Rundveehouderij

Achtergrond 206 x bekeken 1 reactie

Liquiditeitsproblemen bij 5 procent melkveebedrijven

Ondanks de gestegen melkprijs heeft 5 procent van de Nederlandse melkveehouders in 2010 problemen wat betreft de liquiditeit. Dat blijkt uit cijfers van het landbouweconomisch instituut LEI.

De liquiditeitspositie van de Nederlandse melkveehouders is in 2010 flink verbeterd. Mede door de hogere melkprijs verdubbelde het aantal bedrijven waar de ontvangsten hoger zijn dan de uitgaven tot 40 procent. Toch bevindt 5 procent van de melkveehouders zich nog in grote financiële problemen. Dat meldt het landbouweconomisch instituut LEI in haar Agrimonitor.

Met behulp van het Financieel-Economisch Simulatiemodel van het LEI is berekend hoever individuele bedrijven uit het Informatienet in 2009 en 2010 te maken hadden met liquiditeitsproblemen. Het model simuleert de netto kasstroom voor 2010 op basis van de opbrengsten- en kostenmutaties ten opzichte van 2009.

Het aantal bedrijven waar volgens het LEI ingrijpende maatregelen nodig zijn om aan hun betalingsverplichtingen te kunnen voldoen, is zoals verwacht flink gedaald. Het gaat om een daling van een kwart in 2009 tot 5 procent in 2010. Opvallend is dat in 2009, ondanks de lage melkprijs, bij één op de vijf melkveebedrijven de nettokasstroom toch nog positief bleef. De melkveebedrijven die in 2010 met liquiditeitsproblemen kampen hebben vooral relatief hoge uitgaven. Deels zijn die volgens het LEI een gevolg van de keuzes die in 2009 zijn gemaakt om de tekorten op te vangen, want de kortlopende schulden zijn met ruim 110.000 euro volgens het instituut zeer hoog.

Een deel (15 procent) van de veehouders met liquiditeitsproblemen kan dat opvangen vanuit eigen liquide middelen. Ongeveer 40 procent zou daar in 2010 niet genoeg aan hebben, maar had wel mogelijkheden om via uitstel van aflossingen uit al te grote problemen te blijven. Bij 5 procent is van de bedrijven is de situatie zo ernstig dat ingrijpendere maatregelen nodig zijn om aan de betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Die maatregelen kunnen volgens het LEI bestaan uit extra kredieten, sterke beperking van privé-uitgaven, het genereren van meer inkomsten buiten bedrijf, besparing op kosten of zelfs de verkoop van bedrijfsonderdelen. Van de bedrijven kon 5 procent niet meer dan 5 procent van de uitgaven zonder aanpassingen financieren. De groep melkveebedrijven die in 2010 een netto positieve kasstroom scoort, heeft juist een zeer gunstige schuldpositie.

De melkprijs komt naar verwachting van het LEI in 2010 gemiddeld uit op €35,50 per 100 kilo. Dat is 22 procent hoger dan in 2009. Reden voor de stijging is een toename van de uitvoer tegen hogere prijzen. De totale uitvoerwaarde van melk en zuivelproducten wordt tot en met augustus 2010 voor bijna de helft bepaald door kaas. Hiervan is de uitvoerwaarde met 10 procent toegenomen. De uitvoerwaarde van boter en mageremelkpoeder herstelde zich fors met respectievelijk 50 en 60 procent. Samen zijn deze twee producten goed voor 25 procent van de totale uitvoer.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    veel boeren kunnen de achterstand van de lage melkprijs maar moeilijk weer te boven komen,zitten ook met smart op de toeslagrechten te wachten

Of registreer je om te kunnen reageren.