Pluimveehouderij

Achtergrond 1126 x bekeken

Antibioticagebruik vleeskuikens gedaald in 2015

Het antibioticagebruik in de vleeskuikenshouderij daalde in 2015 met 21% ten opzichte van 2014, met een gemiddelde dierdagdosering van 12.

Dat blijkt uit de jaarlijkse trendrapportage die de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) heeft opgesteld in opdracht van Avined.

Naast het totaalgebruik daalde ook het gebruik van de voor humane gezondheidszorg belangrijke antibiotica, de derdekeusmiddelen, waaronder in de vleeskuikenhouderij Enrofloxacine. Vergeleken met peiljaar 2011 is het gebruik van deze middelen met 94% omlaag gegaan. Het totale antibioticagebruik in de vleeskuikenhouderij daalde vanaf 2009 met 65%. De daling volgt na een jaar waarin de reductie stagneerde, en volgens de op een andere wijze berekende SDa-cijfers zelfs steeg.

Effect trager groeiende rassen

De reductie is onder meer te danken aan de nieuwe conceptkuikens. Afgelopen jaar schaalde dit tussensegment in rap tempo op. De trager groeiende rassen die hiervoor worden ingezet, in combinatie met een lagere bezetting, leiden tot een lager antibioticagebruik dan in de reguliere vleeskuikenhouderij. De GD verrekende de dierdagdosering ten opzichte van het aantal levensdagen en kwam uit op een gemiddelde dierdagdosering van 13,0 bij gangbare vleeskuikens, tegenover 2,2 bij de trager groeiende rassen.
Niet alleen de conceptkuikens zijn debet aan de verdere antibioticareductie. Van alle stalkoppels met standaardvleeskuikens in 2015 had 66% een antibioticumgebruik van nul. De 50% minst gebruikende vleeskuikenbedrijven zitten in 2015 allemaal onder een gemiddelde dierdagdosering van 8.

Aanleiding gebruik verschoven

In het antibioticagebruik bij vleeskuikens zijn naast een algehele daling andere verschuivingen te zien. Door de jaren heen is de reden van het behandelen met antibiotica verschoven. Waar in 2011 digestie, oftewel spijsverteringsproblemen, de belangrijkste reden voor een antibioticakuur waren, is dit zwaartepunt richting 2015 verschoven naar locomotie- en respiratieproblemen.
Ook het behandelmoment is verschoven in de afgelopen jaren. Waar eerder kuikens vaker in de eerste week werden behandeld, lag dit moment in 2015 vaak later in de ronde.

Gebruik bij kalkoenen omhoog

In de kalkoenhouderij steeg het gebruik in 2015 met 10% ten opzichte van het jaar daarvoor tot een gemiddelde dagdosering van 45. Dit is een breuk in de trend van de afgelopen jaren waarin flinke reductie werd gerealiseerd. De angst rondom de ziekte Blackhead speelt de sector parten. Om Blackhead te voorkomen is het van belang de darmgezondheid zo goed mogelijk te houden, waardoor kalkoenhouders eerder antibiotica inzetten bij darmproblemen om grotere problemen te voorkomen. Ook wordt om die reden een antibioticum ingezet tegen coccidiose, waarvoor eerder middelen werden ingezet die niet tot antibiotica gerekend werden.

Daling in vermeerdering en opfok

In andere deelsectoren binnen de pluimveehouderij was ook een daling te zien van het antibioticagebruik. Zowel bij vermeerderingsbedrijven als in de opfok van ouderdieren daalde het antibioticagebruik in 2015 ten opzichte van 2014 naar gemiddelde dagdoseringen van respectievelijk 2,9 en 14,0. Omdat monitoring in deze sectoren pas later werd opgestart, zijn geen data over de jaren voor 2013 beschikbaar.

Hoger gebruik leg door ontbreken vaccin

Dat geldt ook voor de legsector, waar met een gemiddelde dierdagdosering van 1,6 weinig antibiotica wordt ingezet. Wel steeg het gebruik daar afgelopen jaar licht, met een aanwijsbare oorzaak. Dierenartsen verklaren de stijging doordat in 2015 een goed werkend vaccin tegen coccidiose tijdelijk niet beschikbaar was, waardoor vaker antibiotica moest worden ingezet om hennen met coccidiose te behandelen. Een tijdelijk probleem: vanaf oktober 2015 is het middel weer op de markt.

Of registreer je om te kunnen reageren.