Pluimveehouderij

Foto & video 850 x bekeken

Snoeihout drukt stookkosten

Goedkoper stoken, gezonder klimaat en betere technische resultaten. Dat is de tendens op vleeskuikenbedrijven die omschakelen van gasgestookte verwarmingsinstallaties op verbranden van hout.

Foto

  • Vleeskuikenhouders Jeroen van ’t Erve in Balkbrug en Gijs van Oosterhout in Wijhe maakten een half jaar geleden de overstap naar houtstook. Zaterdag 7 juni 2008 hielden ze open dag op het bedrijf van maatschap Van ’t Erve en deelden ze hun ervaringen met zo’n 150 bezoekers.

    Het hart van de verwarmingsinstallatie is een houtgestookte kachel van het Oostenrijkse merk Mawera. Het vermogen is afgeregeld op 500 kW. De kachel heeft een zogenoemd vlakrooster verbrandingssysteem voor een zo volledig mogelijke verbranding met zo min mogelijk verbrandingsresten. Het water in de ketel wordt opgewarmd tot ca. 110 0C. Van ’t Erve verwarmt hiermee de vier stallen met circa 120.000 kuikens verwarmd via cv-buizen. Daarnaast gaat er dagelijks rond de 10 m3 warm water naar de tweede tak op dit bedrijf: 960 vleeskalveren.

    Op het bedrijf van Van Oosterhout houden warmwaterheaters (Wesselmann) de vijf stallen voor in totaal 135.000 op de gewenste temperatuur.

    Tekst en foto's: Wim Wisman

  • De almaar oplopende stookkosten waren een belangrijke reden voor Jeroen van ’t Erve (geruit overhemd) en Gijs van Oosterhout (donkerblauw t-shirt) hun gasgestookte heaters te vervangen. De stijgende gasprijs leidt niet alleen tot hogere stookkosten, maar ook tot minder goede technische resultaten en hogere gezondheidskosten bij winterkoppels. ,,Dat komt omdat je geneigd bent vanwege de gasprijs de ventilatie te knijpen om zo min mogelijk warmte te verliezen. Tegelijkertijd vraagt het in aanleg steeds sneller groeiende kuiken juist meer zuurstof. Om deze tegengestelde bewegingen te doorbreken moet je proberen goedkoper te stoken zodat je makkelijker ventileert,’’ redeneren de Overijsselse vleeskuikenhouders.

  • De brandstof op beide bedrijven bestaat uit versnipperd snoeihout. Het wordt geleverd door gemeentes en hoveniersbedrijven. Beide vleeskuikenhouders zeggen er voldoende van te kunnen krijgen. De gemiddelde kosten ervan liggen tussen 20 en 25 euro per ton. Van ’t Erve slaat de houtsnippers op in een loods, Van Oosterhout in de open lucht op een betonplaat. Beide zeggen er op te hopen dat in de toekomst ook mest mogen verbranden. ,,Waarom hier niet, terwijl het 30 kilometer verderop, in Duitsland, wel mag?,’’ vraagt Jeroen van ’t Erve zich af.

  • De houtsnippers worden volautomatisch met een hydraulische ‘walking floor’ in de kachel ingevoerd. ,,Dat is wat ons betreft een voorwaarde. We zijn vleeskuikenhouder en willen onze aandacht kunnen richten op de dieren en zo min mogelijk werk hebben met bijkomende zaken,’’ aldus Van ’t Erve en Van Oosterhout. De installatie zelf vergt weinig werk is hun ervaring tot nu toe, gemiddeld een half uur per week. De arbeidsbehoefte varieert van tien minuten per week voor het uithalen van de as tot incidenteel een paar uur voor het schoonmaken van de warmtewisselaar. Van Oosterhout reinigt de wisselaar routinematig na elke ronde. Van ’t Erve minder vaak. Volgens de leverancier Estufa in Wijhe hangt de noodzaak van deze schoonmaak af van de kwaliteit van de brandstof en de rookgastemperatuur. Over duurzaamheid van de installatie maken de vleeskuikenhouders zich geen zorgen. Oostenrijkse ervaringen leren dat een dergelijke kachel zeker twintig jaar meekan.

  • Voor de aanschaf van een volautomatische houtverbrandingsinstallatie moet flink in de buidel worden getast. Jeroen van ’t Erve investeerde in totaal 325.000 euro in kachel, houtinvoer, ketelhuis en overdekt opslag. Gijs van Oosterhout plaatste de kachel in een bestaande ruimte en slaat de houtsnippers op in de open lucht. Bij hem was de rekening inclusief de warmwaterheaters 250.000 euro. Beide ondernemers konden gebruik maken van een provinciale subsidie van circa 38.000 euro. Daarnaast is er een fiscaal voordeel via de Energie-investeringsaftrek (EIA). En dat pakt gunstig uit omdat 2007 een goed ‘kuikenjaar’ is geweest.

    Met verrekening van de subsidie en het fiscale voordeel, verwachten beide ondernemers de investering in de kachel in twee jaar te hebben terugverdiend en de totale investering in vier tot vijf jaar. Daarbij hebben ze rekening gehouden met de betere daggroei van de kuikens. Die is twee tot drie gram hoger dan voorheen. ,,Daar kun je de brandstof al bijna van betalen.’’ Gijs van Oosterhout noemt als voordeel ook de drogere mest. Daardoor voert hij nu zo’n 60 ton minder mest af dan voorheen.

Wim Wisman

Of registreer je om te kunnen reageren.