Pluimveehouderij

Achtergrond 582 x bekeken

Eenduidigheid noodzakelijk bij aanpak ESBL’s

We weten steeds meer over ESBL-producerende bacteriën en de relatie met de pluimveehouderij is wetenschappelijk aangetoond. Naar de omvang van het probleem en de exacte risico’s blijft het vaak nog gissen. Het UMC deed onderzoek en doet aanbevelingen.

De ESBL-producerende bacteriën (EBSL’s) lijken de meest lastige en meest ongrijpbare groep resistente bacteriën in de lijst van ’superbugs’. ESBL staat voor Extended Spectrum Beta-Lactamase. Dit is een enzym dat bepaalde soorten antibiotica (penicillines en cefalosporines) kan afbreken, typen antibiotica die voornamelijk worden ingezet bij ernstige urineweg- en bloedbaaninfecties bij mensen.

De pluimveehouderij wordt vaak genoemd als broedplaats voor deze bacteriën, zeker nadat is aangetoond dat de typen ESBL’s die bij kippen zijn gevonden ook de problemen veroorzaken bij mensen. Anders dan andere resistente bacteriën – zoals de MRSA’s – zijn de ESBL’s op verschillende plaatsen in de productieketen te vinden, zowel in kip als vlees.

Onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC) hebben onlangs pluimveevlees afkomstig van gangbare en biologische vleeskuikenbedrijven onderzocht op ESBL-vormende bacteriën. In gangbaar pluimveevlees werd in 100 procent van de monsters ESBL’s gevonden. In de biologische producten gold dat voor 84 procent.

Volgens James Cohen Stuart van de afdeling Medische Microbiologie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht is het verschil niet schokkend. ”Laat je het biologische kippenvlees iets te lang in de zon liggen, dan kom je waarschijnlijk aan dezelfde aantallen bacteriën als in het gangbare vlees. Toch blijft het onduidelijk hoeveel van deze bacteriën voldoende is om iemand te besmetten door het eten van het vlees”, zegt Cohen Stuart.

Om de risico’s van ESBL’s beter in te schatten pleiten deskundigen uit zowel de humane als veterinaire wereld voor strikte maatregelen zoals betere – en vooral eenduidige – detectietechnieken om de ESBL’s op te sporen. Daarnaast moet de aanpak niet tot Nederland beperkt blijven, resistente bacteriën zijn namelijk net zo reislustig als mensen.

Pluimveedierenarts Wouter Steenhuisen bijvoorbeeld werkt op Nederlandse bedrijven, maar ook veel in het buitenland. ”In Rusland is de resistentie veel erger dan in Nederland. Gevoeligheidstesten beginnen in Rusland nu pas te komen. Als ik een paar weken in Rusland ben geweest neem ik deze bacteriën waarschijnlijk ook weer mee naar Nederland”.

Voor een eenduidige aanpak moet ook meer bekend worden over waar ESBL’s zich vermeerderen. ESBLs groeien goed in mensen weet Stuart Cohen, maar ook in de opfokfase van vleeskuikens lijken de ESBLs zich lekker te voelen. Het Centraal Veterinair Instituut voert de komende tijd uitvoerig onderzoek uit om dit te onderzoeken.

”Maar enkel door eenduidige technieken en samenwerking tussen de verschillende disicplines kan gewerkt worden aan gerichte oplossingen die verdergaan dan weer een nieuw antibiotica ontwikkelen. Dat is simpelweg financieel niet interessant genoeg” concludeert Stuart Cohen.

Plasmiden maken het complex

De ESBL-producerende bacteriën worden vaak in een adem genoemd met de Meticilline-resistente Staphylococcus aureus (MRSA)-bacterie. Er zijn overeenkomsten maar ook veel verschillen. MRSA wordt vaak in verband gebracht met varkens en is een typische neusbacterie. EBSL’s worden vaak met kippen in verband gebracht en zijn typische darmbacteriën (E. coli).

De resistentie bij MRSA wordt veroorzaakt door een enkel genetisch element (het MecA-gen) maar de resistentieontwikkeling ligt bij ESBL’s wat complexer. Hier gaat het om een grote groep genetische elementen maar ook plasmiden, mobiele stukjes DNA van bacteriën. Omdat deze plasmiden ’mobiel’ zijn worden deze gemakkelijk uitgewisseld met andere bacteriën en daarmee wordt ook het ESBL-resistentiegen overgedragen.

We moeten bij de ESBL’s dus niet alleen de bacterie zelf volgen, ook de plasmiden. Groot verschil in risico is dat MRSA alleen via direct contact wordt overgedragen aan mensen, terwijl bij de verspreiding van ESBL’s de gehele voedselketen waarschijnlijk een rol speelt.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.