Rundveehouderij

Achtergrond 1158 x bekeken 9 reacties

Armoe na bedrijfsovername

Ouders cijferen zich vaak financieel weg bij een bedrijfsovername. Dat is toch onrechtvaardig, of niet soms?

Nog één keer dan: bedrijfsopvolging. In Boerderij staat deze week een stukje van mij over ouders die de neiging hebben zichzelf financieel weg te cijferen. Als bedrijfsovername alleen kan als zijzelf armoe lijden, dan doen ze dat.

Dat komt op mij onrechtvaardig over. Ik snap ook niet goed dat de opvolger op die manier het bedrijf over wíl nemen. Het verschaft toch weinig voldoening om zelf vooruit te kunnen en je ouders te zien sappelen. Daarover belde mij een opvolger. ‘Wat wil je dán?’vroeg hij. ‘Dat ouders het bedrijf eerst opeten voor ze eruit stappen?’

Dat lijkt me evenmin een goed plan, want dan heeft niemand iets. Maar misschien zijn er wel andere mogelijkheden dan die van de adviseur. Niet alles wat die zegt is per se de beste oplossing. Elke situatie is natuurlijk anders, maar misschien is het een idee nog wat langer in maatschap te boeren? Of om de ouders uit het bedrijf maandelijks wat extra te betalen?

Zijn er mensen die een oplossing bedacht hebben waar anderen wat aan kunnen hebben? Ik hoop op veel suggesties.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Gelderpiet

    Op je 25e beginnen met een extra kapitaal opbouw buiten het bedrijf in de vorm van lijfrente of onroerend goed.
    Dit hebben velen vergeten. Voor de ouderen: gewoon paar ha. grond verkopen als er geen ander geld is. Je hebt er tenslotte jaren voor gewerkt en de opvolger moet maar een beetje voer extra kopen (misschien nog wel economischer ook).

  • no-profile-image

    W Zandbergen

    Margreet vraag maar eens aan je ouders wat zij ervan vinden dat jij gaat bepalen wat zij met hun eigendom/spullen hebben te doen of te laten.
    Wil je zelf bepalen wat jij met je spullen doet? Of mogen je erfen dat doen?
    Bepaal jij wat de prijzen zouden moeten zijn?
    Dit zijn voor jouw vragen waar je nog geen antwoord op hebben wil. Wanneer je dat wel aandurf heb je voor de rest meteen meer benul.

  • no-profile-image

    Klaas

    Armoede na bedrijfsopvolging lijkt mij een beetje overtrokken. Daar komt nog bij, dat de meeste ouders die hun bedrijf overdragen in het verleden ook nooit in grote rijkdom hebben geleefd, dus zijn we het een beetje gewend. Het is meer van belang, dat er goede afspraken worden gemaakt met de andere kinderen. Als je na je werkzame leven graag rijk wilt zijn moet je je bedrijf verkopen en je zoon of dochter niet laten meewerken, het blijft een eigen keuze.

  • no-profile-image

    Han

    Margreet ik kan wel met je meevoelen, dat je het onrechtvaardig vindt, dat bedrijfsopvolging eigenlijk alleen kan als de ouders en andere kinderen een stevige financiele aderlating doen. Dat jij dit onterecht vindt, kan ik me voorstelen. Als je dit in de toekomst wilt veranderen, zul je eerst moeten gaan onderzoeken, wat de reden van dit "gebruik" is. Een is duidelijk het feit, dat de ouders graag hun levenswerk voortgezet zien binnen familiekring. Of het zakelijk is, doet niet ter zake. een andere reden zou kunnen liggen in ons gehele stelsel van belasting (zelfstandige wordt op dit vlak nagenoeg gelijk gesteld aan werknemer) en de wijze waarop wij consumenten prijzen maken. Ik heb eens gehoord, dat in de meeste gevallen de grondstofprijs met 7 wordt vermenigvuldigd, voordat het bij de consument is. Dus iedere cent meer voor aan gaat met een factor 7 over de toonbank en dat terwijl de tussen liggende schakels geen extra kosten hebben door te berekenen. Gevolg houd de basis prijs laag, dan blijft de consumenten prijs laag en krijg je dus dat overname alleen kan als je veel geld hebt en wilt boeren of als je ouders met hulp van broers en zussen je op het paard zetten. Op deze wijze is de mondiale agrarische wereld ingericht. Was het een echt winstgevende zaak dan was het grootkapitaal allang aan het boeren geslagen, zoals hier in Rusland aan de orde is. Hier worden winsten uit totaal andere bedrijfstakken in het groot in de landbouw gepompt, of het echt winstgevend is, is voor mij in veel gevallen een vraag. De politiek maakt het investeren in landbouw aantrekkelijk op dit moment.

