Pluimveehouderij

Achtergrond 411 x bekeken 1 reactie

2011: overgangsjaar voor legpluimveehouderij

De Nederlandse legpluimveesector zit in een overgangsfase. Aan het eind van het jaar moet de sector volledig zijn omgeschakeld op alternatieve houderijsystemen.

De Nederlandse legpluimveesector zit in een cruciaal jaar. Dit jaar moet de omschakeling naar alternatieve huisvestingssystemen worden voltooid. Een aantal bedrijven moet ook vanwege de fijnstofproblematiek aanpassingen doorvoeren. Bovendien is de economische situatie op het ogenblik niet best. De eierprijzen staan onder druk en de voerkosten stijgen nog steeds.

Nederland telde in 2010 33,7 miljoen legkippen. Het legkippenbestand bestond in 2010 nog voor 40 procent uit kooikippen, 44 procent scharrelkippen 13 procent vrije-uitloopdieren en 3 procent biologische kippen. Nederland produceerde in 2010 10,1 miljard eieren.

Economisch heeft de legsector in 2010 redelijk gedraaid. Abab Accountants en Adviseurs berekende een voerwinst van € 4,84 per henplaats voor kooibedrijven tegen € 7,05 een jaar eerder. Voor scharrelbedrijven waren deze cijfers € 5,98 en € 8,18 en voor vrije uitloopbedrijven € 6,62 en € 12,01. Daarbij moet worden aangetekend dat 2009 een uitzonderlijk jaar was. De eierprijzen waren torenhoog door de vervroegde omschakeling naar alternatieve huisvestingssystemen in Duitsland.

Dit jaar was geen sprake van een paaspiek in de eierprijzen. Pluimveehouders teren nu flink in. Voor bedrijven die geen afzetcontract voor de eieren hebben, dreigen op korte termijn liquiditeitsproblemen. Eierhandelaren die eieren op contract afnemen zullen, als de slechte marktomstandigheden nog lang aanhouden, proberen om contracten open te breken en nieuwe afspraken te maken. De vrees bestaat dat bedrijven het loodje zullen leggen.

Arend Mijs, voorzitter van eierhandelarenorganisatie Anevei, verwacht op korte termijn geen structurele verbetering van de situatie in de eierhandel. ”In Duitsland, onze belangrijkste afzetmarkt zijn de eierprijzen de afgelopen week nog harder onderuit gegaan dan bij ons. Dat wijst erop dat de markt overvol zit.”

Op de langere termijn zijn er bovendien zorgen over hoe binnen Europa na 1 januari zal worden omgegaan met eieren uit kooisystemen uit lidstaten die er niet in slagen om op tijd volledig omgeschakeld te zijn. Staatssecretaris Henk Bleker heeft tot nu toe hierover ferme taal laten horen. Dergelijke eieren zijn volgens hem illegaal. De grote vraag is echter wat dat voor gevolgen heeft.

Probleem is dat eieren uit de kooisystemen niet te onderscheiden zijn. Eieren afkomstig uit de traditionele batterijkooien dragen dezelfde bestempeling als eieren uit verrijktekooisystemen.
Ook zal het in een situatie dat Europa volledig is omgeschakeld op alternatieve huisvesting, van groot belang zijn om import van goedkopere kooi-eieren van buiten de EU te voorkomen. Het minste is wel dat deze eieren onderscheidbaar zijn. Mijs: ”Het belangrijkste blijft om oneerlijke concurrentie binnen de Eu zoveel mogelijk te voorkomen.”

Tot nog toe hebben nog lang niet alle lidstaten gegevens over de huisvestingssituatie van hun pluimveestapel aangeleverd. Onder meer Frankrijk en Italië hebben nog geen gegevens geleverd. Vast staat echter wel dat omschakeling naar alternatieve systemen in die landen nog nauwelijks van de grond is gekomen.

