Rundveehouderij

Achtergrond 152 x bekeken 1 reactie

Schenk: grootschalige melkveebedrijven niet vanzelfsprekend

Er moet een eenvoudiger vergunningentraject komen voor de bouw van het merendeel van nieuwe melkveestallen. LTO-vakgroepvoorzitter Siem-jan Schenk is bang dat toenemende bureaucratie de ontwikkeling van de sector te veel gaat afremmen.

Het afgelopen jaar is voor de Nederlandse melkveehouders een stuk beter verlopen dan het jaar daarvoor. Een betere melkprijs heeft de rust in de sector enigszins doen terugkeren, maar dat betekent zeker niet dat de sector in rustig vaarwater terecht is gekomen. De ontwikkelingen volgen elkaar nog steeds in rap tempo op. De LTO-vakgroep melkveehouderij komt in februari met een update van haar toekomstvisie.

“In Nederland is er misschien wel ruimte voor grootschalige melkveehouderij, maar dit is zeker niet vanzelfsprekend”, aldus Siem-jan Schenk, voorzitter van de LTO-vakgroep melkveehouderij. Hij sluit grootschalige melkveebedrijven niet uit maar vreest dat de maatschappelijke weerstand tegen dit soort bedrijven de ontwikkeling van de sector als geheel gaat hinderen. Het vergunningentraject voor de bouw van significant grotere melkveebedrijven blijkt een ingewikkelde weg.

”We zien momenteel veel plannen voor de bouw van melkveestallen voor 100 tot 250 koeien”, zegt Schenk. ” Dit soort stallen past goed in het Nederlandse plaatje en wekken minder weerstand op dan de bouw van stallen voor bijvoorbeeld zevenhonderd koeien.” Het zou volgens LTO daarom goed zijn bij de vergunningaanvraag onderscheid te maken. ”Voor je het weet moet iedereen de procedures doorlopen voor de aanvraag van een stal voor zevenhonderd koeien. Definieer daarom een groep bedrijven die eenvoudig aan de benodigde vergunningen kunnen komen”, aldus Schenk.

Als voorbeeld geeft hij de wijze waarop een milieuvergunning kan worden aangevraagd. ”Voor bedrijven tot tweehonderd melkkoeien bestaat er alleen een meldplicht.” Volgens de voorman zou het goed zijn als 95 procent van de vergunningaanvragen via een eenvoudige procedure zou verlopen. ”We moeten oppassen dat de sector niet dichtgeregeld wordt zoals bij de intensieve veehouderij. De discussie over megastallen, een begrip dat aan inflatie onderhevig is, gaat daarom iedereen aan.”

Verdere schaalvergroting in de melkveehouderij hangt nauw samen met de teruggang van het aantal bedrijven dat nog weidegang toepast. De LTO-vakgroep melkveehouderij vindt dat weidegang een essentieel onderdeel is van de sector. ”Veel melkveehouders vragen zich af of weidegang met dierwelzijn te maken heeft”, legt Schenk uit. Hoewel er volgens hem technische oplossingen zijn om het dierwelzijn van koeien ook binnen te garanderen, is deze denkwijze een valkuil voor de sector. ”We zijn als melkveehouders niet goed in emotie en vaak te rationeel in ons denken. De consument neemt hier geen genoegen mee.”

De huidige initiatieven om weidegang te promoten sorteren volgens Schenk niet genoeg resultaat richting 2015. Het is volgens hem zowel voor de kleinere als grote melkveebedrijven van belang dat een meerderheid van de koeien in de wei blijft staan. ”We moeten zorgen dat we het natuurlijke karakter van de sector behouden. Maatschappelijk organisaties worden soms om hun kritiek verguisd, maar zijn vaak voorlopers van de vraag uit de markt.”

De oplossing moet volgens Schenk worden gezocht in de markt. ”De maatschappij stelt bepaalde voorwaarden waar een vergoeding tegenover moet staan.” Verschillende melkstromen kunnen aan deze eisen tegemoet komen. De wijze van produceren is volgens hem een wezenlijk onderdeel van productdifferentiatie, en dus het creëren van meerwaarde. Maak maar een cent verschil, is zijn boodschap aan zuivelondernemingen.

De vakgroepvoorzitter is blij met het feit dat staatssecretaris Henk Bleker de verantwoording inzake het mestprobleem bij de agrarische sector heeft gelegd. ”Duidelijk is dat wij als LTO na 2013 geen fosfaat- of dierrechten willen, maar dat betekent dat we het onszelf niet gemakkelijk maken”, aldus de liberaal ingestelde Schenk. ”Het leggen van de verantwoording bij het bedrijfsleven is volgens mij de enige weg.” Goed voorbeeld is volgens hem de auto-industrie. ”Er zijn in Nederland meer auto’s bijgekomen terwijl de co2-uitstoot is afgenomen.”

De agrarische sector heeft beloofd de fosfaatuitstoot dit jaar terug te brengen tot het niveau van 2002. Schenk denkt dat het mogelijk is om dit jaar aan de fosfaateis te voldoen, maar voor een structurele oplossing is volgens hem meer tijd nodig. Het scheiden van mest staat hierbij centraal. Mest is na het verdwijnen van het quotum en de dierrechten de beperkende factor voor verdere groei van de sector.

Schenk noemt verschillende initiatieven die zijn genomen om de fosfaatuitstoot te beperken. Zo zijn er afspraken gemaakt met de voerindustrie om het fosfaatgehalte in het mengvoer te verlagen. Daarnaast beschikken veehouders zelf over het instrument bedrijfsspecifiek excretie om hun fosfaatuitstoot te beperken. Als laatste noemt hij mestverwerking. ”Doel hiervan is om de bestaande mineralen beter te benutten en minder afhankelijk te worden van kunstmest”, aldus Schenk. Volgens hem blijft het een vreemde situatie dat melkveehouders kunstmest moeten aankopen terwijl er ruwe mest moet worden afgezet. ”Mest is veel te waardevol om er geld achteraan te brengen. Ik geloof erin dat we vanuit het mestperspectief de introductie van nieuwe dierrechten kunnen tegenhouden. De techniek om dit mogelijk te maken moet er gewoon komen. Uiteindelijk hebben alle boeren belang bij minder druk op de mestmarkt.”

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Schenk heeft het aantal auto's iets te maken met de totale CO2 uitstoot? Ik denk het niet, er zijn heel veel andere activiteiten die CO2 uitstoten en bij veel van deze activiteiten is CO2 afvangen mogelijk.
    Als je alleen een eenvoudige bouw en milieu aanvraag wilt voor stallen zeg tot 200 dieren dan is het simpel om bij meer dieren iedere keer een stal er naast te zetten zonder ooit in conflict te komen met zwaardere eisen m.b.t. vergunning verlening. Voor mij blijft rechtop staan; "Levert bedrijfsvergroting voldoende op om te verwachten de prijsdaling op termijn op te vangen? Prijsdaling kan ook gelezen worden als minder prijsstijging, dan kosten stijging zou vereisen. Tot nu toe heeft de meer productie, de kosten stijging niet goed gemaakt als we niet beschikt hadden over Brusselse subsidie via opkoop en ha steun bedragen. Deze laatste waren bedoeld om de graanprijsdaling te compenseren en niet om de veevoeder (snijmais en eigen graan) productie te ondersteunen.

Of registreer je om te kunnen reageren.