Rundveehouderij

Achtergrond 200 x bekeken

‘Fokken voor voldoende voedsel’

Steeds minder boeren en steeds méér fokkerijmensen, klopt dat nog wel? Het antwoord is 'ja'. Er is op fokkerijgebied een hele hoop werk te verzetten.

HeT aantal melkveehouders neemt gestaag af. Het aantal mensen werkzaam in de fokkerij lijkt wel gestaag toe te nemen. Werden koeien 30 jaar geleden uitsluitend geïnsemineerd met stieren van de plaatselijke ki-organisatie, tegenwoordig kan in Nederland praktisch iedere stier uit ieder land gebruikt worden. Het grote aantal rietjesverkopers heeft mij er ook lange tijd van weerhouden om zelf te gaan insemineren, bang als ik was om te eindigen met een vol vat rietjes. Totdat ik op enig moment werkte met drie verschillende inseminatieclubs en ik het overzicht kwijt was; toen ben ik zelf gaan insemineren.

Op een open dag of op de NRM zie je het al op de parkeerplaats: een enorm leger van bestelauto’s van insemenatoren en vertegenwoordigers van diverse bedrijven. Als bestuur van de Veeteeltstudieclub hier zijn we daar erg blij mee, want er komt ieder jaar wel weer een nieuw kibedrijf of importeurschap bij dat graag een inleiding wil geven. Praktisch ieder land of ras heeft inmiddels een importeur.

Ook in de vakliteratuur zie je dat er een fortuin wordt gespendeerd aan columnisten over fokkerij. De vraag rijst of het allemaal wel zin heeft. Veevoedingsdeskundigen wijzen er vaak op dat met een ander rantsoen met toevoegingen van mineralen en gisten er veel sneller doelen bereikt kunnen worden. Stalinrichters laten zien dat er veel veranderd is in de boxen en luchtkwaliteit in de stallen. Daar is om een koe ouder te laten worden ook een wereld te winnen.

Soms zie je ook veehouders die veel heel oude stieren gebruiken, Tops of Starbuck, en deze dieren kunnen vaak prima mee met de dochters van moderne stieren. Inkruisingsstieren hebben vaak fokwaardes die op of onder het gemiddelde liggen. Heeft het zin anno nu om een flinke studieschuld op te bouwen via een studie veefokkerij? Zie je dat geld ooit weer terug?

Het antwoord op die vraag is ‘ja’. De productie van de melkcontrolekoeien is het afgelopen jaar toch weer 13 kilo vet en eiwit gestegen. Het eiwitgehalte is inmiddels 3,53 procent. Voeding en huisvesting spelen hierin een belangrijke rol, maar de invloed van fokkerij kan moeilijk worden ontkend. Het is nog maar enige tientallen jaren geleden dat alleen met MRIJ-veestapels meer dan 3,40 procent eiwit gemolken kon worden.
De enorme aandacht voor fokkerij is zinvol, zeker bezien in het licht van de toekomst. De wereldeconomie wordt op dit moment opgestuwd door opkomende landen als China, India en Brazilië. De wereldbevolking groeit snel, dus ook de vraag naar voedsel. Veel hoop is er gevestigd op veredeling van de belangrijke voedselgewassen. Maar op veel plekken valt gewoon te weinig regen en op de verkeerde momenten.

De oplossing op dit moment voor de toenemende vraag naar voedsel is dezelfde als de afgelopen eeuwen: kappen van bossen en het land in productie nemen. Hoewel er via keurmerken de indruk wordt gewekt dat het hout dat we gebruiken niet afkomstig is van boskap, maar dat er hier en daar voorzichtig een boompje wordt gekapt, daar geloof ik niks van. Over 50 jaar is er geen regenwoud meer, alleen daar waar landbouw onmogelijk is. Er wordt reclame gemaakt om geld te storten om een tijgersoort te redden. Lijkt mij zinloos, want over een aantal jaren loopt dit soort dieren alleen nog maar in dierentuinen.

In de zeeën zien we hetzelfde beeld. De visstand loopt terug. Een land als IJsland wordt de ruimte gegeven om extra te vissen om zijn schuldpositie wat terug te brengen. China heeft recentelijk een groot deel van de Pacific, tot aan de Filipijnen toe, geclaimd als zijn eigen zee. Men denkt dit in de toekomst nodig te hebben. In Afrika woeden nog steeds oorlogen om landbouwgebieden.

Kortom, veredeling van gewassen, verbetering van de melkkoe via fokkerij blijft heel erg belangrijk. Al die aandacht en al die mensen voor de fokkerij is zo verkeerd nog niet.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.