Pluimveehouderij

Achtergrond 202 x bekeken

Controlesysteem diermeel niet eerder dan volgend jaar beschikbaar

Herintroductie van diermeel als grondstof van veevoer kan niet zonder een goed controlesysteem.

Daarvoor is een test nodig die onderscheid maakt tussen toegestaan en verboden diermeel. Onderzoeksinstituut RIKILT van Wageningen UR werkt hieraan. Met een test op basis van DNA-analyse is het straks mogelijk om de belangrijkste soorten dierlijk eiwit van elkaar te onderscheiden.

Deze test is niet voor volgend jaar klaar voor de praktijk, aldus onderzoeker Leo van Raamsdonk van het RIKILT. Mogelijk wordt de test dit najaar gevalideerd, waarna in 2011 of in 2012 de accreditatie kan volgen. Pas daarna kan de praktijk er gebruik van maken. Naast het RIKILT werken ook andere Europese laboratoria aan detectiemethoden.

Voor rundvee, schapen en varkens, evenals kip en kalkoen is al herkenning mogelijk op grond van DNA. Aan andere diersoorten wordt nog gewerkt, aldus Van Raamsdonk. Van sommige minder voorkomende soorten is het DNA nog niet volledig in kaart gebracht. Dat geldt bijvoorbeeld voor hert, haas en konijn.

De Europese Unie wil toe naar gedeeltelijke herintroductie van diermeel als grondstof voor veevoer. Doel is om diermeel gemaakt van slachtafval van varkens toe te staan in pluimveevoer, en om pluimveediermeel toe te staan in varkensvoer.

Dit idee vindt brede steun. De Nederlandse regering staat erachter, evenals de voerbranche. Van Raamsdonk ziet wel een technisch bezwaar. Diermeel van pluimvee zou zonder bezwaar voor de varkens kunnen worden gebruikt. Lastiger is het om de verschillende hoefdieren uit elkaar te houden, en te garanderen dat in pluimveevoer straks alleen diermeel van varkens, en niet van andere hoefdieren zoals herten voorkomt.

Fred van Zijderveld, dé BSE-deskundige van het CVI benadrukt het belang van een goede test. ”In principe zou het moeten kunnen om diermeel onder voorwaarden weer toe te staan, maar je kunt niet alleen uitgaan van goed vertrouwen.” Nu wordt veevoer gecontroleerd op de aanwezigheid van botsplinters en spiervezels. Dat volstaat alleen bij een totaalverbod op diermeel.

Eventuele botsplinters komen aan het licht bij microscopisch onderzoek, de spiervezels bij een immunochemische test. Die levert binnen anderhalf uur resultaat op. Voor de nieuwe DNA-tests is ruim 24 uur nodig, aldus Van Raamsdonk. Er is overigens ook een eiwittest in ontwikkeling die soortspecifiek eiwit kan herkennen. Van Raamsdonk: ”We zijn al zover dat eiwit van herkauwers kan worden herkend.” Maar het duurt nog vele jaren voor die test klaar is voor de praktijk, aldus de onderzoeker.

Veevoerfabrikanten moeten productielijnen straks streng scheiden, om kruisbesmettingen te voorkomen. Voor brancheorganisatie Nevedi is dat echter geen onoverkomelijk bezwaar. Directeur Henk Flipsen: ”Wij zijn er klaar voor, al jaren. Niet alle fabrikanten zullen dit willen of kunnen, maar dat hoeft ook niet.” Het grote voordeel van herintroductie is volgens Flipsen dat de druk op de grondstoffenmarkt zal afnemen.

Beperking van soja-import is een belangrijk argument in de lobby voor herinvoering van diermeel. Ook Polen, dat afgelopen weekend voorafgaand aan de landbouwraad in Brussel liet weten de regels sneller te willen versoepelen, verwijst ernaar. In de EU gaat het om miljoenen tonnen slachtafval. Wel is er brede overeenstemming dat herkauwers (met name runderen) niet meer in het voer terug mogen komen. Een groot deel van het diermeel is daarmee dus blijvend niet beschikbaar.

WUR

Of registreer je om te kunnen reageren.