Rundveehouderij

Achtergrond 212 x bekeken

Zuivelmarkt is een tredmolen – Samenvatting discussie

Is de zuivelmarkt een tredmolen? Ja, vindt de meerderheid in deze eerste, door Boerderij.nl georganiseerde discussie. Menigeen wil graag af van het huidige systeem gericht op de vrije wereldmarkt.

Wat is die tredmolen waarin de zuivelmarkt volgens veel discussieerders zit? Hans uit Brazilië ziet het zo: “In de tredmolen vinden wij boeren van allerlei pluimage en landen. Het tempo zit er goed in, en geregeld buitelen deelnemers over elkaar heen. Nu is er één bepaalde groep die vanaf de oorlog een extra infuus kreeg met de bedoeling de voedselvoorziening veilig te stellen. Maar het infuus is er niet uitgehaald. Tot nu. En wat zien wij nu? Het infuus blijkt een verslavend dopingsproduct te zijn, en de groep die al die tijd heer en meester in de tredmolen was, kan niet meer meekomen. Nu is het zo dat twee derde van de dopinggroep uit de grote tredmolen wil treden. Afgepeigerd en zwaar verslaafd wil deze groep net als de Canadezen een eigen, rustige tredmolen. Maar de nieuwe tredmolen is veel kleiner. De dopinggroep past er nooit in.”

Doembeelden van verparking en monoculturen

Bovenstaande schreef Hans uit Brazilië naar aanleiding van de uitkomst van de poll: Een meerderheid, 64 procent van de beantwoorders, vindt dat er meer aan de hand is met de zuivelmarkt dan een tijdelijke verstoring. Zij vinden dat een herziening van het systeem nodig is. (443 keer gestemd). Een meerderheid wil dus af van de tredmolen. De verstikkende werking ervan roept een serie doembeelden op: een wereld van metropolen en daaromheen uitgestrekte monoculturen, behalve in Europa waar het platteland ver'parkt' en waar geen eigen voedselproductie meer is. Door schaalvergroting komt er een einde aan álle mkb-bedrijven, grootbedrijf en bank zijn oppermachtig. De gesel van de markt kent vele verliezers en slechts enkele - en steeds tijdelijke - winnaars.

Quotumsysteem en een eerlijke prijs

Een meerderheid wil wellicht wat Paul Jansen zo omschrijft: “een boer zoals ik hem zie, die met een quotumsysteem en een eerlijke prijs een hoogwaardig product aanbiedt, aan maatschappelijke eisen voldoet, het platteland in stand houdt en voorkomt dat de wereld vergooit wordt aan monopolisten.” (Paul Jansen)
Maar is de maatschappelijke boer dezelfde als de dopingverslaafde die zijn eigen schappelijk draaiende molen wil? En wat te doen met alle boeren die niet in die kleinere maatschappelijke molen passen? En: Zijn in een maatschappelijke molen niet alsnog verschillen, is het eerlijk om de gevaren van schaalvergroting puur aan liberalisering te koppelen?

Resultaten van de discussie

We moeten af van subsidies. Deelnemen aan de wereldmarkt naast een gereguleerde markt is niet mogelijk. Immers, zij beïnvloeden elkaar. Er zijn twee opties: A. Een systeem waarbij de Europese markt afgesloten is, zoals Canada zijn markt heeft afgesloten; dus niet importeren en exporteren En optie B. De vrije markt waarbij zowel de import als de export vrij is.

Een beschermde Europese markt betekent voor Nederland wel veel inleveren. De EU is nu nog exporterend (ook netto). Nederland, Frankrijk en Duitsland zijn de grootste netto-exporteurs. Het is niet waarschijnlijk dat EU-landen die importeren, hun productie willen inkrimpen alleen om de exporterende landen ter wille te zijn. Netto-exporterende landen binnen de EU zullen dus zelf moeten krimpen tot iets boven het niveau van hun binnenlandse consumptie.

