Rundveehouderij

Achtergrond 369 x bekeken 1 reactie

Probleemloos afkalven

Het Noors Roodbont (Norsk Rod Fe) is een kei in het afkalven. De meeste geboortes gaan in een vloek en een zucht.

Je eerste kalf is een heel bijzondere gebeurtenis. Ik denk dat menigeen nog wel eens terugdenkt aan zijn/haar eersteling. Mijn eerste stier- en koekalfjes zijn niet de schattige kleine kalfjes die ik ken van plaatjes. Ze wegen ongeveer 10 kilo meer dan het gemiddelde NRF-geboortegewicht, dat rond de 35 kilo ligt.

Witlof

Het is eind oktober, en ik ben al bijna een maand boerin wanneer het eerste kalf zich aankondigt. Johan, die twee maanden eerder naar Noorwegen is gegaan, heeft er al vijf opzitten. Deze zijn allemaal ’s nachts zonder zijn hulp geboren. ’s Morgens vind je dan een kalfje op de grup, zo gemakkelijk gaat dat bij het NRF. Maar ik wil er niets van missen. Midden in de nacht zit ik achter de koe, in mijn hoofd de instructies van Johan herhalend, en met de camera in de aanslag.

Wanneer de pootjesblaas eruit komt, ben ik alle instructies alweer vergeten, en ren naar huis. “Het kan nog wel een uur duren”, aldus Johan. Maar 5 minuten later is het eerste stukje van een poot te zien en trek ik weer een sprint naar de slaapkamer: “Johan, je moet nu komen…ik zie een soort witlof”! Wanneer ik terugkom in de stal, ligt er een groot stierkalf op de grup. Zo heb ik de geboorte van BigBoy, mijn eerste kalf gemist. BigBoy die zijn naam alle eer aandoet en op dag 1 al probeert het boxje uit te komen, draait prima mee met de in augustus geboren stieren.

Fysiotherapie

Mijn tweede kalf wordt zo snel geboren dat ik geen tijd heb om foto’s te maken. Wanneer we bij de koe komen, is deze onder het persen gaan staan en het eerste dat we zien, is een bewegende tong onder de staart van de koe. Dan valt het kalf eruit en samen vangen we het op. Ook dit kalf is erg groot. Beide voorpoten zijn dubbelgevouwen en wanneer het probeert te staan, valt het voortdurend om.

Wanneer ik in het boxje kruip is het, vanwege het weinige licht en het gestuntel van het kalf, niet zo eenvoudig om te zien of het een stier of een koetje is Lichtelijk ongeduldig legt Johan uit dat ik moet kijken of er een zakje hangt, want ‘’Vera….stieren hebben ook tepeltjes”.

Al snel heb ik de buik vol van deze spartelende berg. “We noemen het HEorSHE, en dan zien we morgen wel verder”, zeg ik, lichtelijk beschaamd dat ik nog niet eens het geslacht kan bepalen. HEorSHE is een zij en kan na een paar dagen fysiotherapie, op haar voorpoten staan. Momenteel dartelt ze met de andere pinkjes in de wei.

Het eerste Fleckje

Weinig afkalfproblemen dus, en ook de koe die eind januari in 5 minuten een stier van 55 kilo op de wereld zette, geeft meer zekerheid in het slagen van de kruisingen met vleestypische stieren. Voor de zekerheid heeft Johan gekozen voor Ress, een Oostenrijkse Fleckvieh-stier die licht afkalft. Koe 162 gaat onze eerste crossie krijgen. Bekijk de fotoreportage en zie hoe ze “het melken” er gewoon even bij doet onder het persen…

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Jeroen

    Vera,

    De fokkerij in de scandinavisch landen is vooral gericht geweest op makkelijk kalven. Aangezien ze liever niet te veel naar koeien willen omkijken. Allemaal lichte kalveren. Waar op de ki kaart, een stier staat met hoger cijfer voor afkalven ben ik zeker niet bang om ze te gebruiken.

Of registreer je om te kunnen reageren.