Pluimveehouderij

Foto & video 4724 x bekeken

Twee nieuwe stallen voor 42.000 legmoederdieren

Pluimveevermeerderingsbedrijf Schimmel in het Betuwse Kesteren (Gld.) bouwde twee nieuwe stallen voor 42.000 legmoederdieren. De stallen zijn ingericht met RED-L-volières.

Foto

  • Kees (57), Anke (52) en Maarten (23) Schimmel hebben in Kesteren (Gld.) een pluimveevermeerderingsbedrijf. De vermeerderaars bouwden de afgelopen maanden twee nieuwe stallen. De bedrijfscapaciteit verdubbelt daardoor van 21.000 naar 42.000 legmoederdieren. Foto’s: Bart Nijs Vakfotografie, tekst: Bouke Poelsma

  • Voordat Kees Schimmel in 1986 het pluimveebedrijf in Kesteren kocht, huurde hij een vleeskuikenouderdierenbedrijf met 16.000 dieren in Renswoude. „Daar zat geen toekomst in, zodat ik op zoek ben gegaan naar een ander bedrijf”, vertelt de vermeerderaar. In Kesteren vond hij een bedrijf met toen nog twee traditionele scharrelstallen. „In 1995 hebben we een stal gerenoveerd en met volières ingericht. We waren destijds een van de eersten met zo’n systeem”, zegt de pluimveehouder.

  • Hoewel de twee bestaande stallen nog niet helemaal waren versleten, koos Schimmel ervoor om ze te vervangen door twee nieuwe exemplaren. „Na veel vijven en zessen hebben we de knoop doorgehakt. Nu hebben we alles straks goed op orde en voldoen we aan alle milieueisen. Bovendien had mijn zoon Maarten kenbaar gemaakt het bedrijf over te willen nemen”, vertelt Schimmel.

  • De twee stallen zijn vrijwel identiek. Alleen bevindt zich aan de voorzijde van de rechter stal de hygiënesluis, het eierlokaal en de opslagruimte; deze stal is met 97 meter daardoor 14 meter langer dan de linker stal op het bedrijf. Beide stallen zijn 17 meter breed.

  • Op het vermeerderingsbedrijf gelden strenge hygiëne-eisen. Wanneer de stal straks in gebruik is, komt vrijwel niemand meer naar binnen. „De dierenarts en de voorlichter moeten verplicht douchen”, vertelt Schimmel.

  • Een overzichtsfoto van het nieuwe eierlokaal. Kees Schimmel kijkt ernaar uit om hier straks weer aan de slag te gaan. De laatste ronde op het bedrijf eindigde in oktober 2011. „Daarna hebben we gesloopt en gebouwd. Het was geen vervelende periode hoor, maar ik ben kippenhouder en geen aannemer”, zegt Schimmel.

  • De Elgra 3-sorteermachine is speciaal bedoeld voor broedeieren. De kleine en grote eieren worden gescheiden van de rest gesorteerd. „De broederij wil graag uniforme eieren”, legt Kees Schimmel uit. Het bedrijf werkt op contractbasis voor Kuikenbroederij Het Anker.

  • Dit zijn de stalcomputers. Bedrijfsopvolger Maarten Schimmel zal het werken ermee snel onder de knie hebben. Na het afronden van de mas in Geldermalsen ging zoon Maarten aan de slag als systeembeheerder, iets wat hij nu nog altijd fulltime doet. Vader Kees Schimmel: „Mijn vrouw Anke doet de administratie. Ik werkte voorheen nog een dag per week bij een hoveniersbedrijf. Nu we zijn verdubbeld, stop ik daarmee. De arbeid op het bedrijf neemt toe. Per hen denken we minder werk te hebben.” Schimmel zet in op een daling van het aantal buitennesteieren.

  • Een centrale gang verbindt beide stallen. De brandweer verplichtte de pluimveehouders een brandwerende muur in de gang te plaatsen. De eieren gaan via elevators naar de eierband. Vader en zoon Schimmel kunnen zo gemakkelijk onder de eierband door lopen. Dat is geen overbodige luxe. Beide pluimveehouders zijn langer dan 2 meter.

  • Het pluimveebedrijf heeft nog geen netverzwaring gehad. Deze aggregaat kan bijspringen op het net. „Wanneer de stroom uitvalt, neemt de aggregaat het vrijwel meteen helemaal over”, zegt Maarten Schimmel.

