Rundveehouderij

Achtergrond 229 x bekeken 2 reacties

Vraag en aanbod werkt niet meer

Een terugblik op 2009. Deense biggen waren een hype. En de levensmiddelenhandel in Nederland verloopt niet eerlijk meer. Grote retailers verstoren het mechanisme van vraag en aanbod.

De NVV-biggennotering steeg met bijna 4 euro naar €46,06 in 2009. Beurs Levend daalde echter met 10 cent naar € 1,09. Opvallend is dat we het traditionele marktmechanisme vervangen zien worden door het machtmechanisme van de retail.

Boekhouder in week 1

Zelf probeer ik de jaarovergang altijd snel af te ronden. Dat betekent: uitgebreide analyses over onze verschillende bedrijfstakken en gelijk nieuwe doelstellingen. De boekhouder komt in week 1 standaard een lange dag bij ons op kantoor, waarmee het voorgaande jaar goeddeels afgesloten kan worden. Op een vaste dag in de week werkt vervolgens mijn vrouw alle boekhoudzaken bij. Het is aan de gedaalde voerprijzen te danken dat het jaar 2009 nog positief is afgesloten. Want de slachtopbrengsten lieten het er flink bij zitten.

Biggen van hoog naar laag

Met de biggenprijzen ging het aanvankelijk voorspoedig. Met name de Duitse vleesvarkenshouders hielden het nog lang vol om fors te betalen. Niedersachsen bleef achteraf te lang boven de 50 euro met daar bovenop de btw en toeslagen tot 8-9 euro. In juni werden er zo biggen tot 13-14 euro boven NVV-niveau verkocht naar Duitsland. Daarna was het snel gedaan en wisten slechts weinig vermeerderaars hun vaste afspraken in stand te houden. Dit heeft veel goede relaties tenietgedaan en anderen hebben deze ingevuld.

Deense biggen waren een hype

In 2009 is er een hype ontstaan omtrent import van Deense biggen, en die is hoofdzakelijk veroorzaakt door enkele landbouwjournalisten. Want met een import van gemiddeld net 1.000 Deense biggen per week betrof het echter niet meer dan de productie van één groot zeugenbedrijf.

Slachtvarkens: van markt naar macht

De slachtvarkenprijzen hebben een griezelig beeld laten zien in 2009. We voelen allemaal op onze klompen aan dat er veel meer in gezeten heeft. Noch de varkenshouders, noch de slachterijen zijn echter in staat geweest om het er uit te halen. Vraag was er meer dan voldoende en het aanbod was niet royaal. Het lijkt erop dat het vertrouwde marktmechanisme van vraag en aanbod niet meer werkt. De grote machtsblokken in de retail weten exact hoe ze het spel moeten spelen en houden hun inkoopprijzen laag. Helaas wordt dit door velen buiten de landbouw reeds geaccepteerd en als een gegeven beschouwd. Het veel gepredikte begrip duurzaamheid kan bij de levensmiddelenhandel linea recta de prullenbak in. Duurzaamheid begin immers bij een eerlijke handel.

Zeugen bleven stabiel in prijs

De zeugenprijzen gaven een verrassend beeld te zien. Ze daalden in tegenstelling tot de vleesvarkenprijzen amper. Het is natuurlijk een geheel andere markt en er is door de crisis extra vraag naar goedkoop vlees. De Unifar-notering is in korte tijd een begrip geworden en er wordt veel op gehandeld, ook door niet Unifar-leden. Dit laatste is een doorn in het oog van de organisatie, het holt immers de basis van een producentenprijs uit. Toch is het inherent aan gepubliceerde noteringen dat er op gehandeld wordt. Het enige dat het gedachtegoed van Unifar kan helpen is om de notering uit de publiciteit te halen. Unifar heeft een goede bijdrage geleverd aan de betere zeugenprijs, maar de gepubliceerde notering staat nu het succes in de weg.

Fokkerij rendement te laag

De fokgelten prijzen volgen immer de biggen- en/of slachtvarkennoteringen. Hypor kende een gemiddelde notering van €279, Topigs week hier niet ver van af. In het buitenland zijn de prijzen aanmerkelijk hoger en daarmee meer kostendekkend. Het gevolg is dat er in Nederland te weinig geïnvesteerd wordt in noodzakelijke kwaliteitslagen en dat ook niemand dit op zich neemt. Grotere fokkers gaan vermeerderen en kleinere stoppen autonoom het bedrijf. Om deze negatieve ontwikkeling stop te zetten zullen drastische stappen gezet moeten worden. Binnen FarmFocus willen we graag met kwaliteitsfokkers van meerdere organisaties tot een kwaliteitsslag komen. Door het beperken van gezamenlijke faalkosten hoeft dit niet gelijk te resulteren in hogere prijzen.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Patrick

    Jonny,

    Ik heb alle kanten gezien en meegemaakt van de varkenssector.
    Één ding begrijp ik niet .
    Dat is dat vandaag buiten reclame in die supers een stuk varkensrib of achterhesp op vandaag evenveel of zelfs meer kost dan 3 jaar geleden.
    Dus aan eventueel dalende verkoopsprijzen in die supers van vlees (buiten reclameperiode) kan het niet liggen.
    Als slachthuis heb ik maar al te veel ervaring met onderhandelen alhier met die supers neem oa alhier CBA vergelijkbaar met C1000 .
    Het enige wat telt is zo goedkoop mogelijk aankopen en de verschillende toeleveraars (of het een is die duizenden of een die enkele honderd per week verhandeld maakt niet het verschil) tegen elkaar uitspelen.
    Groot zijn zoals een VION of een Tönies maakt niets uit . Het enige wat die slachters nog uit de brand kunnen slepen is niet in het verlies te gaan draaien.
    De boer die telt verre van mee.
    Als de super de prijs maakt als het slachthuis zen prijs maakt dat de vleesvarkenshouder dan ook eens zijn prijs maakt wat hij wil geven voor een big. Vraag en aanbod zijn marktbepalingen wie koopt bepaalt de prijs is op vandaag ook zo een marktbepaling wel dat vleesvarkenshouders dan ook eens gaan bepalen wat ze willen geven voor een big .Of dit een goede of een slechte evolutie zou zijn maakt niet uit de markt zou alvast evenwichtiger en boeiender zijn als vandaag .

  • no-profile-image

    hein bakker

    Johny, ik ben een buitenstaander maar ik volg de weblogs van jouw met interesse. Tijdens de heropening van je bedrijf heb ik ook een kijkje genomen, petje af voor je durf. Maar wordt het marktmechanisme ook niet verstoord door de vele vaste connecties die in de varkenshouderij worden afgesproken? Het zal ook wel niet anders meer kunnen, maar vrije markt is er in het geheel niet meer! Probeer maar eens een éénmalig koppeltje biggen of vleesvarkens van 100 stuks ergens te slijten. Voor elk big dat geboren wordt is de bestemming in het kraamhok al bekend, misschien alwel tijdens de inseminatie, 4 maanden daarvoor.
    Wat betreft de prijzen van fokgelten: doe je zelf niet mee om die prijs kapot te maken. Jouw eigen aanbod is toch ook bijna verdubbeld. Ten koste van wie? En met Farm Focus probeer je toch ook de prijzen van voer en dierenarts naar beneden te krijgen dus waarom niet voor het fokmateriaal

Of registreer je om te kunnen reageren.