  • no-profile-image

    Paul

    bedrijfsovername is zoiezo flink rekenen, en niemand wordt er echt rijk van : De opvolger zit met een flinke schuld, de ouders mogen blij zijn met een + bovenop hun pensioen, en de rest van de kinderen hopen misschien ook nog wat te krijgen. Weet Margreet misschien een betere oplossing ?
    In ieder geval zou het helpen als de prijzen van landbouwproducten nog wat zouden stijgen, en zeker niet verder dalen, zoals de melk weer aan het doen is.

  • no-profile-image

    jan

    Is niet het probleem dat de prijzen voor grond en quotum volledig uit de hand zijn gelopen. Dat we werken met een agrarische waarde zegt veel over de rentabiliteit van investeringen die in de melkveehouderij (en de akkerbouw) worden gedaan.

    Dit soort processen is moeilijk te doorgronden, maar eigenlijk hebben boeren het zelf gedaan: door steeds meer voor grond en productierechten te betalen is de verhouding tussen reele waarde en marktwaarde helemaal scheef getrokken.

    Omdat het nu niet overneembaar is krijgen de broers/zussen en ouders niets, maar als de overnemer na 10 jaar verkoopt is ie multumiljonair. De opvolger is dus zeker wel beter van geworden.

  • no-profile-image

    petercardinaels

    waarom zouden de ouders niet financeren en de op volger kan dan volgens accoord met de ouders zoveel per maand afbetalen met meestal en beetje interest maar minder dan aan een bank lenig

  • no-profile-image

    gert

    eens met Klaas uit friesland,eerst denken dat ze een goedkope knecht hebben en maar laten werken voor zakgeld en later moet er toch maar wat geregeld worden en daar is het dan niemand eigenlijk mee eens,terwijl andere broers en zussen een goede opleiding hebben kunnen doen en een goede baan hebben krijgen, dan moeten de ouders daar ook maar de consequenties van nemen

  • no-profile-image

    P.J. van der Eijk

    Aan Margreet Wellink,
    Van: P.J. van der Eijk
    Omdat ik de weblog van de week niet kon vinden op de site reageer ik op een verwant onderwerp.
    De blog van de week Opvolger verkocht de boel is mij uit het hart gegrepen. De boerendochter kan mijns inziens met succes een inkortingsactie starten t.a.v. de legitieme portie. Immers uit het gestelde leid ik af dat de bedrijfsopvolge en zijn ouders geen meerwaardeclausule zijn overeengekomen. In dat geval is er sprake van een schenking die ingebracht moet worden bij de nalatenschap, zelfs als het testament anders bepaalt. Onderstaande uitspraak geeft aan dat na overlijden van één van de ouders actie ondernomen kan worden. Ik kan je een minstens zo schrijnend voorbeeld geven van een andere boerendochter ën haar ouders die het nakijken hebben maar doe dat liever in een persoonlijk aan je gerichte mail. Als je daar belangstelling voor hebt graag een reactie.

    Met vriendelijke groet,

    Piet van der Eijk

    Ten tijde van de Kuwercursus Bedrijfsoverdracht in de Agrarische sector behandelde mr. C.J.P.H.M. Bonnier (Van den Boomen Advocaten te Waalre) de juridische aspecten van de bedrijfsoverdracht.Naar aanleiding van een vergelijkbare casus zond één van de andere deelnemers mij onderstaande uitspraak.Op basis hiervan ben ik er altijd van uitgegaan dat door mij en mijn zuster eerst na het overlijden van (één van) onze ouders actie kon worden ondernemen. De hoogte van de (aangenomen) schenking kan eenvoudig bepaald worden door het verschil in aankoopprijs en de verkoopopbrengst (Hoge Raad, vindplaats volgt).
    .

    ----- Original Message -----
    From: MW Notarissen, Ronald Mollink
    To: pvdeijk@hoevedebiesbosch.nl
    Sent: Wednesday, April 26, 2006 11:01 AM


    Geachte heer Van der Eijk,

    Bijgaand de tekst van het artikel waar we gisteren over hebben gesproken. Als e.e.a. bij leven is gebeurd en men - allen nog in leven zijnde - toch actie wil ondernemen lijkt mij dat lastig. Wel kan actie mogelijk zijn na het overlijden van (een van) de ouders door de andere kinderen jegens de opvolger op basis van hun legitieme portie.

