Pluimveehouderij

Foto & video 5366 x bekeken 3 reacties

Parkhuisvesting voor vleeskonijnen

André Lansink bouwde een vleeskonijnenstal van 45 bij 17 meter en breidde hij uit naar 1.500 voedsters. Het bedrijf is gesloten; gemiddeld zijn er 11.000 vleeskonijnen. Lansink koos in de nieuwe stal voor parkhuisvesting. “Ik denk dat dit het systeem van de toekomst is."

Foto

  • André Lansink (47) houdt in het Brabantse Stevensbeek konijnen. Lansink komt oorspronkelijk uit Alverna (Gelderland), maar had daar geen mogelijkheid om een agrarisch bedrijf te beginnen. Als zzp’er werkte hij op diverse agrarische bedrijven en kwam hij ook op dit bedrijf dat geen opvolger had te werken. In 2010 kocht Lansink dit bedrijf.

    André Lansink (47) houdt in het Brabantse Stevensbeek konijnen. Lansink komt oorspronkelijk uit Alverna (Gelderland), maar had daar geen mogelijkheid om een agrarisch bedrijf te beginnen. Als zzp’er werkte hij op diverse agrarische bedrijven en kwam hij ook op dit bedrijf dat geen opvolger had te werken. In 2010 kocht Lansink dit bedrijf.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Het bedrijf aan de Mullemsedijk bestaat uit vier stallen. Hier ziet u links de vleeskonijnenstal en rechts de voedsterstal. Uiterst rechts op het bouwblok bouwde Lansink een vleeskonijnenstal van 45 bij 17 meter en breidde hij uit naar 1.500 voedsters. Het bedrijf is gesloten; gemiddeld zijn er 11.000 vleeskonijnen.

    Het bedrijf aan de Mullemsedijk bestaat uit vier stallen. Hier ziet u links de vleeskonijnenstal en rechts de voedsterstal. Uiterst rechts op het bouwblok bouwde Lansink een vleeskonijnenstal van 45 bij 17 meter en breidde hij uit naar 1.500 voedsters. Het bedrijf is gesloten; gemiddeld zijn er 11.000 vleeskonijnen.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • De voedsters zijn gehuisvest in welzijnshokken met voorin de nestbak. Nederland telt circa 47.000 voedsters, al jaren een vrij constant aantal, op een 65-tal bedrijven. Nederlanders eten niet veel konijn: 200 tot 300 gram per persoon. De Nederlandse konijnenhouderij is niet zelfvoorzienend.

    De voedsters zijn gehuisvest in welzijnshokken met voorin de nestbak. Nederland telt circa 47.000 voedsters, al jaren een vrij constant aantal, op een 65-tal bedrijven. Nederlanders eten niet veel konijn: 200 tot 300 gram per persoon. De Nederlandse konijnenhouderij is niet zelfvoorzienend.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • In de bodemvloer van het hok is een deel voorzien van een plastic matje voor het dierenwelzijn. “Dit is veel beter voor de voetzolen van de voedsters. We hebben nu geen enkel voetzoolprobleem meer”, zegt André Lansink. Zes keer per jaar ontvangt Lansink Hycole-grootouderkonijnen uit Frankrijk. Daarmee fokt hij de voedsters. “Alles met KI. In Nederland zijn twee konijnen-KI-stations. Met KI heb je betere bevruchtingsresultaten, geen ramkosten en minder arbeid”, aldus Lansink. Elf dagen na het werpen wordt de voedster weer geïnsemineerd. Jaarlijks wordt 110 procent van de voedsters vervangen.

    In de bodemvloer van het hok is een deel voorzien van een plastic matje voor het dierenwelzijn. “Dit is veel beter voor de voetzolen van de voedsters. We hebben nu geen enkel voetzoolprobleem meer”, zegt André Lansink. Zes keer per jaar ontvangt Lansink Hycole-grootouderkonijnen uit Frankrijk. Daarmee fokt hij de voedsters. “Alles met KI. In Nederland zijn twee konijnen-KI-stations. Met KI heb je betere bevruchtingsresultaten, geen ramkosten en minder arbeid”, aldus Lansink. Elf dagen na het werpen wordt de voedster weer geïnsemineerd. Jaarlijks wordt 110 procent van de voedsters vervangen.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Een voedster werpt 7,3 keer per jaar, met gemiddeld 10 jongen per worp. Lansink werkt met het 42-dagensysteem met twee groepen. “Elke drie weken komen dezelfde werkzaamheden terug: spenen, insemineren, jongen tellen, laden en schoonmaken. Op zondag of maandag tellen we de jongen en verdelen we ze over de voedsters. Een eersteworpsvoedster krijgt er 8, een tweedeworps 9 en de rest 10 konijntjes. De acceptatie van de babykonijntjes door een andere voedster is prima”, vertelt André. De dracht is 29 à 33 dagen.

