Rundveehouderij

Achtergrond 9504 x bekeken laatste update:5 jun 2012

Negen dubbele harken in de grote Boerderij-test

De negen dubbele harken met middenafleg in deze Boerderij-test scoren gemiddeld tot goed, maar de verschillen per testonderdeel zijn erg groot. De ideale dubbele hark bestaat niet.

Deelnemers: Claas, Fella, JF-Stoll, Krone, Kuhn, Lely, Pöttinger, Vicon en Ziegler. De ideale hark is een mix van deze negen merken.

De brede dubbele hark met middenafleg is populair. De capaciteit is hoog en de hark is simpel te bedienen. Ermee werken is, in tegenstelling tot een dubbele hark met zijafleg, niet moeilijk. In de werkbreedte tot 8,8 meter voldoet de machine prima voor pers, opraapwagen en hakselaar.
Boerderij nam negen merken onder de loep. Op de proefboerderij van Haus Ris-wick in Kleef (D.), net over de grens bij Nijmegen, zijn de negen machines getest op verstelling van zwadbreedte en werkdiepte, bodemvolging, transport en onderhoud. Ook twee veldmetingen maakten deel uit van de test, waarbij zwadvorm én gewasverliezen zijn gemeten.
De testresultaten zijn samengevat in de tabel.

Ideale machine bestaat niet

Per testonderdeel scoren de merken heel verschillend. Waar een hark op het ene onderdeel goed scoort, doet deze het op een ander onderdeel weer minder. De puntennotering varieert van een 1 (slecht) tot - soms - een 5 (uitmuntend).
Uit de test blijkt dat de ideale machine niet bestaat. Al scoren Krone en Pöttinger bij geen enkel testonderdeel laag. Om helder te maken in welk onderdeel een merk echt uitblinkt, staan de sterkste punten samengevat in het kader De ideale hark ziet er zo uit (zie pagina 7).
Inclusief de veldmetingen scoort Krone gemiddeld het hoogst, zonder zijn dat Kuhn, Krone en Vicon. Zetten we de aanschafprijs af tegen de gemiddelde score, dan komen Fella, JF-Stoll en Vicon er gunstig uit. De term ‘beste koop’ eraan hangen gaat te ver, omdat de machines niet op levensduur zijn getest.

Kuhn, Lely en Ziegler vallen op

Een echt slechte machine zit er niet tussen, getuige de gemiddelde scores die tamelijk dicht bij elkaar liggen. Toch vallen drie machines echt op.
- Kuhn: de enige met hydraulische rotor-aandrijving via een eigen hydraulisch systeem; met 3.100 kilo de zwaarste (gemiddelde is 2.200 kilo) en met E25.450 de duurste (gemiddelde is E19.570). In 2007 maakt Kuhn de hark 200 kilo lichter. Dit lijkt een machine voor de intensieve, veeleisende gebruiker.
- Ziegler: een machine met extremen. Deze is extreem goed in het maken van een mooi zwad, heeft de beste transportverstelling dankzij een hydraulisch knikkend frame, maar scoort weer extreem laag op onderhoud: de meeste vetnippels en niet de beste handleiding. In 2007 komt Ziegler met de nieuwe serie waarin de fabrikant een aantal onvolkomenheden wegneemt.
- Lely: met een type uit de nul-serie gemiddeld de laagste score. Dat wordt vooral veroorzaakt door een lage waardering voor de zwadbreedteverstelling. Zestien bouten moeten losgedraaid worden en weer vastgezet om de breedte te verstellen, terwijl dat bij de andere merken een kwestie is van een hydrauliekhendel bedienen in de cabine of het omsteken van twee pinnen of pallen. De Lely blinkt wel uit in een degelijke A-frameconstructie van de rotorarmen, brede banden en een hele brede rotor van 3,9 meter. De fabrikant past onder meer de rotorophanging nog aan.