    Met vriendelijke groet,

    Ronald Mollink


    Nog geen rust in het bedrijfsovernamegebied

    Auteur: W.M. Kleyn
    Publicatie: JBN Juridische Berichten voor het Notariaat
    Publicatiedatum: 01-03-2006
    Trefwoorden: Agrarische bedrijfsopvolging; agrarische waarde; legitieme; meerwaardeclausule
    Uitgever: Sdu Uitgevers

    Samenvatting

    Een arrest van het Hof Leeuwarden van 13 januari 2006 verstoort zeker als het niet of nauwelijks rendabele ondernemingen betreft, de rust die omtrent bedrijfsovername tegen going-concernwaarde scheen te heersen. In dit artikel wordt gewezen op de thans weer actuele risico’s bij dit soort transacties.

    Tekst

    1. Bedrijfsovername tegen een redelijke (agrarische) waarde/prijs: heersende opvatting

    Reeds vele jaren verschillen de meningen in Nederland omtrent de vraag of - en zo ja wanneer - een bedrijfsoverdracht tegen going-concernwaarde een gift is. Dit is op drie punten van eminent belang:

    voor de heffing van schenkingsrecht (en de toepassing van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet);
    voor de eventuele toepassing van erfrechtelijke inkortingsacties;
    voor de vormvereisten die gelden voor giften terzake des doods (artikel 7:177 jo artikel 7:186 BW). Aangezien het successie- en schenkingsrecht zich normaliter conformeert aan het begrippenstelsel van het burgerlijk recht, is de beantwoording van de vraag wanneer een bedrijfsoverdracht een gift is voor alle drie categorieën sub a, b, en c hetzelfde.
    Allereerst de vraag wat in civielrechtelijke zin een gift precies is. In artikel 7:186 BW vinden we daarop het antwoord. Een gift is iedere handeling, die ertoe strekt, dat degene die de handeling verricht een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt.

    Hoe past de civielrechtelijke rechtspraak één en ander toe bij bedrijfsoverdracht beneden de waarde in het economisch verkeer?

    Tot begin 2004 was er op dit terrein geen maatgevende civielrechtelijke uitspraak. Uit enkele fiscale resoluties sinds 1965 leek te volgen dat de fiscus geen typisch op schenking/gift gebaseerde gevolgen wilde verbinden aan een verkoop tegen de agrarische waarde of een soortgelijke prijs. Om alle niet gewenste gevolgen van een bedrijfsoverdracht in de agrarische sfeer te vermijden, ging de ondernemer soms over tot verpachting tijdens leven aan de bedrijfsopvolger in spe of aan de met deze opgezette vennootschap. Bij uittreden van de oorspronkelijke ondernemer lag dan een overdracht of verblijving tegen de verpachte waarde voor de hand. Als bij de eerdere verpachting de maximum-pachtprijs werd gehanteerd, leek er ook dáár geen ‘schenkingsdreiging’ aanwezig.

    Op 13 februari 2004, NJ 2004, 653 kwam eindelijk een overdracht - of eigenlijk verblijving - tegen de agrarische waarde voor de Hoge Raad.

    De Hoge Raad oordeelde dat een verblijving of overdracht tegen agrarische waarde uitgelegd diende te worden als een overdracht tegen een prijs die toeliet dat de overnemer de voortzetting van de onderneming nog net op rendabele wijze kan verwerkelijken. Deze omschrijving ontleende de Hoge Raad aan de Parlementaire Geschiedenis met betrekking tot artikel 4:38 BW waar sprake is van een ‘redelijke (overdrachts)prijs’. Wel speelde in die casus nog een meerwaardeclausule een rol (zie voor de betekenis daarvan JBN 2004, nr. 57 en FTV 2004, nr. 8). Mede in verband met de vraag in hoeverre het niet-koppelen van een meerwaardeclausule aan een overdracht tegen agrarische waarde zou kunnen leiden tot een kwalificeren van dit geheel als een gift, verwees de Hoge Raad de zaak naar het Hof Arnhem.

    Dit hof oordeelde, dat deze bedrijfsoverdracht geen gift inhield, zulks ongeacht of daaraan al of niet een meerwaardeclausule was verbonden. In die uitspraak hebben de legitimarissen in de nalatenschap van de oorspronkelijke ondernemer kennelijk berust. Gezien de gelijkstelling van het fiscale schenkingsrecht met het begrippenstelsel uit het civiele recht, leek het volgende uit een en ander af te leiden.

