Rundveehouderij

Achtergrond 275 x bekeken

‘Ik probeer de stier te imiteren’

Aan een tientje extra voor een rietje ga je heus niet ten onder, Maar met consequent veel proefstieren bespaar je makkelijk €2.000 per jaar, betoogt Hans van bergen.

De voorschotmelkopbrengst voor oktober voor ons bedrijf verwacht ik op 43 cent, mede door het eiwitgehalte van 3,75 procent. Zulke hoge prijzen komen niet zo vaak voor. Twee jaar geleden, maar ook in de jaren tachtig na de invoering van de superheffing en in de droge zomer van 1976, ontvingen we dit soort bedragen. In die tijd kocht je echter voor €10.000 nog een nieuwe trekker, nu kost een versnellingsbak dat al. De kosten blijven jaarlijks stijgen. Extra mestopslag, extra mestafvoer, aanpassingen erf en kuilopslag voor het waterschap, welzijns- en ammoniak-eisen. Er lijkt geen einde aan te komen. Als je dan ook niet regelmatig met de stofkam door je kosten gaat en zaken schrapt die niet strikt noodzakelijk zijn, komt er automatisch een einde aan je bedrijf. Ook op fokkerijkosten bezuinig ik zo veel mogelijk. Aan een tientje extra voor een rietje ga je heus niet ten onder. Maar als je consequent zoveel mogelijk proefstieren gebruikt, bespaar je makkelijk €2.000 per jaar op een gemiddeld bedrijf.

Ik gebruik roodbont Holstein-stieren en Brown Swiss. De Holsteins zijn bijna allemaal proefstieren. Het belangrijkste doel van een inseminatie is een dracht genereren en in een proefstierrietje zitten 20 miljoen spermacellen en in een fokstierrietje hooguit 5 miljoen. Tenminste, bij de populaire stieren. Het gebruiken van jonge stieren komt op mijn bedrijf de vruchtbaarheid nogal ten goede.

Doordat de rietjes goedkoop zijn, insemineer ik makkelijk, ook bij twijfel. Ik probeer zoveel mogelijk een stier te imiteren. Die voert ook bij twijfel een dekking uit. Zo probeer ik nog meer dieren drachtig te krijgen. Als ik aanvoel dat ik vroeg ben, insemineer ik later nog een keer. Dat doe ik liever dan wachten. Als je te laat bent, kun je niet meer corrigeren, bij te vroeg zijn dus wel. Het bespaart ook arbeid: doordat de koeien makkelijker drachtig raken, hoef je er minder vaak met een rietje naar toe.

Ook vind ik het moeilijk om op een stierenkaart te vinden wat ik nodig heb. Bij jonge stieren ligt dat alles nog wat meer open, dus hoef ik niet zo lang naar alle cijfertjes te kijken. Holsteiners komen op dieren die voldoende breedte hebben, die geen beenproblemen hebben of uiercorrectie behoeven. Verder heb ik geen speciaal doel. Ik hoef geen wedstrijd te winnen, niet bovenaan een lijstje te komen. De proefstierdochters kunnen hieraan voldoen. De proefstieren worden geselecteerd op eiwit, benen en met name afstamming. Ik kijk wel naar de moederlijn, maar kijk vooral naar de rij vaders die ervoor zit. Daar zie ik het liefst degelijke stieren zonder al te grote fouten. Daarbij kijk ik zo diep mogelijk. We hebben hier witrugkoeien waarbij de aftekening tien generaties diep wegkomt. Zo lang kunnen eigenschappen dus meegevoerd worden. Zit er bijvoorbeeld Tulip-bloed in, dan moet dat ingebed zitten in stieren die goede benen en klauwen vererven. Sowieso zie ik het liefst zo min mogelijk Enhancer-bloed.

Bij de nieuwe genomics-methode van CRV is ook de moederinformatie weggehaald. Tot voor kort kon een veehouder de merkerinformatie nog oppoetsen door de verwachtingswaarde te verhogen door te rommelen met de melkcontrolegegevens. Deze informatie is nu geschrapt, doordat men alleen werkt met vaststaande, fraude-ongevoelige informatie. En dat is de afstamming. Via DNA wordt deze gecontroleerd en daarna de fokwaardes van de vaders ingebracht in hetzij de verwachtingswaarde, hetzij de genomics-fokwaarde. Die fokwaardes zijn meestal gerealiseerd op basis van duizenden dochters op vele honderden bedrijven. En daardoor betrouwbaar.

Melkcontrole-informatie en exterieurindexen van één bedrijf zijn dat helaas niet. Zo gebruik ik nu een stier die een aantal negatieve eiwitverervers achter elkaar heeft in de stamboom, terwijl het eiwitgehalte in de moederlijn steeds stijgt. Dit zie ik vaker op topfokbedrijven. Ik ga er maar vanuit dat het eiwitgehalte straks toch negatief is. Dat leert de ervaring van meer dan 20 jaar proefstierselectie.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.