Pluimveehouderij

Achtergrond 1373 x bekeken

Zweedse vleeskuikenshouderij groeit ondanks regels

De veterinaire veiligheids- en dierenwelzijnseisen in de Zweedse vleeskuikenhouderij zijn hoog, maar niet zo hoog dat de pluimveehouders er de brui aan willen geven. De bedrijfstak groeit, waar de meeste andere dierlijke productietakken inleveren.

De vleeskuikenproductie in Zweden is in tegenstelling tot de meeste dierlijke productietakken in dit land een sector die groei laat zien. Terwijl de varkensvleesproductie stagneert, zelfs gestaag slinkt, neemt de vleeskuikenstapel toe en daarmee ook de verwerking in de slachterijbedrijven. Dat blijkt uit de statistieken van de Zweedse landbouwdienst Jordbruksverket.
Vorig jaar kwamen ruim 94,1 miljoen kuikens aan de haak tegen ruim 87,9 miljoen in 2014 en 81,2 miljoen in 2013. In de eerste 4 maanden van dit jaar zette de groei zich weer voort. De veruit grootste verwerker is overigens het beursgenoteerde Scandi Standard, dat ook slachterijen heeft in Noorwegen, Denemarken en Finland.

Laag tot zeer laag antibioticaverbruik

De relatieve bloei van de vleeskuikenshouderij is opvallend, want de productie vergt meer van pluimveehouders dan elders in de EU. Welzijn en voedselveiligheid staan hoog in het vaandel. Ziektepreventie is daarbij traditioneel een zaak van intensieve samenwerking met de overheid.
Het antibioticaverbruik is in vergelijking met de meeste andere lidstaten door de robuuste gezondheid laag tot zeer laag. De Zweden zetten al veel langer in op een zo klein mogelijk antibioticaverbruik dan landen als Nederland en Duitsland. Ook Denemarken is er later mee begonnen. Desondanks is het salmonella- en campylobacter-besmettingsniveau, vergeleken met andere EU-landen, laag. Dat wordt bevestigd door cijfers van EU-voedselveiligheidsautoriteit Efsa.

De relatieve bloei van de vleeskuikenshouderij is opvallend, want de productie vergt meer van pluimveehouders dan elders in de EU.</p>
<p><em>Foto: Ronald Hissink</em>
De relatieve bloei van de vleeskuikenshouderij is opvallend, want de productie vergt meer van pluimveehouders dan elders in de EU.

Foto: Ronald Hissink

Snavelkappen al jaren verboden

Een dierengezondheids- en -welzijnsprogramma werd al gelanceerd aan het eind van de jaren tachtig, nog voor de aansluiting bij de EU in 1995. De eisen van het programma worden gecontroleerd door pluimveebrancheorganisatie Svensk Fågel. Als een vleeskuikenhouder aan de eisen daarvan voldoet, mag hij mesten tot een slachtgewicht van maximaal 36 kilo per vierkante meter stalruimte. Als hij niet kan deelnemen aan het programma, mag hij maar mesten tot 20 kilo slachtgewicht per vierkante meter stalruimte. De Europese richtlijn laat 42 kilo per vierkante meter toe.

Snavelkappen is geen issue meer in Zweden. Pluimveehouders mogen deze ingreep al vele jaren niet meer toepassen. Denemarken volgde pas recent het voorbeeld en inmiddels moeten ook de Nederlandse en Duitse pluimveehouders pogingen doen achter deze praktijk een punt te zetten. De transporttijden naar de slachterijen moeten voorts worden beperkt tot maximaal 8 uur.

Of registreer je om te kunnen reageren.