    Een voedster werpt 7,3 keer per jaar, met gemiddeld 10 jongen per worp. Lansink werkt met het 42-dagensysteem met twee groepen. “Elke drie weken komen dezelfde werkzaamheden terug: spenen, insemineren, jongen tellen, laden en schoonmaken. Op zondag of maandag tellen we de jongen en verdelen we ze over de voedsters. Een eersteworpsvoedster krijgt er 8, een tweedeworps 9 en de rest 10 konijntjes. De acceptatie van de babykonijntjes door een andere voedster is prima”, vertelt André. De dracht is 29 à 33 dagen.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • “Een voedster voedt één keer per dag de jongen. Het uitvalspercentage is ongeveer 8 procent. Sinds we werken met welzijnskooien, een maatregel die de sector zichzelf heeft opgelegd, zijn de resultaten, conditie voedsters, aantal jongen en gewicht, verbeterd”, vertelt Lansink. De vroegere NOK (Nederlandse Organisatie Konijnenhouders) die enkele jaren geleden is opgegaan in LTO, wilde wetgeving voor zijn en ontwierp zelf welzijnseisen die later door de wetgeving zijn overgenomen. Op bedrijfsniveau is in 2011 50 procent en in 2016 100 procent welzijnshokken verplicht. Lansink had in 2011 al 98,5 procent welzijnshokken.

    “Een voedster voedt één keer per dag de jongen. Het uitvalspercentage is ongeveer 8 procent. Sinds we werken met welzijnskooien, een maatregel die de sector zichzelf heeft opgelegd, zijn de resultaten, conditie voedsters, aantal jongen en gewicht, verbeterd”, vertelt Lansink. De vroegere NOK (Nederlandse Organisatie Konijnenhouders) die enkele jaren geleden is opgegaan in LTO, wilde wetgeving voor zijn en ontwierp zelf welzijnseisen die later door de wetgeving zijn overgenomen. Op bedrijfsniveau is in 2011 50 procent en in 2016 100 procent welzijnshokken verplicht. Lansink had in 2011 al 98,5 procent welzijnshokken.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Lansink verving de inventaris in de bestaande stallen door welzijnskooien in 2010 en 2011. In 2013 verving hij twee sheds door een nieuwe vleeskonijnenstal. “In 2012 heb ik veel nagedacht en had ik precies voor ogen hoe mijn nieuwe stal eruit moest zien. Henk Holierhoek, de vorige eigenaar, werkte veel samen met Versleijen in Oirlo. Samen met hen heb ik de parkhuisvesting, het automatisch uitmestsysteem, de mestbanden en het voer- en drinksysteem ontworpen. Wat standaard te verkrijgen was, hebben we gebruikt en de rest is aangepast. Van buiten naar de centrale stal is padkoeling aangebracht, op warme dagen zorgt die ervoor dat het in de stal 4 tot 5 graden koeler is. Van de centrale gang naar de afdeling is een gestuurde inlaatopening geplaatst, die op drukverschil werkt en automatisch verder opengaat als er meer ventilatie gevraagd wordt.

    Lansink verving de inventaris in de bestaande stallen door welzijnskooien in 2010 en 2011. In 2013 verving hij twee sheds door een nieuwe vleeskonijnenstal. “In 2012 heb ik veel nagedacht en had ik precies voor ogen hoe mijn nieuwe stal eruit moest zien. Henk Holierhoek, de vorige eigenaar, werkte veel samen met Versleijen in Oirlo. Samen met hen heb ik de parkhuisvesting, het automatisch uitmestsysteem, de mestbanden en het voer- en drinksysteem ontworpen. Wat standaard te verkrijgen was, hebben we gebruikt en de rest is aangepast. Van buiten naar de centrale stal is padkoeling aangebracht, op warme dagen zorgt die ervoor dat het in de stal 4 tot 5 graden koeler is. Van de centrale gang naar de afdeling is een gestuurde inlaatopening geplaatst, die op drukverschil werkt en automatisch verder opengaat als er meer ventilatie gevraagd wordt.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Lansink wilde parkhuisvesting in de nieuwe stal. “Ik denk dat parkhuisvesting het systeem van de toekomst is. In eerste instantie wilde ik welzijnskooien bouwen, maar de slachterij vroeg naar parkhuisvesting.” Lansink plaatste vijf rijen parken. “Niets is standaard in de konijnenhouderij, dus dat betekent bouwen naar eigen inzicht.”

