Rundveehouderij

Achtergrond 107 x bekeken 2 reacties

Tijdelijke vaarzenexport is lege huls

Als blauwting type 6 een veldvirus is en het ministerie van LNV zijn beleid niet verandert, is de exportsector in 2009 de nek omgedraaid.

De export van vaarzen ligt al maanden stil. Dat verandert niet zolang LNV blijft vasthouden aan zijn beleid: vaccineren, 60 dagen wachten, insemineren én exporteren. Het probleem is dat dit beleid geldt voor landen binnen én buiten de EU.
Maar niet-EU-landen stellen die eisen helemaal niet. Die zijn veel soepeler. Export is onmogelijk zolang de Nederlandse regels Europa en derde landen voor uitvoer op één hoop gooien. Intussen profiteren Duitsland en Frankrijk, die dat niet doen, van LNV’s opstelling. .

LNV wil de vaarzenexport nu toch tijdelijk toestaan en komt daarmee de exporteurs tegemoet. Voorwaarde is dat blauwtongtype 6 een vaccin- en geen veldvirus blijkt te zijn.

In geval van een veldvirus gaat de tijdelijke vaarzenexport helemaal niet door. Maar dat is nog het minste probleem. Want op de lange termijn zorgt dat perspectief van een veldvirus voor een doemscenario. Volgens exporteur Veepro wordt de sector in 2009 de nek omgedraaid, als de uitkomst een veldvirus is. Dan ontstaat met dit beleid een groot probleem.

Als de uitkomst een vaccinvirus is, mag er tot 15 februari geëxporteerd worden. Maar dat is geen echte oplossing.
In de praktijk komen de onderzoeksresultaten van type 6 op z’n vroegst eind december binnen en kan de export medio januari hervat worden. Dan is er nog een maand over om te exporteren.

Vreemde tussenoplossing

De tijdelijke vaarzenexport lijkt een mooie geste, maar het bevreemdt wel dat export straks één maand toegestaan wordt. Nederland heeft de exportspelregels immers niet veranderd. Toch levert de periode tussen 15 januari en 15 februari schijnbaar minder risico op dan in de periode daarvoor en daarna.

Bovendien is het de vraag wat de tijdelijke export waard is. Exporteurs kunnen in een maand tijd niet veel ondernemen. Daardoor is de opening van het ministerie vooral een lege huls..

Exporteurs hebben namelijk tijd nodig. Ze moeten contracten afsluiten met afnemers als Algerije, Tunesië of Rusland. En dat kan pas als er zekerheid is. Die zekerheid komt er in het gunstigste geval begin januari. Exporteurs geven aan dat het een maand duurt om contracten te sluiten. Dan blijven er tot 15 februari maar een paar dagen over. Die datum moet dus opgeschoven worden.

Ook zijn er geen exportcertificaten. Het duurt zelfs nu waarschijnlijk nog maanden om die te krijgen. Tot slot is de registratie van vaarzen zeer problematisch. Een kwart van de dieren is geregistreerd. Het grootste gedeelte van de vaarzen kan niet eens naar het buitenland.

Elke maand €10 miljoen omzetschade

De gevolgen van de stilliggende vaarzenexport doen zich inmiddels steeds sterker voelen. Dit jaar stijgt de export niet boven de 7.000 dieren uit. Vorig jaar waren dat er nog 50.000.
In januari kostten exportvaarzen nog twee keer zoveel. De omzetschade is nu al €10 miljoen per maand.

Het is daarom wachten op realiteitszin van LNV en hopen dat type 6 een vaccinvirus is . Anders is de vaarzenexport ná 15 februari ook een lege huls.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    W Zandbergen

    Dat de omzet schade 10 miljoen euro is, is voor niemand zinvol om te weten. Waar het wel om gaat is: wat betekend de verminderde export van vee? Goedkoper vee in Nederland. Oftewel de exporteurs zijn plukkers, ten koste van de veehouders.

  • no-profile-image

    opfokker

    er zijn ook nog veehouders die opfokken en van de export proberen te bestaan dus als de vaarzen hier moeten blijven voor een lagere prijs dan moet alle ge produceerde melk ook maar in nederland blijven, wordt de opfok ook goedkoper omdat de melk dan niks meer kost

Of registreer je om te kunnen reageren.