Pluimveehouderij

Nieuws 492 x bekeken

Broedeiverzekering onzeker

Zoetermeer – Het ministerie van ELI ziet geen kans om medewerking te geven aan de opzet van een broedeiverzekering voor vermeerderingsbedrijven in de pluimveevleessector.

Het ministerie wil de Europese GLB-subsidiegelden die hiervoor beschikbaar zijn anders inzetten. Het Productschap Pluimvee en Eieren wil op korte termijn in overleg met het ministerie.

 

Een en ander blijkt uit de vergaderstukken voor de sectorcommissie Pluimveevlees van donderdag.

De broedeiverzekering is bedoeld om bij uitbraken van vogelpest, een schadevergoeding te kunnen geven voor de waardevermindering van de broedeieren, doordat ze niet kunnen worden afgezet. In 2003 leden vermeerderaars grote schade doordat hun broedeieren niet konden worden afgezet. Over de opzet van zo’n verzekering voor de ongeveer 200 vermeerderingsbedrijven in de vleessector wordt al enkele jaren gesproken. Binnen het convenant Diergezondheidsfonds  zijn er tussen sector en overheid afspraken gemaakt om een voorziening op te zetten. Er is sprake geweest van een fonds, een verplichte verzekering, en nu wordt er gesproken over een vrijwillige verzekering.

Het ministerie heeft het Productschap Pluimvee en Eieren gevraagd of de sector nog steeds van plan is een eventuele broedeiverzekering volgend jaar op te starten. Volgens ELI zou het niet mogelijk zijn om per 1 januari te starten met de verzekering, omdat de Nederlandse Bank (DNB) nog geen vergunning heeft gegeven voor de verzekering. Volgens het PPE hoeft dat geen probleem te zijn. De startdatum van 1 januari is niet heilig.

In eerdere plannen voor een broedeiverzekering was sprake van een premie van 2 euro per dier die de vermeerderaars zouden moeten betalen. Dit bleek voor veel bedrijven een beletsel om met de verzekering mee te doen. “Het idee is nu om in de eerste pakweg acht jaar een verzekeringsbuffer op te bouwen met behulp van artikel-68-gelden van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)”, meldt secretaris Ben Dellaert van het PPE. “Tot er voldoende geld in de pot zit, zouden gelden uit het Diergezondheidsfonds gebruikt kunnen worden als een soort bankgarantie”, aldus Dellaert. Door deze maatregelen zou het mogelijk zijn om de verzekeringspremie voor deelnemers te drukken tot 25 cent per dier. Het is echter juist die aanwending van Diergezondheidsfonds die moeilijk ligt op het ministerie.

Dellaert verwacht dat er nu op korte termijn een nieuwe vergadering komt van de stuurgroep die zich met dit dossier bezig houdt.

Voor vermeerderingsbedrijven in de legsector speelt het probleem veel minder. Deze bedrijven zijn veelal onderdeel van grotere organisaties die zelf de risico's van ziekteuitbraken willen dragen.

Of registreer je om te kunnen reageren.