Rundveehouderij

Achtergrond 271 x bekeken laatste update:27 mei 2015

Sneller meer melk door aankoop vaarzen

Melkveehouder Henk Vruwink wil snel meer melken. Om dat te bereiken koopt hij vaarzen aan, want dat rendeert beter dan de eigen jongveeopfok.

Een van de oudere stallen van maatschap Vruwink staat binnen 50 meter van de erfgrens met de buren. "We mogen om die reden in die stal geen vrouwelijk vee houden van de provincie Overijssel. Dat is een van de redenen dat we zijn afgestapt van eigen jongveeopfok", vertelt Henk Vruwink.

Liever uitbreiding melkvee
Vanwege de intensieve bedrijfvoering koerst de maatschap liever op uitbreiding met melkvee en het afstoten van de jongveeopfok. De ligboxenstal is in 2009 uitgebreid met 75 ligplaatsen. Nu is er ruimte voor 130 melkkoeien.

Opfokken niet rendabel
"Bij uitbreiding van de melkveestapel is jongvee opfokken voor ons intensieve bedrijf niet rendabel. De extra kosten van voeraankoop en mestafzet zijn dan te hoog. Daarom heeft de bouw van een nieuwe jongveestal geen zin", stelt Henk, die samen met zijn vrouw Mini en zoon Thijs heeft geconcludeerd dat het kopen van vaarzen bedrijfsstrategisch en financieel de beste optie is.

Jaarlijks zo'n 30 vaarzen

Sinds een jaar fokken ze bijna geen eigen jongvee meer op. "We laten het vee grotendeels insemineren met Belgisch Witblauw, om een goede prijs te beuren voor de nuka's", zegt opvolger Thijs, die naast het werk thuis in het seizoen uren draait voor een loonwerkbedrijf. De Vruwinks kopen al vanaf 1983 jongvee, omdat het bedrijf altijd krap in het jongvee zat. Nu ze zelf bijna geen jongvee meer opfokt, gaat het jaarlijks om aankoop van circa dertig vaarzen voor veevervanging en uitbreiding van de veestapel.

Vertrouwen in goed fokmateriaal

Johan Bergsma, veehandelaar in Nijensleek (Dr.), leverde al 25 vaarzen aan Vruwink. De maatschap koopt daarnaast van anderen, zoals Henk Blikman in Ruurlo (Gld.) of Jos Knoef in Geesteren (Ov). De vaarzen (80 procent) of tweedekalfs koeien komen veelal uit Nederland. Sommige koopt Bergsma in Duitsland. De levering van vaarzen stoelt op goed vertrouwen. "We kijken naar fokkerijgegevens noch afstamming. We kennen Bergsma tien jaar en vertrouwen dat hij ons goed materiaal levert."

 

Hoge diergezondheidsstatus

Wat Vruwink belangrijk vindt aan een vaars, zijn veel inhoud, goed beenwerk en een goede uier. Andere voorwaarden zijn diergezondheidstatus, dat het vee gewend is aan een ligboxenstal en dat het hoornloos is. Het Overijsselse melkveebedrijf is vrij van leptospirose, heeft de para-tbc-status A en is salmonella-onverdacht. "Sinds tien jaar enten we tegen BVD om te zorgen dat de weerstand van het vee op peil blijft", zegt Thijs.

Bij de koeien die Bergsma uit Duitsland haalt, zijn certificaten die aangeven dat de dieren vrij zijn van BVD, IBR en leptospirose. Desondanks is Vruwink verplicht de dieren via bloedtappen te laten controleren op leptospirose en para-tbc. Onder andere omdat er in Duitsland geen verplichte leptospirosebestrijding is. "Het zijn extra kosten. Al met al geloven wij dat het voordeliger is vaarzen te kopen in plaats van zelf op te fokken."

 

Vaarzen snel en relatief goedkoop in productie

"Met instroom van vaarzen kunnen we de melkproductie veel sneller verhogen dan met eigen jongveeopfok", zegt Thijs. "Dat is een groot voordeel." Vaarzen kosten tussen € 1.500 en € 2.000. Volgens de Vruwinks kost de eigen opfok minstens zo veel. "Tenminste als je alles telt aan arbeid, aankoop van melkpoeder en voer, kosten van mestafzet, et cetera. Daar moet je de gemiste melkopbrengsten nog bij optellen in al die maanden dat een pink voerkosten maakt en geen melk levert, terwijl een drachtige vaars snel na aankomst melk produceert."

Het uitbesteden van de jongveeopfok is ook een optie, maar bleek lastig vanwege het ontbreken van opfokbedrijven in de buurt. "Je hebt dan ook nog wel eens een pink die het niet wil doen. Tot dusver hebben we met aankoop van vaarzen altijd goede dieren gehad die voldoen aan onze wensen", zegt Henk.

 

Meer krachtvoer, minder ruwvoer

Om in de voerbehoefte te voorzien, kocht Vruwink jaarlijks 7 tot 10 hectare snijmais via een lokale loonwerker. Grond kopen voor € 60.000 tot € 70.000 per hectare kan volgens de maatschap niet uit. "We zitten hier op lichte zandgrond, waardoor we geen top ruwvoeropbrengsten kunnen halen. Met de huidige mestwetgeving is het lastig om die ruwvoerproductie te verhogen. Ook loopt het eiwitgehalte van gras terug."

Om met minder ruwvoer toe te kunnen, is het rantsoen vanaf december 2014 gewijzigd. Op een te hoog aandeel gras ging de conditie van het melkvee te veel achteruit. Het melkveebedrijf wisselde van voerleverancier en sindsdien is het krachtvoeraandeel verhoogd met een maximale gift van 20 kilo brok plus 1 kilo eiwit per koe per dag. "Het gras- en maisaandeel hebben we met 50 procent verlaagd", vertelt Thijs.

"De hogere ruwvoerkosten worden gecompenseerd door 50 procent minder maisaankoop, door een goede melkproductie, hoge gehaltes en lagere diergezondheidskosten."

Of registreer je om te kunnen reageren.