    De Hoge Raad acht een overdracht tegen de ‘agrarische waarde’ geen gift als daaraan een meerwaardeclausule is verbonden. Is er geen meerwaardeclausule aan deze overdracht verbonden, dan hangt het gift-karakter van de omstandigheden af (terugverwijzing naar het Hof Arnhem).
    Het Hof Arnhem achtte op 15 maart 2005, Notafax 2005, nr. 64 in geen van beide gevallen een gift aanwezig, gezien het karakter van de ‘redelijke prijs’ zoals onder meer bedoeld in artikel 4:38 BW en in casu weergegeven door de woorden ‘agrarische waarde’, een begrip dat mijns inziens ook aangeduid kan worden met de woorden ‘going-concernwaarde’.
    Mij dunkt dat dit alles duidelijk en voor de praktijk hanteerbaar was met als conclusie dat een dergelijke overdracht niet licht leidt tot fiscale heffing, niet leidt tot erfrechtelijke inkorting en geen reden is om de vormvereisten van artikel 7:177 BW toe te passen als de overdracht er één terzake des doods is, zoals een verblijvensbeding werkend bij overlijden van een vennoot.

    Niet helemaal zeker is wat nu de rechtsgrond van het niet als gift kwalificeren van dit soort ‘goedkope’ overdrachten is. Ontbreekt hier de bevoordelingsbedoeling of is er sprake van een voldoening aan een natuurlijke verbintenis of ontbreekt hier op maatschappelijke gronden een essentieel element om deze gang van zaken als gift te beschouwen? Ten slotte is ook mogelijk aan te nemen dat de voortzetter slechts bereid is het (familie-)bedrijf voort te zetten als hij daarbij slechts de going-concernwaarde behoeft te vergoeden (vergelijk het recht ex artikel 4:38 BW op het voortzettingsrecht tegen een redelijke prijs van een afstammeling van een overleden ondernemer).

    2. Arrest Hof Leeuwarden 13 januari 2006, nr. 318/04, LJN AU9904

    Ik geef hier de korte samenvatting van deze uitspraak weer, zoals neergelegd in Notafax 2006, nr. 19.

    In het jaar 2001 verkoopt vader (V) een melkveebedrijf voor ƒ 1,4 mln aan zijn zoon (Z). Naar aanleiding hiervan legt de inspecteur aan Z een schenkingsaanslag op, omdat de waarde in het economische verkeer van de vermogensbestanddelen van de onderneming in totaal ƒ 4,8 mln bedraagt. Z maakt bezwaar tegen de aanslag. Naar zijn mening is bij deze bedrijfsoverdracht géén sprake van een bevoordeling uit vrijgevigheid. Immers, de waarde die de inspecteur hanteert, betreft de waarde als het bedrijf zou worden geliquideerd. Hij heeft géén rekening gehouden met de onderrentabiliteit. De koopprijs is bewust gesteld op ƒ 1,4 mln omdat dit het bedrag is waarbij een lonende exploitatie van het bedrijf door Z nog mogelijk is. Bovendien is er een meerwaardeclausule in de leveringsakte opgenomen. Het opnemen van een dergelijke clausule onderstreept dat het vrijgevigheidsvereiste ten enenmale ontbreekt. Ten slotte heeft V nog meer kinderen, zodat het moeilijk voorstelbaar is dat hij Z met zo’n groot bedrag zou willen bevoordelen als de inspecteur stelt.

    Het hof oordeelt dat de schenkingsaanslag terecht is opgelegd. Volgens het hof is aannemelijk dat V zowel de bewustheid als de wil heeft gehad om Z te bevoordelen met het verschil tussen de liquidatiewaarde en de koopprijs met het oogmerk Z tot een lonende exploitatie van de onderneming in staat te stellen.

    In zoverre is tot het bedrag van het verschil in beginsel sprake van een schenking als bedoeld in artikel 1 lid 3 SW. Het hiervoor bedoelde oogmerk doet niet af aan de bewustheid van en de wil tot bevoordeling, aangezien dit oogmerk niet anders betekent dan het motief tot de bevoordeling. Ook de meerwaardeclausule doet niet af aan de wil tot bevoordelen, nu deze clausule onder de gegeven omstandigheden slechts een voorwaarde in beeld brengt tot welk bedrag die bevoordeling uiteindelijk zal worden genoten. Ook de aanwezigheid van andere kinderen staat er niet aan in de weg (gelet op het motief van V om Z te steunen in de bedrijfsopvolging) in casu de daarop gerichte bevoordelingsbedoeling aanwezig te achten.

    De indruk is dat het Hof Leeuwarden met deze uitspraak frontaal ingaat tegen de genoemde uitspraak van het Hof Arnhem van 15 maart 2005, Notafax 2005, nr. 64, maar ook - voor het geval er een meerwaardeclausule is - tegen de uitspraak van de Hoge Raad.

