336 x bekeken

Stoppen ingrepen bij pluimvee vraagt integrale aanpak en prioriteit

De pluimveesector is steeds op zoek naar maatregelen die het dierwelzijn verbeteren, schrijft Frans van Sambeek. Niettemin zijn de komende tien jaar hard nodig om te komen tot geen of mildere ingrepen bij pluimvee. Oplossingen liggen in integrale aanpak en hoge prioriteit.

Op 13 juli heeft de staatssecretaris van economische zaken landbouw en innovatie, Bleker, besloten de huidige vrijstelling van de ingrepen bij pluimvee met tien jaar te verlengen en de vrijstellingsregeling dierenwelzijn hierop aan te passen. Het betreft het snavelbehandelen bij kippen en kalkoenen, het verwijderen van de achterste teen en sporen bij hanen voor de vleesvermeerdering en vaccindieren, en het verwijderen van kammen bij hanen bestemd voor de vermeerdering in de legsector en vaccindieren.

Het uitstel is een goed besluit omdat het verbieden van de ingrepen het welzijn van de dieren meer zal schaden dan het uitvoeren van de ingreep zelf. Een verbod nu zou onverantwoord zijn geweest. Gelijktijdig wordt een mildere methode voor de snavelbehandeling, de infraroodmethode, verplicht gesteld. Dit is weer een belangrijke stap richting meer dierenwelzijn. Dit ondanks het feit dat kippen in alternatieve huisvestingssystemen en dus grotere groepen gehouden gaan worden, en de kans op pikkerij toeneemt.

Uit de voortgang van het Ingrepenbesluit blijkt weer dat de pluimveesector als geheel, in een goede samenwerking met de dierenbescherming, het ministerie van ELI en de onderzoekers van WUR Livestock Research steeds op zoek zijn naar welzijnsverbeterende maatregelen. De afgelopen jaren hebben aangetoond dat wanneer een ingreep niet meer nodig is of milder kan worden uitgevoerd, de pluimveesector deze zelf al achterwege laat of een mildere methode invoert. Denk hierbij aan het op jongere leeftijd behandelen van de snavels en het stoppen van het kammen dubben bij vleesvermeerdering en het stoppen van tenen en sporen verwijderen in de legsector.

De vrijstelling geldt voor tien jaar, waarbij iedere tweëneenhalf jaar de voortgang van het proces om te komen tot minder ingrepen wordt geëvalueerd. Deze tien jaar zijn hard nodig. De afgelopen jaren hebben geleerd dat, ondanks enorme onderzoeksinspanningen, de oplossingen voor een verbod op de ingrepen niet zijn gevonden. Dat geldt voor alle disciplines, fokkerij, management, huisvestingssystemen en voeding.

Met name de genetische verbetering is langetermijnwerk en de kippen voor de komende vier jaar zijn al geselecteerd. In fokkerij termen is tien jaar een reële termijn. Daarbij komt dat de meeste ingrepen een relatie hebben met het gedrag van dieren en deze kenmerken hebben een lage erfelijkheidsgraad. Dit betekent dat het relatief lang duurt voordat een kenmerk is verbeterd.
In onze ISA-legkippen fokkerij wordt grote prioriteit aan deze kenmerken gegeven zoals minder pikkerij bij legkippen. Hierbij is te bedenken dat de fokkerij ook verantwoordelijk is voor een gebalanceerd fokbeleid, zodat de pluimveehouders economisch producerende kippen krijgen.

Toch zijn er mogelijkheden, in combinatie met management, om gaandeweg de snavelbehandeling nog milder te maken, of het verwijderen van de kammen bij sommige legsoorten achterwege te laten, of het verwijderen van sporen achterwege te laten.
Het pluimveebedrijfsleven zal zijn werkzaamheden en onderzoek voortzetten om de doelen te bereiken. De oplossing zal gezocht moeten worden in een combinatie van maatregelen vanuit de fokkerij, huisvesting, management, dierziektebestrijding en voeding. Het is in ieders belang om hier hoge prioriteit aan te geven. Bleker heeft hier het juiste kader voor geschapen.

Frans van Sambeek is directeur research & development (R&D) van Institut de Sélection Animale (ISA), een bedrijf van Hendrix Genetics

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.