Veldmetingen: zwadvorm en -verlies

Een interessant onderdeel van deze machinetest zijn de veldmetingen. Daarin is de zwadvorm fotografisch bepaald en zijn de verliezen (het gras dat op het veld achterblijft) gemeten. Vooraf aan de metingen stelden de leveranciers de machines zelf af in hetzelfde perceel. JF-Stoll nam niet deel, omdat deze tijdens het harken tegen een bus botste.Het ideale zwad is breed, plat en rechthoekig en heeft steile, strakke zijkanten. Een dergelijk zwad is het meest geschikt voor de invoer-snijrotor van een balenpers of opraapwagen. Deze belast de rotor en de messen over de volle breedte gelijk. Bovendien neemt de capaciteit fors toe bij een goed zwad. De fabrikanten kregen de opdracht een 1,6 meter breed zwad te maken. Vervolgens is de zwadvorm vastgelegd bij 8 en 12 kilometer per uur. De testresultaten verschillen fors. Van invloed op de zwadvorm zijn het aftakastoerental (en dus de tandsnelheid), de tandmontage en -vorm en de curvebaanconstructie. Claas, Krone en Kuhn hebben een vast, niet verstelbare curvebaan, maar maken geen slechter zwad dan de merken met een verstelbare curvebaan. Onze conclusie: hoe sneller een tand omhoogzwenkt, hoe strakker en steiler de zijkanten van een zwad zijn. Dat is vooral terug te voeren op de constructie van de curvebaan en slechts deels op de verstelling ervan. De resultaten zijn ruwweg in te delen in een goede, gemiddelde en slechte zwadvorm. Zie daarvoor foto’s 1, 2 en 3 op pagina 6. In de fotobijschriften staat hoe elk merk bij welke rijsnelheid presteert. In het kort: Ziegler scoorde op dit onderdeel het hoogst en maakte zowel bij een rijsnelheid van 8 als 12 kilometer per uur het mooiste zwad. Dan volgt een grote middenmoot die begint bij Fella/Krone/Pöttinger. Vicon produceerde tweemaal een matig zwad; te steil en niet mooi verdeeld.

Minder aftakastoeren, mooier zwad

In deze test komt heel duidelijk naar voren dat hoe minder aftakastoeren, hoe beter het zwad het ideaalbeeld benadert. Opvallend is dat de chauffeurs die met 350 tot 400 aftakastoeren harkten, het mooiste zwad hebben neergelegd. Een aftakastoerental van ongeveer 400 toeren per minuut (tpm) komt overeen met een tandsnelheid van 8 meter per seconde. Komt de tandsnelheid erboven, dan wordt het gras sneller door elkaar op een hoop gelegd. Blijft de tandsnelheid onder 8 meter per seconde, dan wordt het gras meer naast elkaar gelegd, en ontstaat een beter zwad. Ziegler is de enige fabrikant die een adviessnelheid van ‘maximaal 380 tpm’ met een sticker aangeeft. Voor de andere fabrikanten een les, voor de boeren een mooi advies.

GOEDE ZWADVORM: plat, breed, steile zijkanten, strakke randen. Bij 8 kilometer/uur: Krone, Ziegler. Bij 12 kilometer/uur: Fella, Pöttinger, Ziegler.

GEMIDDELDE ZWADVORM: met te lange, steile zijkanten. Bij 8 kilometer/uur: Claas, Fella, Pöttinger. Bij 12 kilometer/uur: Krone, Kuhn, Lely.

SLECHTE ZWADVORM: te smal en te spits/steil. Bij 8 kilometer/uur: Kuhn, Lely, Vicon. Bij 12 kilometer/uur: Claas, Vicon.

Verlies gemeten

Tegelijk met de zwadvormtest zijn de gewasverliezen gemeten. Alle machines blijven tussen de 1,5 en 4 procent verlies. Dat zijn nette waarden. De verschillen zijn hoofdzakelijk terug te voeren op de machine-instelling. Te veel verlies duidt waarschijnlijk op een te hoge afstelling. Zo hadden de merken Fella, Lely en Ziegler de hark iets dieper mogen zetten. De omstandigheden waren zo droog, dat er geen zand aan het gras bleef kleven. Vandaar dat geen ruwasbepaling is gedaan.

Bodemvolging

Om te kijken hoe de ophanging van elke rotor is, is met elke hark (over) een sterk golvend grasland geharkt. De Kuhn-hark doet dat het best. In bergen en dalen blijft de hark mooi werk leveren, zonder de zode in te duiken of de wielen te lichten. De hark plakt aan de bodem. Deze machine wijkt dan ook op enkele punten af van andere merken. Zo staan de wielen in een groot vierkant onder de rotor aan een draaikrans. Het hele wielonderstel kan dus draaien. Verder is het achterwiel geveerd, zodat deze de rotor altijd vooroverdrukt. Ook opvallend: de rotor hangt via scharnierende gietdelen aan de arm.
De verschillen tussen de andere merken zijn klein. Lely scoort het laagst door de geringe kantelbaarheid van het element. Claas en Krone passen een vliegtuigeffect toe. Dat betekent dat eerst de achterwielen landen en daarna pas de voorwielen. Pöttinger is de enige fabrikant die tastwielen (optie) toepast in het midden voor elk element. Dat zorgt voor een rustige loop, maar er blijft daardoor wel gras liggen in geulen.