    Lansink wilde parkhuisvesting in de nieuwe stal. “Ik denk dat parkhuisvesting het systeem van de toekomst is. In eerste instantie wilde ik welzijnskooien bouwen, maar de slachterij vroeg naar parkhuisvesting.” Lansink plaatste vijf rijen parken. “Niets is standaard in de konijnenhouderij, dus dat betekent bouwen naar eigen inzicht.”

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Elke parkgroep huisvest 30 konijnen en meet 200 bij 108 centimeter, plus nog een plateau van 180 bij 50 centimeter. Na het spenen, tussen 28 en 35 dagen, worden de konijnen in de parken geplaatst, waar ze tot de slachtleeftijd van 11 weken blijven. Lansink heeft tweejarige afspraken met de Belgische slachterij Lonki. “Duitse retailers eisen 1.000 cm² leefoppervlakte per konijn. Daar voldoen wij aan.”

    Elke parkgroep huisvest 30 konijnen en meet 200 bij 108 centimeter, plus nog een plateau van 180 bij 50 centimeter. Na het spenen, tussen 28 en 35 dagen, worden de konijnen in de parken geplaatst, waar ze tot de slachtleeftijd van 11 weken blijven. Lansink heeft tweejarige afspraken met de Belgische slachterij Lonki. “Duitse retailers eisen 1.000 cm² leefoppervlakte per konijn. Daar voldoen wij aan.”

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • De konijnen hebben continu de beschikking over stro. Het verstrekken van ruwvoer is verplicht in parkhuisvesting.

    De konijnen hebben continu de beschikking over stro. Het verstrekken van ruwvoer is verplicht in parkhuisvesting.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Een houten blokje hangt in het park om aan te knagen. “Ik wil die vervangen door panlatjes die ik na elke ronde vervang. Dat is hygiënischer. Een konijn is gevoelig voor ziektes. Medicijnen geef je altijd te laat. Ik werk samen met DAP Horst met een gespecialiseerde konijnendierenarts.”

    Een houten blokje hangt in het park om aan te knagen. “Ik wil die vervangen door panlatjes die ik na elke ronde vervang. Dat is hygiënischer. Een konijn is gevoelig voor ziektes. Medicijnen geef je altijd te laat. Ik werk samen met DAP Horst met een gespecialiseerde konijnendierenarts.”

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Het voorschrift is minimaal twee pijpen per park, waar konijnen in weg kunnen kruipen, als afleidingsmateriaal. “Konijnenurine slaat neer als witte afzetting op de buis en is moeilijk te verwijderen. Ik denk nog na over een constructie hoe ze minder vuil worden.”

    Het voorschrift is minimaal twee pijpen per park, waar konijnen in weg kunnen kruipen, als afleidingsmateriaal. “Konijnenurine slaat neer als witte afzetting op de buis en is moeilijk te verwijderen. Ik denk nog na over een constructie hoe ze minder vuil worden.”

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Lansink plaatste 18 grote ledlampen. “Anders waren er 66 tl-lampen nodig. Een konijn is een schemerdier. Alleen bij voeren en werken zijn alle lampen aan”, licht André Lansink toe. De stal voldoet aan de Maatlat Duurzame Veehouderij, die verplicht tot ammoniakreductie, dierenwelzijn en energiebesparende maatregelen.

    Lansink plaatste 18 grote ledlampen. “Anders waren er 66 tl-lampen nodig. Een konijn is een schemerdier. Alleen bij voeren en werken zijn alle lampen aan”, licht André Lansink toe. De stal voldoet aan de Maatlat Duurzame Veehouderij, die verplicht tot ammoniakreductie, dierenwelzijn en energiebesparende maatregelen.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Voerhoppers en wateraanvoer per rij. De voerhoppers komen uit de pluimveehouderij, het valsysteem uit de varkenshouderij. Victoria Mengvoeders levert de voeders. Konijnenportaal.nl, een initiatief van Victoria Mengvoeders, is een internetapplicatie met digitale kennisdeling over de konijnenhouderij. Konijnenhouders kunnen inloggen met hun persoonlijke account en krijgen toegang tot diverse applicaties voor het delen van kennis en ondersteuning.

    Voerhoppers en wateraanvoer per rij. De voerhoppers komen uit de pluimveehouderij, het valsysteem uit de varkenshouderij. Victoria Mengvoeders levert de voeders. Konijnenportaal.nl, een initiatief van Victoria Mengvoeders, is een internetapplicatie met digitale kennisdeling over de konijnenhouderij. Konijnenhouders kunnen inloggen met hun persoonlijke account en krijgen toegang tot diverse applicaties voor het delen van kennis en ondersteuning.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Elk park heeft twee voerbakken. Per vier dieren voldoet een voervakje. “Op de rand hebben we een roestvrijstalen strip geplaatst. Konijnen knagen overal op.” De konijnen krijgen 9 uur per dag voer.

