279 x bekeken 3 reacties

Brainwash completed!

Marcel Kuijpers bekritiseert LTO-voorman Albert Jan Maat. Maat zegt dat boeren in onzekere tijden eerder moeten denken aan aflossen dan aan investeren. ”Maar het is belangrijk om juist nú te vernieuwen en te blijven innoveren”, aldus Kuijpers.

Wat een droevigheid. LTO-voorman Albert Jan Maat adviseert de boeren om hun geleende geld snel terug te brengen naar de Rabobank. Geen woord over investeren in innovatie, kennis en de noodzakelijke transitie. Saneren die hap, geeft hij aan in het blad Nieuwe Oogst.

In onzekere tijden moeten ze eerder denken aan aflossen dan aan investeren, zegt Maat onder meer. Een slechtere boodschap kun je aan het begin van een nieuw jaar niet afgeven. Inspirerend leiderschap is erg schaars tegenwoordig...

Toegevoegde waarde(n)
Wanneer je een landbouwvoorman of -vrouw tegenwoordig vraagt waar de sector voor staat, krijg je een wollig verhaal over ”People, Planet en Profit” of ”Cradle to Cradle”. Al laat je hem of haar een half uur aan het woord, de essentie komt niet eens meer in het verhaal voor.
In essentie is de toegevoegde waarde van de intensieve veehouderij dat van veevoer, met behulp van dieren, kwalitatief goed en lekker voedsel wordt geproduceerd zoals melk, eieren en vlees. Want veevoer is niet lekker voor mensen, in tegenstelling tot wat Milieudefensie ons probeert wijs te maken.

Met name in Nederland bestaat een groot deel van het veevoer uit reststromen uit de levensmiddelenindustrie aangevuld met een deel sojaschroot. Hier speelt de intensieve veehouderij een belangrijke rol in de recycling van deze reststromen: het varken en de kip zijn kringloopdieren bij uitstek. De maatschappij vraagt daarbij terecht om extra toegevoegde waarden, zoals een beter leefmilieu, een beter dierenwelzijn en garanties voor de volksgezondheid en voedselzekerheid.
Op dit moment beschikken we over de mogelijkheden om de milieubelasting van de intensieve productie tot een minimum te beperken én is het mogelijk om de kwaliteit van leven voor de dieren en omwonenden verder te verbeteren. Daarnaast kunnen we door terugwinning van energie en mineralen de kringloop verder sluitend maken. Daarvoor moeten we blijven investeren in kennis, onderlinge samenwerking en nieuwe combinaties van bedrijven.

Het is belangrijk om nú in te stappen en te blijven innoveren, zodat uiteindelijk de gewenste duurzame voedselproductie bereikt wordt. We zijn er nog niet, maar nu afhaken betekent een groot verlies aan kennis en kansen. Niet alleen voor de Nederlandse boeren, maar ook voor de toeleverende industrie en de kennisvragers in de rest van de wereld.
Wat we niet moeten doen, is het extensiveren van de landbouw. De wereldwijde vraag naar kwalitatief goed voedsel neemt enorm toe. De wereldvoedselorganisatie FAO ziet geen alternatief voor intensieve productie.

We hebben met elkaar veel te verliezen. De Nederlandse landbouw heeft jaren als voorbeeld voor de rest van de wereld gediend en ook nu nog komen veel buitenlandse bedrijven en overheden hier de kennis halen. We hebben die kennisvoorsprong nog altijd in handen, helaas komt van de toepassing binnen ons eigen land te weinig terecht door bureaucratie en weerstand tegen de toepassing van nieuwe technologieën in de voedselproductie.

Transitie door innovatie
Innovatie gaat altijd ten koste van het gangbare, leerde ik onlangs van Paul Kersten (Alterra WUR). De weerstand tegen de vernieuwing komt dus niet van de burgers alleen, ook de vertegenwoordigers van de bestaande sector hebben moeite om voor vernieuwing te kiezen. Het grootste deel van de achterban is daar immers niet mee bezig.
Het stimuleren van innovaties kunnen we dus niet aan de sectorvertegenwoordigers overlaten. De ondernemers zelf met steun van de overheid zullen hier het voortouw moeten nemen. Het is daarom belangrijk dat de overheid snel duidelijke keuzes maakt over de richting waarheen wij gaan met onze voedselproductie.

