Rundveehouderij

Achtergrond 210 x bekeken

Het werk

Een dag in de week houd ik me bezig met testen van runderen op tb. Daarbij kijk je in alle stallen en keukens, en die zijn heel anders dan in Nederland.

In Ierland komt nog tuberculose onder de koeien voor, bij ongeveer 0,1 procent van de runderen. De overheid verplicht dat elk rund ouder dan 6 weken jaarlijks op tbc wordt getest.

Deze test, vergelijkbaar met de mantouxtest bij mensen, gaat als volgt: op twee plaatsen in de huid van de nek injecteer je twee types van de tuberculosebacterie (vogel-tbc en runder-tbc). Drie dagen later kom je terug om te kijken of er zwelling is opgetreden op de twee injectieplaatsen.

Als de zwelling op de plek van de rundertuberculose meer dan 4 millimeter groter is dan de vogel-tbc, dan is het dier positief. Dit betekent dat dit dier in contact is geweest met runder-tbc en hier zeer waarschijnlijk nog steeds mee besmet is. Een positief dier moet geruimd worden. Tot nu toe ben ik één positief dier tegengekomen.

Bedrijfsbegeiding is onbekend

Naast tb-testing zijn er de calls: de visites voor zieke koeien (en soms paarden). Onze praktijk is een gemengde praktijk en zodoende behandelen we ook honden en katten. Hier in Ierland is het zeldzaam als een praktijk zich alleen maar richt op landbouwhuisdieren of alleen maar op gezelschapsdieren.

Voordeel van een gemengde praktijk is dat je echt allround ervaring opdoet. Van de andere kant heb je geen tijd om je in iets te specialiseren. Ik denk dat het voor mij als beginnend dierenarts goed is om allround te werken. Bouw ik een goede basis op en kan ik me later alsnog specialiseren.

Bedrijfsbegeleiding vindt niet of nauwelijks plaats. Natuurlijk geef je boeren adviezen, maar niet op regelmatig terugkerende tijdstippen. Graag zou ik bedrijfsbegeleiding promoten, maar hindernissen daarin zijn dat boeren niet gewend zijn om bedrijfsbegeleiding te hebben. Ze kennen het niet en weten niet welke voordelen ermee te behalen zijn.

Daarnaast zijn er weinig boeren die hun melk laten ‘scheppen’: men weet vaak wel de totale productie en gehaltes, maar niet uitgesplitst per koe. Gegevens die eigenlijk niet mogen ontbreken. Maar wie weet: eerst maar eens een vertrouwensband met de boeren opbouwen en dan kan ik proberen om meer boeren op kleine schaal te begeleiden.

Enkele anecdotes van de afgelopen week:

Ik moest ergens tien bloedjes gaan tappen: de boer noemde me de hele tijd al my dear. Na afloop vroeg ik of ik ergens mijn handen kon wassen. ‘O yes my dear’, alleen verontschuldigde de man zich dat hij geen warm water voor me had, wat helemaal geen probleem voor me was, maar goed.

Daarna zei hij tegen zijn ‘dear’ dat hij helaas geen handdoek voor me had. Ineens schoot hem wat te binnen: hij kwam terug met wc-papier ‘for you, my dear’, en ik kon mijn handen afdrogen!

Op een andere plek ging ik een paar koeien opvoelen om ze op dracht te controleren. Ze stonden opgesloten tussen een hek en een muur. Eentje was erg wild... nadat ik haar opgevoeld had en de volgende koe aan het opvoelen was, hoorde ik ineens vallende stenen, gekraak, een plof: de wilde koe was over de muur gesprongen. De muur was deels afgebrokkeld, het arme beest was meters naar beneden gevallen... Ik ging al kijken waar ze ergens gebleven was, maar de boer zei: ’Kijk, daar rent ze al!’ En ja hoor, het beest holde al door de aangrenzende wei!

« vorige | volgende »

Foto

Hanneke Mertens

Of registreer je om te kunnen reageren.