Rundveehouderij

Achtergrond 840 x bekeken

'Met basiskaas is eigenlijk geen winst te maken'

FrieslandCampina zet voor de tweede keer in twee jaar rigoureus het mes in de business groep Cheese & Butter. Doel is kostenbesparing. Winstgevendheid zou mooi zijn, maar directeur Piet Hilarides rekent er nog niet op. Dat komt deels door de uitbetalingssystematiek van de coöperatie en deels door het commodity karakter van de productgroep.

De divisie kaas en boter van FrieslandCampina schreef in 2009 dieprode cijfers. In 2009 nam het bedrijfsresultaat met 21 miljoen euro af tot min 98 miljoen euro. Dat is inclusief een reservering van 26 miljoen euro voor voorgenomen bedrijfssluitingen in Nederland en België in 2010 en 2011.
Ook in 2008 was het bedrijfsresultaat negatief, min 77 miljoen euro.

Van alle melk die FrieslandCampina verwerkt, gaat 40 tot 50 procent in de kaasbak. Met een productie van 460.000 tot 500.000 ton kaas en 140.000 tot 150.000 ton boter zijn de kaas- en boteractiviteiten volumematig, maar ook qua aandeel in de melkprijs, zeer relevant. Waarom is het zo moeilijk om die business groep winstgevend te krijgen?

Piet Hilarides, directeur van de business group kaas en boter, legt het uit. ”De business groep is inderdaad verliesgevend ten opzichte van de garantieprijs die we uitbetalen. De garantieprijs reflecteert de uitbetaalde melkprijzen door coöperaties op basis van de verwerking van ruim 45 miljard kilo melk in Nederland, Duitsland, België en Denemarken. De garantieprijs, maar ook de uitkering van de prestatietoeslag en de reserveringen op naam, op basis van de totale winst van FrieslandCampina, worden toegerekend aan de kilo’s ledenmelk. Die drukt zo dus vooral op het resultaat van de business groep kaas en boter. Dus ook over de liters melk die in de basiskaas gaan. Maar bij basiskaas realiseren we de garantieprijs niet in de afzet.”

De garantieprijs wordt wel ruimschoots gerealiseerd bij de merkkazen (Frico, Milner, Slankie, Noord-Hollandse kazen), de zuiveldranken en de babyvoeding. Die segmenten zorgen voor het resultaat van de onderneming, en daarop gaat FrieslandCampina dit decennium nadrukkelijk inzetten.
In een ideale situatie zou FrieslandCampina zoveel merkkaas verkopen dat de totale business groep winstgevend zou zijn. ”Maar je kunt niet zomaar meer melk verwerken tot merkkazen, want dan worden dat ook bulkproducten”, aldus Hilarides. Het ’opwaarderen’ van de bulkkaas biedt ook niet direct soulaas, omdat de markt nu eenmaal vraagt om goedkope, merkloze basiskaas en er altijd leveranciers zullen zijn die die kaas ook leveren. ”We maken voor de natuurkazen wel gebruik van de beschermde namen Gouda Holland en Edam Holland, om ons te onderscheiden van buitenlandse basiskaas.”

Met basiskaas is dus eigenlijk binnen de melkprijssystematiek van FrieslandCampina geen winst te maken in de zin van ’resultaat boven de garantieprijs’. Het doel is vooral met behoud van kwaliteit efficiënt produceren tegen de laagste kostprijs. FrieslandCampina heeft daarom afgelopen november opnieuw een reorganisatie aangekondigd. De kaasfabriek in Varsseveld en het veredelings- en verpakkingsbedrijf in Leerbroek gaan dicht, de capaciteit van de kaasfabriek in Workum verdubbelt. Ook in Gerkesklooster, Marum, Leerdam en Balkbrug wordt geïnvesteerd in de capaciteit. FrieslandCampina heeft nu zes locaties voor basiskaas, twee voor merkkazen en twee gemengde kaasfabrieken. De productie van een aantal speciale kaasjes (minder dan een half procent van het kaasvolume) wordt uitbesteed aan Rouveen. Of de zuivelonderneming daarmee uitgereorganiseerd is, zal elk jaar opnieuw worden bekeken.

Merkkazen

FrieslandCampina streeft naar uitbreiding van de merkkazenafzet. Vooral met Frico en Milner moet het volume groeien. Het merk Milner geldt als een gezonde, lichte kaas met een lekkere volle smaak. Nederland, België Griekenland en Spanje zijn de belangrijkste markten.
Frico kaas – net als de Noord-Hollandse kaas vooral bedoeld voor de levensgenieters – wordt eigenlijk vooral buiten Nederland afgezet, in landen als Duitsland, Rusland, Noord- en Zuid-Amerika, Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

De Noord-Hollandse kazen doen het goed in Nederland, Duitsland en België. De kaas van het merk Slankie is een typisch Nederlands product, aldus Hilarides.

Het concern mikt met de merkkazen vooral op de Europese markt, omdat daar al een kaascultuur bestaat. Ook in Rusland, het Midden-Oosten en Noord-Afrika wordt redelijk kaas gegeten. Azië is niet echt een kaascontinent. Daar wordt kaas eigenlijk alleen toegepast in warme bereidingen van (Westerse) producten als pizza’s, tosti’s en hamburgers.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.