Fijnstofuitstoot

Ruim honderd legpluimveebedrijven hebben te maken of hebben te maken gehad met een te hoge uitstoot van fijnstof. De Nederlandse regering heeft zich in het verleden in Europese afspraken vastgelegd op het terugdringen van de fijnstofuitstoot. De maximale uitstoot mag 20 microgram per kubieke meter zijn. De bedrijven die hier boven zitten moeten hun uitstoot terugbrengen.
Voor de subsidieaanvraag gold een deadline van half april. In juni moeten de bedrijven hun maatregelen hebben getroffen.

Volgens Harry Ketels van de Nederlandse vakbond Pluimveehouders (NVP) is een groot deel van de bedrijven die met een te hoge fijnstofuitstoot te maken hadden na een herhaalde meting alsnog van de lijst afgehaald. Een tiental bedrijven, hoofdzakelijk legbedrijven heeft daadwerkelijk nu nog te maken met een te hoge fijnstofuitstoot en zullen aanpassingen aan hun bedrijf moeten doorvoeren.

Daaronder zitten echter enkele gevallen die door hun gemeente veel te laat op de hoogte zijn gesteld, zo meldt Ketels. ”Daardoor hebben ze niet op tijd subsidie aangevraagd en moeten ze eventuele bedrijfsaanpassingen helemaal zelf betalen.” De belangenbehartigers van NVP en pluimveehoudersorganisatie NOP vinden dat bedrijven niet de dupe moeten worden van een gemeente die te laks is.

In zijn algemeenheid vinden de belangenbehartigers dat het hele fijnstofdossier onder veel te hoge druk en daardoor onzorgvuldig is afgehandeld.

60 tot 70 knelgevallen bij omschakeling

Uit een eerste inventarisatie van het Productschap Pluimvee en Eieren (PPE) is gebleken dat ruim honderd bedrijven de omschakeling naar alternatieve huisvestingssystemen niet op tijd hebben voltooid. Daarvoor lijken in een aantal gevallen legitieme redenen op te voeren, zoals vastgelopen vergunningsprocedures. Andere bedrijven stoppen, of denken door te kunnen gaan op de oude weg. Ook zijn er enkele bedrijven die in verband met de fijnstofproblematiek niet kunnen omschakelen, omdat omschakeling naar alternatieve systemen een verhoogde fijnstofuitstoot oplevert.

Uit een tweede uitgebreide inventarisatie van het PPE zijn tussen de 60 en de 70 bedrijven naar voren gekomen die vooral zijn vastgelopen in procedures, meldt sectordirecteur Ben Dellaert van het Productschap. Er zijn schrijnende gevallen boven water gekomen. Dellaert noemt als voorbeeld een bedrijf dat al sinds 2000 bezig is om het bedrijf om te bouwen. Dellaert. ”Eerst is deze pluimveehouder op zijn bestaande locatie bezig geweest. Hij kreeg te maken met grote bezwaren ondermeer van Milieuoffensief tegen de uitbreiding van de staloppervlakte. Sinds 2009 is deze man bezig met verplaatsen. Hij heeft een nieuwe locatie en is nu daar bezig om de vergunningen rond te krijgen. Hij zal niet op tijd klaar zijn.”

NOP, NVP en het productschap gaan nu bekijken hoe ze verder om willen gaan met de echte probleemgevallen. In eerste instantie willen ze gemeenten benaderen om te trachten vastgelopen procedures vlot te krijgen.

Een woordvoerder van het ministerie van ELI meldt dat op dit moment nog weinig kan worden gezegd over hoe het ministerie met eventuele knelgevallen om denkt te gaan.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Laat ze maar opnieuw berekenen bij ABAB!! Een voerwinst van 4,84 euro per kooikip is niet realistisch in 2010! Vorig jaar kon je beter je kippenrechten verleasen in regio Zuid aan 2,25 euro per kippenrecht!

Of registreer je om te kunnen reageren.