    Elk park heeft twee voerbakken. Per vier dieren voldoet een voervakje. “Op de rand hebben we een roestvrijstalen strip geplaatst. Konijnen knagen overal op.” De konijnen krijgen 9 uur per dag voer.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • “Ik heb zes konijnen per drinknippel. Dat is lager dan de norm. Ik noteer de wateropname dagelijks en let op veranderingen en de oorzaken daarvan”, legt Lansink uit.

    “Ik heb zes konijnen per drinknippel. Dat is lager dan de norm. Ik noteer de wateropname dagelijks en let op veranderingen en de oorzaken daarvan”, legt Lansink uit.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • “Het uitmestsysteem komt uit de pluimveehouderij. Versleijen Oirlo plaatste plaatwerk van roestvrij staal tegen de agressieve konijnenmest. De gier loopt onder in de kelder.” Lansink ontmest elke twee dagen.

    “Het uitmestsysteem komt uit de pluimveehouderij. Versleijen Oirlo plaatste plaatwerk van roestvrij staal tegen de agressieve konijnenmest. De gier loopt onder in de kelder.” Lansink ontmest elke twee dagen.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Elke rij heeft een eigen watervoorziening met spoelmogelijkheid. Het spoelen gebeurt tegen de stroomrichting in om effectiever te kunnen reinigen.

    Elke rij heeft een eigen watervoorziening met spoelmogelijkheid. Het spoelen gebeurt tegen de stroomrichting in om effectiever te kunnen reinigen.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Lansink weegt wekelijks drie hokken per rij om het gewichtsverloop goed te kunnen volgen. Een voedster levert per jaar circa 142 kilo konijn en heeft daarvoor 500 kilo voer nodig. De voederconversie is dus 3,5.

    Lansink weegt wekelijks drie hokken per rij om het gewichtsverloop goed te kunnen volgen. Een voedster levert per jaar circa 142 kilo konijn en heeft daarvoor 500 kilo voer nodig. De voederconversie is dus 3,5.

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Lansink ontvangt regelmatig groepen en schoolklassen. “Ik vind het belangrijk om te laten zien hoe wij konijnen houden. Ik start altijd bij deze poster waarop de keten goed uitgelegd wordt. Konijnenvlees is mager en gezond vlees met gunstige eiwitten, wat helaas bij consumenten relatief onbekend is. Promotie om de konijnenvleesconsumptie te stimuleren zou geweldig zijn, maar dat is voor een kleine sector heel moeilijk te realiseren.”

    Lansink ontvangt regelmatig groepen en schoolklassen. “Ik vind het belangrijk om te laten zien hoe wij konijnen houden. Ik start altijd bij deze poster waarop de keten goed uitgelegd wordt. Konijnenvlees is mager en gezond vlees met gunstige eiwitten, wat helaas bij consumenten relatief onbekend is. Promotie om de konijnenvleesconsumptie te stimuleren zou geweldig zijn, maar dat is voor een kleine sector heel moeilijk te realiseren.”

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven
  • Vleeskonijnen: een kleine, vrij onbekende sector met een hoog aaibaarheidsgehalte. “Een sector met toekomst als we kunnen voldoen aan de welkzijnsnormen. We moeten kijken wat het beste is voor het konijn en niet wat de mens wil. Ik vind het een geweldig mooie sector met mooie uitdagingen. Ik streef altijd naar verbeteringen.”

    Vleeskonijnen: een kleine, vrij onbekende sector met een hoog aaibaarheidsgehalte. “Een sector met toekomst als we kunnen voldoen aan de welkzijnsnormen. We moeten kijken wat het beste is voor het konijn en niet wat de mens wil. Ik vind het een geweldig mooie sector met mooie uitdagingen. Ik streef altijd naar verbeteringen.”

    Foto: Monique van Loon-van Duijnhoven

Monique van Loon-van Duijnhoven

Laatste reacties

  • Fermer

    Mooie reportage, leuk om te zien dat jezelf vindingrijk kunt zijn in het realiseren van je wensen.
    De parkhuisvesting ziet er goed uit, hoe bevalt dit tov van de welzijnskooien? Is dit duurder en krijg je daar een meerprijs voor, of is het anticiperen op de toekomst?

  • tjeu24

    prachtig dat je zo goed met je vak bezig bent en heel erg mooi hoe alles bedacht is in de nieuwe stal veel succes

  • AgriContent

    Reactie André Lansink: deze parkhuishuisvesting bevalt heel goed. Ik ontvang nu een meerprijs van de slachterij. Met parkhuisvesting anticipeer ik op de toekomst waarin welzijn toch steeds belangrijker wordt.

Of registreer je om te kunnen reageren.