Al jaren wordt er door een aantal actiegroepen stevig op de intensieve veehouderij ingehakt. Termen als kiloknallers, plofkippen, megastallen en varkensflats zijn gemeengoed geworden. Het is daardoor behoorlijk mis met de weerbaarheid van de mensen die werkzaam zijn in de sector. De jarenlange discussie over de intensieve landbouw, heeft de sector murw gebeukt. Er is zelfs bijna geen boer meer te vinden die kan (of durft) uit te leggen wat de toegevoegde waarde van de intensieve veehouderij in Nederland is! Brainwash completed! (hersenspoeling gelukt, red.)
Feiten lijken in de discussie helemaal niet meer van belang. Het dieptepunt beleefde ik in de slotminuten van het televisieprogramma ’Levy en de slag om ons voedsel’ waarin Rudy Rabbinge, hoogleraar Duurzame Ontwikkeling en Voedselveiligheid verzucht ”Ik ben gehandicapt, omdat ik kennis van zaken heb.”

Kennis schijnt dus tegenwoordig niet meer te helpen. En nu hebben zelfs de landbouwvoormannen het geloof in de eigen sector verloren en leggen deemoedig het hoofd in de schoot...
Feiten spelen ook in de politiek geen enkele rol. Op 1 december werd in de Tweede Kamer gediscussieerd over de toekomst van de intensieve veehouderij naar aanleiding van uitspraken van minister Bleker over de maximale omvang van bedrijven. De politici deden een wedstrijd wie het meest boze gezicht kon trekken. De term megastal werd vervangen door gigastal en er werd een pleidooi gehouden voor extra wetgeving om de omvang van bedrijven te kunnen beperken.
Met geen woord werd gesproken over de effecten van grotere bedrijven op het dierenwelzijn, volksgezondheid, het milieu of de efficiëntie van de productie. Algemeen wordt kennelijk aangenomen dat dit allemaal slechter wordt in grotere bedrijven, wat aantoonbaar niet waar is.De intensieve veehouderij heeft een belangrijke opdracht te vervullen. We moeten inspelen op de maatschappelijke eisen in de breedste zin. Dus betere garanties voor de volksgezondheid én minder milieubelasting én een beter leven voor de dieren én een betere efficiëntie om concurrerend te blijven. Een moeilijke opdracht, maar het kan!

Daarvoor is een hoger ambitieniveau van de boeren nodig dan alle ’one issue’-actiegroepen bij elkaar op kunnen brengen. Die enorme stroom van makkelijke kritiek die dagelijks op de sector neerdaalt, vraagt om een duurzame reactie. Het begint bij leiderschap, ondernemingszin en inspiratie.

Marcel Kuijpers is mede-directeur van Kuijpers Kip. Dit stuk staat ook
op foodlog.nl

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Ben het helemaal met marcel eens, maar ook Jan Maat heeft gelijk. Innoveren is niet hetzelfde als investeren. Het gaat er in ieder geval wel om dat je als ondernemer in de juiste dingen investeert. Investeren zonder te innoveren brengt het risico met zich mee dat je investering zijn waarde verliest voordat die afgeschreven is. Maar ook bij innovatie wordt veelal lesgeld betaalt. Voorop staat in ieder geval wel dat je een hogere rentestand dan de huidige moet kunnen overleven. Jan Maat had beter uit kunnen spreken dat ondernemers meer moeten doen aan risicomanagement en dat meemoeten nemen in ondernemingsplannen.

  • no-profile-image

    Sorry hoor, maar ik blijf lachen om die "kennis". En Rudy Rabbinge, kennis van zaken? Was hij niet degene die in de Eerste Kamer zat toen de nieuwe mestwet werd ingevoerd? Ik herinner me nog zijn uitspraak dat de intensieve veehouderij het nu wel héél zwaar zou krijgen! Jij en ik weten wel beter, hé Verstraten?

  • no-profile-image

    Een goede ondernemer bepaalt zelf welke koers te varen. Dit heeft m.i. te maken met waar je bedrijf op het moment staat en nauwelijks met de tijd (crisis). Aflossen is goed (deden maar veel meer Nederlanders dit), het maakt je bedrijf sterker. Maar investeren in je bedrijf, of dit nu innoveren is of niet, is noodzakelijk! Stilstaan is nog altijd achteruit gaan.
    Wij bij uitstek, de Hollandse boeren, kunnen dat als geen ander tegen de stroom in. Wees trots op jezelf en op onze producten die nog steeds duurzamer geproduceerd worden!

Of registreer je om te kunnen reageren.