Rundveehouderij

Achtergrond 264 x bekeken

Vleesvee hoog en droog

Biologisch vleesveehouder Henk Menkveld voert zijn Schotse Hooglanders en een koppel pony’s om de twee dagen bij. De dieren lopen langs de IJssel bij Fortmond. Echt last van het hoge water hebben ze niet, maar een oogje in het zeil is nu wel raadzaam.

Bijvoeren is nu zeker wel essentieel om de dieren in goede conditie te houden?
“Ik voer de de Hooglanders en pony’s om de twee dagen bij van balen natuurgras die ik al langer geleden heb neergelegd op het hoge punt bij een oude steenfabriek, waar ze nu zijn. Negentig procent van het gebied dat de dieren tot hun beschikking hebben staat nu onder water. Maar ze komen deze periode verder prima door.”

Zijn het uw eigen Hooglanders?
“Ik heb de dieren overgenomen van Staatsbosbeheer, dat hier gronden heeft langs de IJssel. Ik voer als ZZP’er het terreinbeheer op 20 hectare grond uit met deze dieren. Daarnaast ben ik toezichthouder, of weiwaarder, zoals dat heet, voor andere terreinen van Staatsbosbeheer langs de rivier. Dat heeft echter alleen betrekking op de seizoensbeweiding door andere boeren van uiterwaarden in eigendom van Staatsbosbeheer verderop langs de IJssel. Dat is om te voorkomen dat alles bebost raakt. Elders bij Olst heb ik nog 30 hectare biologische akkerbouw.”

Boeren hebben nogal eens kritiek op natuurorganisaties dat die hun dieren te laat weghalen uit de uiterwaarden en ze slecht verzorgen. Hoe ziet u dat?
“Het ligt eraan hoe je er naar kijkt. De dieren die in natuurterreinen lopen zijn geen melkkoeien. Ze vragen een andere verzorging, maar er wordt wel goed voor hen gezorgd.”

Uw dieren hebben het goed?
“Ik kom er regelmatig kijken en voer ze iets bij. Het gaat om 36 Hooglanders en 25 Shetland-pony’s. De Hooglanderkudde neemt jaarlijks met zo’n tien dieren toe. Daarvan slacht ik er vier of vijf keer per jaar twee stuks. Het vlees daarvan verkoop ik als vleespakketten.”

Daar leeft u van?
“Ik heb ook zo’n 30 hectare biologische akkerbouw: graan, zaaizaad en korrelmais voor een biologische geitenhouder. De korrelmais verbouw ik op de huiskavel. De overige 20 hectare pacht ik van Staatsbosbeheer en die heeft liever geen mais op zijn land. Ik teel vooral granen omdat je als biologische akkerbouwer niet al te moeilijke dingen moet doen, vind ik. Van de 20 hectare grasland ontvang ik nog een beheersvergoeding. Ik kies bewust voor biologische bedrijfsvoering omdat ik vind dat alles veel te intensief is geworden. Bovendien kun je uit een duurzame bedrijfsvoering veel meer halen dan mensen vaak denken.”

Of registreer je om te kunnen reageren.