1769 x bekeken 1 reactie

‘Duurzame innovatiekansen in pluimveesector’

Innovatieve doorbraken zoals Kipster en Rondeel zitten in de eerste fase van een mogelijke doorbraak van meer duurzaamheid in de pluimveesector. Volgende belangrijke stappen moeten worden gezet.

De pluimveesector staat voor grote uitdagingen om zichzelf te transformeren tot een duurzame sector. Innovatieve concepten om de sector dier- en milieuvriendelijker te maken zoals Rondeel en Kipster hebben potentie om early adopters aan zich te binden en een revolutie te ontketenen.

Het nieuwste radicale concept in de pluimveesector is Kipster. Dit concept betreft een diervriendelijke stal die voorziet in alle behoeften van de kip. De stal is milieuvriendelijk gemaakt, waarbij gebruik wordt gemaakt van zonne-energie en restafval wordt geminimaliseerd. Op economisch vlak is rekening gehouden met schaalgrootte en het verlagen van de transactiekosten in de keten, door de eieren te verpakken op het erf van de Kipster.

Hogere prijs vragen

De eieren en het vlees van Kipster worden in de toekomst verkocht aan retailketen Lidl. Wakker Dier is blij met dit concept, omdat er geen overbodige haantjes worden vergast. De verwachting is dat de Dierenbescherming voor zowel de eieren als het vlees het maximum van 3 sterren toekent van het Beter Leven keurmerk. Daardoor kunnen boeren een hogere prijs vragen voor eieren en vlees.

Kenners van de pluimveesector zien veel gelijkenissen met het Rondeel-concept. Ook dit concept staat voor vrije uitloop en een diervriendelijke omgeving voor kippen, waarbij ook veel oog is voor duurzaamheid in de gehele productie van eieren. Na zeven jaar zijn er drie rondeelstallen in gebruik en twee mini-Rondeels. Zij hebben echter ook enkele tegenslagen gehad.

Waarom slagen niet alle duurzame innovaties?

Belangrijk is dat de duurzame innovatie een goed alternatief is ten opzichte van bestaande producten en services. Een alternatief, niet alleen voor de eindconsument, maar voor alle ketenpartners.

De pluimveesector trekt nauwelijks nieuwe boeren aan, omdat de markt van de boer tot aan de retail verzadigd is, dus nieuwe concepten dienen de bestaande uit de markt te duwen. Dan gaat het niet alleen over duurzaamheid, ook thema’s als financiën spelen een grote rol.

Gezonde kasstroom

Nieuwe concepten dienen een gezonde kasstroom te hebben om te overleven en voor ketenpartners dient het aantrekkelijk te zijn om over te stappen. Dit is een ambitieus doel voor nieuwe concepten. De ontwikkelkosten van een nieuwe stal zijn hoog en kunnen terugverdiend worden door veel eieren of kippenvlees te verkopen. Maar is de vraag kleiner dan het aanbod, dan worden eieren afgeprijsd. Ondanks dat transactiekosten uit de keten worden gehaald door de verpakking ter plaatse te doen, hebben de ondernemingen ook te maken met substantiële logistieke kosten van transport, marketing en kippenvoer.

‘Zolang de consument geen onderscheid kan maken tussen vrije uitloop en innovatieve systemen, zal de vraag naar deze producten niet toenemen’

Initiatieven als Rondeel en Kipster zijn nieuwe businessmodellen met een betere integratie van dieren- en milieuwelzijn dan bij bestaande modellen voor biologische en vrije uitloopeieren. Maar consumenten in de winkel zien diverse eieren met 3 sterren van het Beter Leven-keurmerk en zullen weinig smaakverschil ervaren tussen Rondeel, Kipster of ‘gewone’ vrije uitloopeieren.

Een ei is bovendien een low interest-product, dus het onderscheidend vermogen op productniveau is laag. Rechtvaardigt het nieuwe businessmodel dan switchingkosten van een gevestigde pluimveehouder die wil overstappen? Zolang de consument geen onderscheid kan maken tussen vrije uitloop en innovatieve systemen zoals Kipster en Rondeel, zal de vraag naar deze producten niet toenemen. Dat moedigt gevestigde boeren niet aan om te investeren in een nieuwe stal.

Transformatieproces kost tijd

Innovatieve doorbraken verlopen via een transformatieproces en dat kost tijd. Initiatieven zoals Kipster en Rondeel zitten in de eerste fase van een mogelijke doorbraak van meer duurzaamheid in de pluimveesector. Ondernemers die in deze introductiefase de markt willen transformeren, moeten de kloof overbruggen tussen enthousiastelingen in dierenwelzijn en duurzaamheid en de early adopters onder de pluimveehouders die economisch denken. Deze innovatieve boeren zullen de transformatie naar duurzaamheid omarmen, als ze verenigd zijn met een gemeenschappelijk probleem waarvoor op dat moment nog geen oplossing voorhanden is. Dit vraagt van ketenpartners dat ze een langetermijnrelatie aangaan en de consument weten te verleiden met een concept dat echt anders is dan bestaande producten in het eieren- of vleeskanaal.

Eén reactie

  • Barneveldsei

    Natuurlijke geventileerde stallen zijn het duurzaamst. Als alternatief voor het stroomverbruik van regel apperatuur en ventilatoren zijn zonnepanelen en windmolens om dan alsnog duurzaam te zijn. In deze tijd is de inventaris zo kip vriendelijk dat de meeste kippen liever binnen vertoeven dan buiten.

Of registreer je om te kunnen reageren.