Instelling werkbreedte en -diepte

Wat het meeste voorkomt, zijn de verstellingen van de werkdiepte en de werkbreedte. Een alerte chauffeur zal zijn zwadbreedte keurig aanpassen aan de hakselaar, balenpers, hooipers of opraapwagen. Vier merken passen standaard hydraulische breedteverstelling toe, wat het meest ideaal is, ook bij het uitharken van hoeken, maken van flauwe bochten of omzeilen van hindernissen. Helaas ontbreekt in alle gevallen een markering.
De mechanische versies van Fella en JF-Stoll zijn prima: snel en in een handomdraai verstelbaar zonder pinnen of gereedschap. Claas en Ziegler maken gebruik van een pen-gatverstelling. Lely houdt er een andere visie op na. Daar moeten 16 bouten los- en weer vastgedraaid worden.
Bij de werkdiepteverstelling is fabrikant Vicon de enige die een schaalverdeling toepast. Zo kan dus gekeken worden, zonder te meten, of in ieder geval beide harkrotoren even diep staan.
Kuhn en Krone (optie) passen een hydraulische en elektrische hoogteverstelling toe. Dat is handig, want een chauffeur kan de verstelling zo makkelijk en snel vanuit de cabine regelen tijdens het harken. Volgens Krone is dat dé manier om de diepte juist af te stellen. Maar ook hier geen schaalverdeling, dus geen controle. Anderen hebben een spindel per element: simpel én betrouwbaar.

De scharnierende ophanging, de breed uiteenstaande rotorwielen, het geveerde achterwiel én de draaikrans van het wielstel, geven de Kuhn-hark de beste bodemvolging.

Transport en aankoppelen

De Fella-hark laat zich het makkelijkst en snelst aan- en afkoppelen door een degelijke, brede steunpoot onder de aanspanpunten met slechts één hydrauliekslang en één touwtje. We constateerden over de hele test dat hoe meer (niet-gemarkeerde) slangen en touwtjes, hoe lastiger. Sommige trektouwen gaan erg zwaar, de geleiding kan over het algemeen beter. Een degelijke steunpoot met automatische vergrendeling leveren de fabrikanten Kuhn, Pöttinger, Vicon en JF-Stoll. De Pöttinger-versie vergt wel de nodige oefening.
Qua transport is de Ziegler de enige waarvan de harkarmen niet afneembaar zijn. Een kwestie van aan het touwtje trekken en in het midden knikt het frame door. De chauffeur hoeft daarvoor de cabine niet te verlaten. Alleen Krone past omklapbare harkarmen toe. Ook een snel en simpel systeem. Maar als de chauffeur vergeet deze terug te klappen, kan dat schade veroorzaken. Bij Vicon en JF-Stoll hoeven de armen niet altijd eraf, omdat ze zelfs met armen net boven de 4 meter komen.

Getest op onderhoud

Qua onderhoud is puur gekeken naar het aantal vetnippels, de markering en bereikbaarheid ervan. Ook is de handleiding beoordeeld.
De variatie is groot. Zo heeft de JF-Stoll-machine slechts 18 vetnippels, de Ziegler heeft er 87. Het gemiddelde aantal is 41 stuks. Een laag aantal vetnippels betekent dat de meeste draaiende delen levensduurgesmeerd zijn met kogellagers. Denk aan de tandarmen. Slechts enkele fabrikanten markeren alle of de moeilijk bereikbare nippels. Dat zou elke fabrikant moeten doen. Alleen dan kan iedereen makkelijk onderhoud uitvoeren zonder eerst de handleiding door te spitten. Wat dat betreft maken Claas, Krone, Kuhn en Vicon een duidelijke handleiding. Die van JF-Stoll is slecht.

De ideale hark ziet er zo uit

Omdat elk merk zijn eigen sterke punten heeft, bestaat de ideale hark niet. Op basis van de testresultaten heeft Boerderij een ‘ideale’ machine samengesteld. Deze hark zou er als volgt uitzien:
- frame en wielstel: Lely
- steunpoot: Kuhn
- aan- en afkoppelen: Fella
- ombouwen naar transport: Ziegler
- schoon harken: Krone
- hoogteverstelling: Krone / Kuhn
- breedteverstelling: Krone/Kuhn/Pöttinger/Vicon
- bodemvolging: Kuhn
- zwadvorm en -kwaliteit: Ziegler
- onderhoud: JF-Stoll
- handleiding: Claas

Klik hier voor de testresultaten van Claas
Klik hier voor de testresultaten van Fella
Klik hier voor de testresultaten van Krone
Klik hier voor de testresultaten van Kuhn
Klik hier voor de testresultaten van Lely
Klik hier voor de testresultaten van Pöttinger
Klik hier voor de testresultaten van Vicon
Klik hier voor de testresultaten van Ziegler
Klik hier voor de testresultaten van JF-stoll

Foto

  • Overzicht harken
  • Testresultaten
  • Gewasverliezen
  • Goede zwad
  • Gemiddelde zwad
  • Slechte zwad
  • Kuhn

Of registreer je om te kunnen reageren.