Pluimveehouderij

Foto & video 4641 x bekeken

Kuikenstallen met inpandige warmtewisselaar

Johan Baas koos voor inpandige warmtewisselaars vanwege een hoger rendement, de langere levensduur en meer arbeidsvreugde. “In de praktijk moet blijken of dit ook zo is.”

Foto

  • Johan Baas (50) heeft in Harkema (Fr.) een vleeskuikenbedrijf met zes stallen op twee locaties. Op de thuislocatie staan vijf stallen met een totale vloeroppervlakte van 8.000 vierkante meter. Op een tweede locatie buiten het dorp staat een stal van 820 vierkante meter. Op de foto poseert Baas met zijn vrouw Gea (47) en dochters Gerike (16, rechts) en Marilène (12). Foto’s: Marten Sandburg Fotografie, tekst: Bouke Poelsma

  • Onlangs verlengde Baas een van zijn bestaande stallen (rechts) en bouwde hij een volledig nieuwe stal. Beide stallen zijn 125 meter lang (vloeroppervlakte). De nieuwe stal is met 25 meter iets breder dan de verlengde stal (21 meter). De stallen zijn aan de achterzijde aan elkaar verbonden. Ze hebben een gezamenlijk emissiepunt. Deze foto is gemaakt vanaf een hoogwerker, die geposteerd staat in de emissietoren.

  • Detail van de verlengde en verbrede vleeskuikenstal. Baas is bouwkundig onderlegd. Hij bouwde in eigen beheer, samen met buurman Gerben de Jong, die zzp’er is. “De nieuwe stal heeft 3.150 vierkante meter staloppervlak. De bouwkosten liggen net boven €10 per kuikenplaats”, zegt Baas.

  • Op deze foto is goed te zien dat de nieuwe stal (links) en de verlengde stal aan elkaar zijn gekoppeld. De uitgaande lucht van beide stallen komt terecht in een tunnel en wordt naar de emissietoren gestuwd.

  • Beide stallen hebben een inpandige warmtewisselaar. “Ik wist van interne systemen in de legsector. Ik ben gaan tekenen en heb contact opgenomen met Plettenburg en gevraagd of dit ook bij mogelijk was.” Een inpandige warmtewisselaar gaat volgens Baas langer mee en haalt bovendien een hoger rendement. “Doordat ik eenvoudig en onder dak kan schoonmaken geeft het me ook meer arbeidsplezier”, vertelt de vleeskuikenhouder. “In de praktijk moet blijken of het uitkomt.”

  • De warmtewisselaars zijn weggewerkt in de nok van de stallen. Via een luik in de achterwand van de stallen kan Baas op veilige wijze bij de wisselaars komen.

  • Belangrijk aandachtspunt bij de inpandige wisselaars is het schoonmaken ervan. Baas kan de wisselaars volledig afsluiten, zodat hij nog tijdens de ronde kan schoonmaken. Doordat de wisselaars op afschot zijn geplaatst (10 procent) loopt het spoelwater automatisch naar achteren weg. “Ook condenswater wordt op die wijze afgevoerd, maar dan via de hemelwaterafvoer.”

  • Om te voorkomen dat het spoelwater en het condenswater voor lekkage zorgen, heeft Baas de buitenzijde van de warmtewisselaar goed beschermd.

  • Hier is de klep te zien die bepaalt waar het water naartoe gaat. Als het condenswater betreft tijdens de ronde - zo’n 800 liter per dag - gaat het via de hemelwaterafvoer. Indien het schoonmaakwater is, wordt het geloosd op de spoelwaterput.

  • Bijzonder is ook de opstelling van de ventilatoren in de achterzijde van de stal. Die zijn in een hoek van 45 graden geplaatst. “Dat is zo gemaakt om de uitgaande stallucht in de richting van de emissietoren te stuwen”, legt Baas uit. De kleppen kunnen op deze manier perfect weggewerkt worden.

  • De uitgaande lucht van beide stallen komt in een tunnel terecht en wordt richting de emissietoren gestuwd. Voordat de lucht de emissietoren verlaat, denkt Baas het gros van het stof al te hebben afgevangen. Ook de lucht van de warmtewisselaar komt in deze tunnel (geen extra emissiepunt). De HP-panelen in deze tunnel zijn op eenvoudige wijze te reinigen, mede door de vernevellijn.

  • De stallen hebben een gezamenlijke technische ruimte. Dit voerlokaal bevindt zich aan de achterzijde van het bedrijf. “Zo heb ik alle techniek gecentraliseerd. De noodstroomvoorziening (aggregaat) en het transformatorhuisje staan hier in de buurt.”

  • Het Watter-systeem. Dit systeem wordt toegepast voor het desinfecteren van water en stallen. Met enkel grondwater, zout en elektriciteit kan Baas eenvoudig een veilig, duurzaam desinfectiemiddel produceren als vervanging van ontsmettingsmiddelen als formaline, chloor, natronloog en waterstofperoxide.

  • Het duurzame desinfectiemiddel dat door het Watter-systeem wordt geproduceerd, wordt aangeduid met de naam Nontox.

  • De nieuwe stal is volledig opgetrokken uit sandwichpanelen. De stallen zijn goed geïsoleerd. De gemiddelde rc-waarde is 4,5. Wat opvalt zijn de spanten en gordingen in de stal. De betonnen rand zorgt ervoor dat Baas gemakkelijk met zijn shovel langs de wanden kan rijden en beschermt de panelen.

  • Beeld van de gordingen. Baas verwacht niet dat de spanten en gordingen voor problemen zorgen bij het sturen van de inlaatlucht. “Met de spoilers op de luchtinlaatventielen kan ik voldoende sturen.”

  • Detailfoto in de verlengde en verbrede stal.

  • Baas werkt met zomer- en winterinlaatkleppen. Die zijn op verschillende hoogtes geplaatst. Baas kan ze afzonderlijk van elkaar inzetten. Voor dagen met tropische temperaturen heeft hij extra kleppen in de kopgevel van de stallen.

  • Het voeren gebeurt vanuit het midden. Dat is in stallen met dergelijke afmetingen geen overbodige luxe. Zo weet Baas het voer toch snel rond te draaien.

  • Speciaal voor de vangploeg liet Baas een kantine maken aan de voorzijde van de stal. “De kippenvangers zijn vaak onrustig. Zo kunnen ze goed in de gaten houden of de vrachtwagen al aan komt rijden. Ook blijven de loopafstanden hierdoor zo kort mogelijk”, legt Baas uit. Meer over de nieuwbouw van Johan Baas in het volgende nummer van Pluimveehouderij. Op zaterdag 15 september is er een open dag op het bedrijf. Bezoekers zijn tussen 13.00 en 17.00 uur welkom aan de Betonwei 26 in Harkema.

Of registreer je om te kunnen reageren.