder wil alleen nog kunnen beschikken over melkgerelateerde informatie in zijn melkput”, vertelt Bakker. ”Capaciteit en comfort staan bij de bouw van een nieuwe melkstal voorop.” Dat het management zich verplaatst van de melkput naar kantoor heeft, vooral nu veel bedrijven fors groeien, een groot voordeel. Het wordt voor melkveehouders makkelijker om het melken uit te besteden. Ook in Nederland zal volgens Vanwinsen steeds vaker gebruik gemaakt worden van vreemde arbeid.

Nederland loopt volgens Delaval al dertig tot veertig jaar voorop wat betreft automatisering van het melkveebedrijf. ”Denk aan krachtvoerboxen, melkmeters en automatische melksystemen”, aldus Vanwinsen. Gezien de randvoorwaarden is het in Nederland belangrijk om efficiënt te produceren. ”Denk alleen al aan de relatief hoge arbeidskosten en dure grond.” Wel merkt hij op dat de Duitsers en Fransen de laatste jaren bezig zijn met een grote inhaalslag op het gebied van automatisch melken.

De maximale arbeidsefficiëntie in een melkstal is volgens Vanwinsen en Bakker op het moment te halen in een draaistal. Ook grote swingover-stallen maken bij een bepaalde groep veehouders opgang met capaciteiten van 130 tot 140 melkkoeien per uur in een 2 x 24 swingover. Inmiddels is een 2 x 10 of 2 x 12 parallelstal volgens Delaval in Nederland de meest courante grootte. Het bedrijf signaleert een afnemende vraag naar de 30 graden visgraatstal. Toegang tot de uier tussen de achterbenen van de koe door werkt volgens veel veehouders prettiger.

Wat betreft de bouw van een nieuwe stal hoef je volgens Delaval de Nederlandse melkveehouders weinig meer uit te leggen. Veehouders weten precies hoe ze de stal in willen delen. Niet alleen de wijze waarop de koeien worden gemolken, maar ook de aan- en afvoerlijnen naar de melkstal krijgen veel aandacht. ”Melkveehouders zijn vaak al toe aan hun tweede of zelfs derde melk stal.” Wat de medewerkers van Delaval opvalt, is dat nu verder vooruit wordt gekeken dan tien jaar geleden. ”Er worden grote stappen gezet en veehouders denken meer op lange termijn met een verdubbeling van de veestapel in gedachten.”

Delaval doet goede zaken in landen als China en India. Belangrijke groeimarkten zijn Azië en Zuid-Amerika. Dat neemt niet weg dat Nederland nog steeds een belangrijke markt is. ”Wat betreft de Benelux hadden we in 2008 een topjaar”, legt Vanwinsen uit. ”We waren goed voor 10 procent van de wereldomzet van Delaval. Dat is nu gedaald naar iets minder dan 8 procent. Wat betreft de omzet per koe zijn Nederland en Denemarken nog steeds koplopers.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.