Pluimveehouderij

Achtergrond 316 x bekeken laatste update:22 feb 2012

Vrieskou leidt niet tot schade

De vrieskou van de afgelopen dagen/weken bezorgt pluimveehouders wel problemen, maar leidt niet tot schade. Dat blijkt uit een mailronde van Pluimveehouderij.

Bevroren waterleidingen en/of haperende watervoorziening is het meest gemelde probleem. Ook komen op enkele bedrijven ijsvorming op de mestbanden voor met als gevolg overbelasting van aandrijfmotoren en wordt ijsvorming op inlaatventielen met als gevolg vastzittende ventielen en stukgetrokken staalkabel gemeld. Ook komt beriezing van condenswater van de warmtewisselaar voor.

 

De stal op temperatuur houden is lastig, vooral bij oudere en minder goed geïsoleerde stallen en bij biologische legkippen vanwege de lage dierbezetting. De ventilatie knijpen wordt veel toegepast. Risico is dat er te weinig wordt geventileerd, waardoor strooisel nat wordt en de concentratie ammoniak en CO2 te hoog oplopen. Een alternatief voor het knijpen van de ventilatie is het afsluiten van enkele ventielen.

 

Het reinigen van de stal is tijdens deze winterse omstandigheden een lastige klus. Het materiaal aan het eind van de dag laten liggen en de volgende dag het werk weer hervatten, is er niet bij.

Aandachtspunten:

• voorkom bevriezen van eieren;
• let op dat de kammetjes van hennen niet bevriezen (bij gebruik van (overdekte) uitloop);
• voorkom koude luchtval vlak na de inlaten (en daarmee nat strooisel);
• controleer het luchtpatroon met behulp van rookpatronen;
• hou erf sneeuw- en ijsvrij voor bulkwagens en ophalen van de eieren;
• pas op dat bij een leegstaande stal de waterleidingen en stilstaande pompen van de wasser niet bevriezen.

Tips:

• laat – indien aanwezig – steunventilatoren boven in de (volière-)stal de warme lucht circuleren zodat de temperatuur in de stal gelijk verdeeld wordt;
• voorkom ijsvorming in de warmtewisselaar door de capaciteit op circa 50 procent te zetten (hierdoor blijft er voldoende stalwarmte beschikbaar om de uitgaande lucht niet te laten bevriezen).
• laat mestbanden een paar keer per dag even lopen;
• bouw bij opfokhennen de staltemperatuur de laatste dagen af naar 15 à 16 °C om de overgang naar de legstal te verkleinen, zet de opfokhennen voor transport nuchter en onthoudt ze van water zodat ze tijdens het transport niet te koud en vochtig zijn;
• vang jonge hennen op in een opgewarmde stal (minimaal 17 °C), begin enkele dagen van te voren met het opwarmen (het ijzer en de vloer moeten ook op temperatuur zijn) en zorg dat de stal de eerste dagen minimaal 15 °C blijft; in een te koude stal willen de hennen niet ’doorpakken’, gaan ze op kluiten zitten, eten ze te weinig en gaan ze onvoldoende omhoog in het volièresysteem;
• laat jonge hennen snel uit in de legstal, laat ze niet in de koude (wind) staan, zorg dat ze snel over (niet te koud) water en voer beschikken, verstrek eventueel vitamine C;

Gebruik van uitlopen:

Hoewel biologische kippen en vrije-uitloophennen volgens de regels de hele dag toegang tot de uitloop in de open lucht moeten hebben, maakt Skal (controle biologische houderij) een uitzondering voor extreme bodem-, weers- en gezondheidsomstandigheden. Ook het CPE (controle handelsnormen) houdt rekening met extreme weersomstandigheden.

Of registreer je om te kunnen reageren.