  • De stallen zijn ingericht met het RED-L-volièresysteem. RED-L staat voor Rusten, Eten, Drinken en Leggen. In overleg met Het Anker kozen de legvermeerderaars voor dit systeem. „Het was voor ons eigenlijk ook het enige systeem dat in aanmerking kwam”, vertelt Kees Schimmel. In Nederland zijn zo’n 40 bedrijven met legmoederdieren. Slechts enkele ervan werken met volières. Het overgrote deel werkt nog met traditionele scharrelstallen.

  • Legouderdieren zijn niet te vergelijken met vleeskuikenouderdieren. De hanen – 1.500 per stal – zijn vitaal en gaan de hele ronde mee. De uitval is minimaal en bijplaatsen is niet nodig. De legpercentages van legmoederdieren zijn vergelijkbaar met die van reguliere leghennen. „Ze kunnen pieken op 97 procent, waarna ze zakken naar 80 procent”, vertelt Kees Schimmel.

  • Deze roostervloer verbindt beide systeemrijen. Opvallend: voor legmoederdieren bestaan geen welzijnseisen. De precieze reden daarvan is Kees Schimmel onbekend, al kan het volgens hem zo zijn dat dit komt door de beperkte omvang van de bedrijfstak. „Het betekent ook niet dat wij meer dieren per vierkante meter houden. De aantallen komen overeen met reguliere leghennenbedrijven. „Een teveel aan dieren beïnvloedt het technische en dus ook het financiële resultaat.”

  • Hennen en hanen hebben in deze brede scharrelruimte volop de mogelijkheid elkaar te ontmoeten. Het bedrijf gaat straks twee rassen houden: Dekalb wit en Bovans Brown.

  • Onder de systeemrijen is de ledverlichting zichtbaar. Net als veel reguliere leghennenhouders krijgen de Schimmels straks 17-weekse hennen. Een ronde duurt ruim een jaar. Na een week of 70 is een ronde meestal ten einde. „De dieren worden steeds ouder. Als pluimveehouder wil je er zo lang mogelijk gebruik van maken”, vertelt Kees Schimmel.

  • Om de dieren te laten wennen aan de volières en de nesten wordt de scharrelruimte onder de syteemrijen de eerste drie weken afgesloten. Dit soort gaaswanden zorgt daarvoor.

  • Compartimentering is op dergelijke vermeerderingsbedrijven niet verplicht. Op bezoek bij een collega in Brabant merkten Kees en Maarten Schimmel echter dat dit toch wel handig is. „Wanneer je door de stal loopt, krijg je al snel alle dieren achter je aan. Door de stal in twee delen te splitsen kunnen we dat toch enigszins voorkomen”, vertelt Kees Schimmel.

  • De vermeerderaars kunnen – wanneer dat nodig blijkt – de stal eenvoudig in meerdere compartimenten verdelen. Deze gaasjes in de volières zijn daarom alvast aangebracht. „Het is lastig om dit tussentijds nog eens aan te brengen. Vandaar dat we dit nu al hebben gedaan.”

  • Een foto van de mestbandbeluchting.

  • Het drogen van de mest gebeurt met stallucht.

  • In de stallen staan straks enkele ruifjes met luzerne. Die dienen als afleidingsmateriaal voor de kippen. De ruifjes zijn ook goed voor punten voor de Maatlat Duurzame Veehouderij, waaraan de stallen voldoen.

  • De inlaatventielen bevinden zich hoog in de zijwanden van de stal. Dat heeft te maken met de hoogte van de systeemrijen. „De verse lucht moet immers ook het midden van de stal bereiken”, zegt Kees Schimmel.

  • De legvermeerderaars werken met lengteventilatie. De inkomende lucht wordt gestuurd op basis van onderdruk.

  • Met dank aan deze stofkappen achter de stallen vindt de uitstoot van fijnstof plaats op 7 meter hoogte.

  • De mest wordt achter de stallen verzameld in een container en gaat naar de biomassacentrale in Moerdijk (BMC Moerdijk). Vermeldenswaardig: twee broers van Kees Schimmel zijn ook werkzaam in de pluimveewereld. De een heeft een vleeskuikenouderdierenbedrijf in Renswoude. De ander staat aan het hoofd van Centurion Poultry, een grote integratie die 25 procent van de Amerikaanse legkippenmarkt bedient. Meer weten over het legvermeerderingsbedrijf van familie Schimmel? Kijk dan op www.schimmelpluimvee.nl .

Of registreer je om te kunnen reageren.