Rundveehouderij

Achtergrond 1621 x bekeken

Rantsoen dwingt tot voermengen

Een opraapwagen ook inzetten als voerwagen leek Arjan Scholten financieel gezien de beste oplossing. Toch schaft hij nu, 1 jaar later, een voermengwagen aan naast de opraapwagen.

Het laagsgewijs laden van de opraapwagen is een precies werkje dat Scholten liever zelf doet. Onlangs schafte hij een voermengwagen aan. Hiermee kan hij het werk weer aan een ander overlaten.

Arjan Scholten moest eind 2005 investeren in een nieuwe opraapwagen én een voermengwagen. De oude machines waren totaal versleten.
Scholten probeerde verschillende machines, waaronder een voerdoseerwagen. Die beviel best. En aangezien ook de opraapwagen vervangen moest worden, koos hij voor een combinatie: een zware opraapwagen die ook ingezet kon worden als voerdoseerwagen. Qua kosten een gunstige oplossing. „We hadden net flink geïnvesteerd in een nieuwe stal. Een alles-in-één-machine paste het beste”, aldus Scholten.
Echter, onlangs schafte hij opnieuw een voermengwagen aan. De keus om weer te gaan mengen kent diverse oorzaken.

Zeer nauwkeurig laden

De koeien krijgen een uitgebreid rantsoen. Naast kuilgras en mais krijgen de dieren hooi, perspulp en een soja-raap-tarwe-mengsel. Dat moet goed gemengd zijn, vindt Scholten. Maar dat valt tegen met de grote opraapwagen. Het begint al bij het laden. De wagen moet perfect laagsgewijs geladen worden. Met gras en mais is dat geen probleem, wel met de bijproducten. „Na het lossen zag ik krachtvoermeel er ongemengd tussen liggen, net als sommige hopen perspulp. En dat kan simpelweg niet.”
Scholten wil voorkomen dat de koeien het voer kunnen selecteren, en dat kunnen ze nu wel. Vooral voor de nieuwmelkte koeien is dat riskant. Die krijgen al 8 tot 10 kilo brok via de krachtvoerstations. Als ze ook een driedubbele hoeveelheid perspulp of mineralen opvreten, gaat het mis. De kans op pensverzuring en klauwaandoeningen is dan groot.
Het is een kwestie van wachten tot het echt een keer misgaat. Zo’n misser kan Scholten zich niet veroorloven, gezien zijn nevenactiviteiten in de fokkerij én de handel in en het spoelen van embryo’s.

Constanter rantsoen

Over heel 2006 merkte Scholten veel verschil in de mest bij de koeien. Een teken dat de koeien te weinig ruwvoer opvreten of relatief te veel bijproducten.
Samen met zijn voeradviseur, Paul Schutte van ForFarmers, besloot de veehouder dat het anders moest; een constanter rantsoen. Iedere hap die de koe neemt, moet eenzelfde voederwaarde hebben. Alleen dan kan Scholten feilloos koersen op een optimale sturing van het ureumgetal, een hogere ruwvoeropname en uiteindelijk een maximale voerefficiëntie.
Het realiseren van een zo goed mogelijk gemengd rantsoen kost Scholten nu dagelijks een halfuur extra. Behalve het laagsgewijs laden van de (hoge) opraapwagen, strooit hij de mineralen met de hand voor het voerhek. Net als de luzerne voor het jongvee. Tijdens het lossen verdeelt hij het voer in vier à vijf werkgangen voor het voerhek. Daarna gooit hij het handmatig om voor het hek.

Dagelijks strooit Scholten handmatig mineralen voor de koeien. Daarna zet hij het voer met de riek een keer om.

Ondanks dat het voer in vier tot vijf werkgangen voor het voerhek wordt verdeeld, blijven de proppen perspulp zichtbaar.

Proef op de som met voermengwagen

Het voeren moet dus anders: óf een lager basisrantsoen en meer bijsturen middels de voercomputer, óf een rantsoen dat geheel gemengd wordt verstrekt. Dat laatste heeft Scholtens voorkeur.
In 2006 probeerde hij een verticaalmenger. Tot zijn verbazing steeg in ruim 1 week de dagelijkse voeropname fors met ruim 800 kilo. Dat is veel op 85 koeien. „Ik heb ruim voldoende ruwvoer op mijn bedrijf. Hoe meer ze ervan opnemen, hoe groter de kans dat ik op krachtvoerkosten kan besparen”, zegt Scholten.
Bovendien kan hij met de voermengwagen weer een goed stro- en hooirijk mengsel aanmaken voor het jongvee en de droge koeien. Iets wat met de opraapwagen tegenvalt. Scholten is niet bang voor structuurbederf dat optreedt tijdens het mengen. Dat was wel het geval met zijn oude horizontaalmenger waarmee hij enkele jaren geleden voerde.

Hooggespannen verwachtingen

De nieuwe voermengwagen, een 20 kuubs verticaalmenger, moet nog geleverd worden. Scholten kan niet wachten.
Tegelijk met de aanschaf van de voermengwagen, is de opraapwagen ingeruild tegen een lichter model. „Ik ben heel tevreden over de huidige opraapwagen, maar hij is te zwaar, mede door de voerdoseerwagenaanpassingen. Ik schat dat de nieuwe 3 ton lichter is. Toch allemaal kilo’s die je onnodig over het land meesleept.” Doorslaggevend om de huidige opraapdoseerwagen in te ruilen was een aantrekkelijk aanbod van de handelaar. _Gaandeweg het gesprek wordt duidelijk dat de veehouder van vele markten thuis is en veel werk in eigen beheer houdt. Behalve dat hij veel verstand heeft van mechanisatie (hij doet alles zelf, ook maishakselen), is hij actief in de fokkerij (hij leverde reservekampioenen af) en sinds 2 jaar is hij druk bezig met embryotransplantaties.
Werk genoeg dus, daarom wil hij meer rust hebben in het voeren. „Boeren die voornamelijk kuilgras en mais voeren, kunnen prima uit de voeten met de opraapwagen als voerdoseerwagen. Ons rantsoen is daarvoor te uitgebreid.” Bovendien kan Scholten het voermengen straks weer makkelijker overlaten aan derden.

Profiel

Naam: Arjan Scholten (33).
Woonplaats: Nieuw Roden (Dr.).
Bedrijf: melkveehouderij in maatschap met vader Jan (63). Scholten melkt circa 85 melkkoeien, quotum ongeveer 765.000 kg. Gemiddelde melkproductie: 9.000 kg rollend jaargemiddelde bij 4,35 % vet, 3,52 % eiwit. In gebruik is 72 ha zandgrond waarvan 20 ha mais, de rest is gras. Alles aan huis. Daarnaast is Scholten druk met embryotransplantaties en de fokkerij.
Aanleiding voor reportage: Nadat de vorige opraap- en voermengwagen versleten waren, investeerde Scholten vorig jaar in een nieuwe opraapwagen. Hiermee wilde hij behalve inkuilen ook voeren. Door praktische bezwaren switcht hij na 1 jaar weer naar een voermengwagen.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.