Pluimveehouderij

Nieuws 108 x bekeken

Wolleswinkel: binnen PPE verder kijken

Zoetermeer – Voorzitter Jan Wolleswinkel van de Nederlandse Organisatie van Pluimveehouders (NOP) wil binnen het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) bekijken hoe er nu verder moet worden gehandeld op het gebied van de vleeskuikenrichtlijn.

Donderdag schortte Wolleswinkel zijn deelname aan de stuurgroep op die met het ministerie van ELI onderhandelt over de implementatie van de richtlijn. Aanleiding was dat Wolleswinkel zich geschoffeerd voelde door het ministerie, omdat dit te weinig heeft gedaan met Wolleswinkels suggestie van een inventariserend onderzoek naar de manier waarop lidstaten omgaan met de 1,7 procent aftrek van de hokoppervlakte voor de aanwezigheid van voerinstallaties.

Voorzitter Gert Jan Oplaat is blij met de stap die Wolleswinkel nam. Ook hij wil via het PPE volgende stappen bespreken. ”We moeten nu binnen het PPE alle medewerking aan de implementatie opschorten. We moeten geen informatie uit de KIP-databank doorsturen en eisen dat de 1,7 procent van tafel gaat.” Ook vindt de NVP-voorzitter nog steeds dat er een oplossing moet komen voor de bedrijven die haantjes mesten en bijproducten uit de vermeerdering. ”Zij kunnen met geen mogelijkheid voldoen aan de mortaliteitseisen. Het gaat om 60 miljoen dieren per jaar, die onder de huidige regelgeving niet meer rendabel zijn te mesten.”

Het ministerie van ELI heeft laten weten dat de 1,7 procent aftrek definitief is en zal worden doorgevoerd. Het ministerie baseert zich op een eigen inventariserend onderzoek, waaruit blijkt dat er in de lidstaten verschillend mee wordt omgegaan. Daarom handhaaft het ministerie zijn eigen interpretatie.

Wolleswinkel vindt dat het ministerie te hard van stapel loopt. ”De afspraak was dat er in de stuurgroep op terug zou worden gekomen en dat hun inventarisatie naast die van ons zou worden gelegd en dat daarna conclusies zouden worden getrokken. Het ministerie trekt nu veel te snel een conclusie en negeert ons onderzoek. Wij worden niet serieus genomen”, aldus Wolleswinkel.
Wolleswinkel wil binnen het productschap overleggen over de situatie en over eventueel te nemen stappen. Wel houdt hij nadrukkelijk ook de overlegdeur op een kier. ”We gaan per onderdeel bekijken of we weer in overleg treden.”

Nepluvi-voorzitter Jan Odink, die ook in de stuurgroep deelneemt noemt de stap van Wolleswinkel begrijpelijk. ”Je ziet gewoon dat het ministerie toch weer een eigen extra kop op het Europese beleid zet, terwijl we al een kop hebben op het gebied van de voetzoollaesies en hakdermatitis. We hebben in Nederland gewoon te veel regeltjes die geen enkel doel dienen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.