Rundveehouderij

Achtergrond 366 x bekeken

Export van kennis

Via via krijgt Bert van Lier het verzoek de aankomst van 160 vaarzen in Oezbekistan te begeleiden. Het ontvangstbedrijf is een plaatje, maar ook hier zit veel mis.

Een Nederlandse exporteur van machines en vee hoorde van mijn werk en resultaten op het melkveebedrijf in Kazachstan. Het bedrijf, Matrix, exporteert veel landbouwmachines, stalinrichting en vaarzen naar Oezbekistan en langzaam maar zeker ook steeds meer in Kazachstan. Een klant van Matrix in Oezbekistan had nog net kans gezien om uit het laatste blauwtong-vrije gebied in Duitsland 160 vaarzen te kopen. Die stonden al in quarantaine toen de betreffende Duitse regio ook op slot ging.

Het bedrijf had in mei al een vliegtuig met 130 vaarzen uit Nederland binnengehaald. Die dieren hadden klauwproblemen en waren niet drachtig te krijgen. Daarom had de koper gezegd dat er bij de nieuwe partij van 160 dieren iemand mee moest komen die de veearts en inseminator in de praktijk dingen zou voordoen. Iemand om de locale mensen te leren hoe met koeien om te gaan dus.

Er was in de zomer al een Nederlander geweest die hun het een en ander uitlegde over hoe de klauwen te doen. Daar hebben ze ook veel aan gehad. Zijn adviezen kwamen echter wat laat voor de meeste koeien met klauwproblemen. Omdat de man weinig over vruchtbaarheid kon vertellen, moest er nu iemand komen om praktijkscholing te geven in plaats van te praten.

Robert Asseman van Matrix vroeg me daarom of ik naar Oezbekistan wou gaan om daar de 160 vaarzen in ontvangst te nemen en te helpen ze van het vliegveld af te krijgen en naar het bedrijf te brengen. Dan zou ik aansluitend ook nog eens 12 dagen op het bedrijf zijn van de koper, zodat ik een oogje in het zeil kon houden of het met de dieren wel goed zou blijven gaan. Dat leek me wel wat.

Het Oezbeekse melkveebedrijf is een heel mooi bedrijf. Van de gebouwen in Russische stijl zoals die overal staan zijn tweerijige loopstallen gemaakt. Er zitten mestschuiven in, koematrassen en ligboxen. De koeien die in mei aankwamen, zijn heel best, maar veel te mager. Zonde van zulke goede koeien, ze kregen te weinig energie.

Op het bedrijf werd, toen ik er kwam, zes keer per dag gevoerd, waarvan zelfs een keer ‘s nachts. En dat met heel veel handwerk. Er stond wel een nagelnieuwe voermengwagen, maar die werd niet gebruikt omdat deze niet achter de Russische trekkers zou passen. Matrix drukte me vooraf op het hart ervoor te zorgen dat machine gebruikt zou gaan worden vanwege arbeidsbesparing en het betere voeren.

De koeien kregen heel slecht gehakselde mais, met de hand gesneden voederbieten, katoenzaad met nog al wat katoen er bij (in de regio wordt katoen geteeld) en heel mooie luzerne. Het vreemde was dat de koeien daarvan veel te weinig vraten. Dat snapte ik niet, want het product rook heel goed en was mooi groen van kleur.

Van een alcoholfabriek neemt het bedrijf tarwegistconcentraat af: het vloeibare tarwe-restproduct dat overblijft na het proces. Dat eiwitrijke product vreten de koeien wel heel graag.

Wat in dit rantsoen ontbreekt, is een portie energie. Ze voeren dan wel wat gemalen tarwe, vitaminen en mineralen bij, maar dat is veel te weinig om de energiebehoefte te dekken. De koeien zijn dan ook veel te mager, bij een productie van tegen de 20 liter, 5 maanden na afkalven.

Mijn eerste advies was dus om de melkkoeien 4 kilo gemalen maiskorrel per dag bij te voeren, want op het Oezbeekse rantsoen houd je die koeien niet aan de gang. Als de koeien dan groeien, kan die hoeveelheid terug naar 3 kilo per dag. Het tegenwoord was dat mais duur is. Tsja, dat klopt. Maar als ze het niet voeren, buiten ze de koeien uit en moeten die veel te snel weg omdat ze op zijn.
(wordt vervolgd op 11 januari)

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.