    Het feit dat het hier ging om een verschil van ƒ 3.400.000 laat de principiële kant van het Leeuwarder arrest onaangetast, zeker nu de gift ook werd aangenomen tot dat volle bedrag van ƒ 3.400.000. Ik laat een beoordeling van dit standpunt thans buiten beschouwing met uitzondering van een slotopmerking in onderdeel 4. hierna. Ik wil echter de conclusie onder de aandacht van het notariaat en de boekhoudkundige adviseurs van ondernemingen brengen.

    3. Conclusie

    Nu de droom omtrent de bedrijfsoverdracht tegen de going-concernwaarde wreed verstoord lijkt, is het goed te weten dat bij de overdracht van ondernemingen beneden de waarde in het economisch verkeer het volgende in acht genomen moet worden, wil men geen (onaanvaardbare althans ongewenste) risico’s lopen bij een prijsvorming beneden de waarde in het economisch verkeer.

    Voor zover het betreft een overeenkomst tot overdracht of een verblijvensbeding met werking bij dode van de ondernemer dan dient deze te geschieden bij notariële akte, waarbij de overdragende partij zelf persoonlijk compareert. De sanctie is vernietigbaarheid bij het niet in acht nemen van deze vormvereisten (artikel 7:177 BW).
    In de nalatenschap van de overdragende ondernemer (krachtens verkoop of verblijvensbeding) zal bovengenoemd waardeverschil object van inkorting kunnen zijn.
    De fiscus zal pogen schenkingsrecht te heffen met mogelijk succes zoals in Leeuwarden blijkt, ware het niet dat in veel gevallen een beroep kan worden gedaan op de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten van artikel 35b e.v. SW waardoor onder voorwaarden het schenkingsrecht niet wordt ingevorderd. Men zij dus gewaarschuwd.
    4. Slotopmerking

    Zelfs als men een overdracht tegen going-concernwaarde belastbaar en inkortbaar acht als daaraan geen meerwaardeclausule is verbonden, dan is er nog wel wat toe te voegen aan de opvatting van het Hof Leeuwarden omtrent de stelling dat een meerwaardeclausule daarbij geen invloed heeft. Immers een meerwaardeclausule houdt in feite een ontbindende voorwaarde in ten aanzien van de omvang van de door het Hof gestelde gift. Dit betekent dat schenkingsrecht moet worden teruggegeven over het bedrag dat te zijner tijd eventueel krachtens de meerwaardeclausule aan de (erven van de) oorspronkelijke ondernemer moet worden gerestitueerd door de nieuwe ondernemer. Blijft nog de vraag of in dit geval het renteloos genieten van het waardeverschil tussen de waarde in het economisch verkeer en de bedongen prijs gedurende de periode lopende tot het moment van toepassing van de meerwaardeclausule nog als gift is te beschouwen, die dan inkortbaar c.q. belastbaar zou zijn. Dat is een vraag welke in dit verband volgt uit het feit, dat een voorwaarde sinds 1992 niet meer terugwerkt (tenzij door partijen anders is bepaald, althans obligatoir).

    W.M. Kleyn




    Mollink Wünsch Notarissen

    vestiging Losser

    Postadres T 053 - 53 83 777
    Postbus 12 7580 AA Losser F 053 - 53 85 355
    E postmaster@mollink.nl
    I <http://www.mollink.nl/>


    Bezoekadressen
    Losser Bernard Leurinkstraat 107
    Enschede Hengelosestraat 153

    De informatie verzonden met dit emailbericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Gebruik van deze informatie door anderen dan de geadresseerde is verboden. Openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan. Mollink Wünsch attendeert erop dat de vertrouwelijkheid van informatie verzonden per e-mail niet gewaarborgd is.

    De aansprakelijkheid van de notaris is beperkt tot het bedrag waarvoor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering in voorkomend geval de notaris aanspraak op uitkering geeft. Op de aansprakelijkheid zijn van toepassing de algemene voorwaarden, gedeponeerd bij de kamers van koophandel en de griffies van de rechtbanken en op verzoek kosteloos verkrijgbaar bij de notaris en bij de KNB.

    The information contained in this communication is confidential and may be legally privileged. It is intended solely for the use of the individual of entity to whom it is addressed and others authorised to receive it. If you are not the intended recipient you are hereby notified that any disclosure, copying, distribution of taking any action in reliance on the contents of this information is strictly prohibited and may be unlawful. Mollink Wünsch is neither liable for the proper and complete transmission of the information contained in this communication nor for any delay in its receipt. Please note that the confidentiality of e-mail communication is not warranted.

Laad alle reacties (5)

Of registreer je om te kunnen reageren.