Bij marktbescherming kan export wegvallen

Als de Europese zuivelmarkt beschermd wordt, dan zullen andere landen hun deuren sluiten voor Nederlandse tuinbouw en diensten. Per saldo misschien geen prettige uitkomst?
De opkomende economieen BRIC (Brazilië, India, China) stáán op een geliberaliseerde wereldmarkt, nu ze eindelijk op de tredmolen hebben kunnen springen. Overigens mag Europa best zijn eigen markt afsluiten: "dan vullen wij dat gat wel op, op de wereldmarkt, wat Europa eerst exporteerde." Overheden kunnen we wel kiezen voor enige bescherming van hun boeren, maar dan alleen zodanig dat er geen marktverstoring optreedt. Dus wel voor landschap of recreatie, maar niet voor producten.

Bescherming nodig vanwege strenge Europese regels

Europese boeren stellen dat ze bescherming verdienen omdat overheden/consumenten hen allerlei strenge regelgeving opleggen, zodanig dat zij niet kunnen concurreren met landen als Brazilië. Maar vanuit Brazilie ziet men onze markt als ‘Fort Europa’ en moet ook aan strenge regels voldoen om te kunnen beleveren.
Europa heeft met zijn grote centra van kapitaalkrachtige consumenten een voordeel. Kennis, kapitaal en technologie zijn volop voor handen. Door de concentratie van andere activiteiten zijn enorme voordelen te behalen voor wat betreft bijproducten, energie, en de 'nieuwe pijlers' van het platteland als zorg, educatie, recreatie...

Kapitalisme en vrije markt kennen veel verliezers

Blijft overeind het argument dat het kapitalisme vele verliezers kent, en als systeem niet voor waardeoptimalisatie maar slechts voor winstmaximalisatie gaat. De laagste-kostprijsboer maakt de markt kapot door de markt te overvoeren met massaproductie en de neerwaartse spiraal in de prijs te continueren.

Er is niet één markt

Maar… moeten ideale scenario’s per definitie aan iedereen opgelegd?
Volgens Dick Veerman niet; er is immers ook niet slechts één markt. Hij onderscheidt drie markten voor het primaire boerenproduct: de wereldmarkt, lokale markten voor bewuste consumenten, en een door boeren en versverwerkers zelf opgezette volledig geïntegreerde keten (boerensuper). In Wageningen deelden ze een aantal jaar geleden melkveehouders in in de drie vormen: 1. community (waar je langs kunt fietsen en die een rol heeft in de maatschappij); 2. dairy (waar geproduceerd wordt voor kostprijzen die de wereldmarkt ‘aankunnen’); en 3. nature (waar een plus gehaald wordt uit natuurbeheer).

Liberalisering lijkt onvermijdelijk

De liberalisering van de markt lijkt onontkoombaar. Ondersteuning komt niet staatsbreed, maar die kun je als boer wel 'verdienen' door inzichtelijk te maken dat je een waardevolle rol vervult, en door daaraan vervolgens een verdienmodel te verbinden. Een rol kan zijn: bijzondere producten. Een andere optie is de andere waarden van het platteland op te pakken: zorg, educatie, recreatie, beleving, rust. Ik noemde dat ook altijd 'museumboer', maar ben daar toch wat genuanceerder over gaan denken. Toch vreemd, dat we het als boer wél als belangrijke waarden zien, die we koste wat kost willen behouden, maar moeite hebben ze te verwaarden? Zie het eens niet langer alleen als een loosers-optie maar echt een serieuze business case, en wat zie je dan? Dat we in een dichtbevolkt Europa hiermee kansen hebben.

Op de discussie is in totaal 232 keer gereageerd. Het gros van de reacties kwam van de volgende deelnemers (met meer dan 1 reactie): Paul Jansen, Aalten; Melkveehouder, Zuiden; Boer, knap ver weg; Piet Slingerland, Midden-Europa; Robert Bodde, Haaksbergen; Veehouder, Brabant; Hans, Brasil; josien kapma, portugal; Huib Rijk, Biddinghuizen; Ype Reinsma, Schraard; Dick Veerman, foodlog.nl; Boerin, Friesland; Boerin, USA; Han, Meshovsk; Landmand, Denemarken

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.