Pluimveehouderij

Achtergrond 409 x bekeken

23 kooibedrijven blijven produceren in 2012

Een klein aantal Nederlandse kooikippenhouders (23) mag ook na 1 januari 2012 nog kippen in traditionele kooien houden en eieren produceren.

Dat blijkt uit de brief die staatssecretaris Henk Bleker maandag naar de Tweede Kamer stuurde. In deze brief geeft hij aan wat zijn handhavingsstrategie is met betrekking tot het kooiverbod en welke de criteria zijn voor een beperkte tijdelijk voorziening (’ontheffing’ van het kooiverbod).
Wat betreft de handhaving is Bleker duidelijk: hij wil het kooiverbod streng handhaven en bedrijven die na 1 januari a.s. nog eieren in legbatterijen produceren zo snel mogelijk opsporen en de productie laten beëindigen.

Een aantal bedrijven – knelgevallen – krijgt nog niet te maken met de handhavingsmaatregelen. De criteria om door de staatssecretaris te worden beschouwd als knelgeval zijn gebaseerd om de datum waarop een pluimveehouder is begonnen met het aanvragen van vergunningen. Voor bedrijven die willen omschakelen naar scharrel- of volièrehuouderij hanteert Bleker 1 januari 2010 als uiterste startdatum voor MER- en vergunningtrajecten, voor pluimveehouders die willen omschakelen naar koloniehuisvesting is 1 januari 2011 voor hem de uitsterste startdatum om te bepalen of voor een pluimveehouder een uitzondering wordt gemaakt. Dit omdat voor dit huisvestingssysteem later milieunormen bekend zijn geworden (het Legkippenbesluit waarin de koloniehuisvesting wettelijk is toegestaan, is juist afgelopen dinsdag in de Eerste Kamer aangenomen).

De staatssecretaris maakt ook een uitzondering voor bedrijven die tijdig met het aanvragen van vergunningen zijn begonnen, maar die vanwege ’exogene factoren’ nog geen vergunningen voor omschakeling hebben en daardoor in een overmachtsituatie verkeren. Dit betreft factoren zoals wijzigingen in ruimtelijke plannen van overheden, toestsingskaders van overheden die zijn gewijzigd of waarvan de uitvoering is vertraagd, en vertagingen in procedures voor bedrijfsverplaatsingen in het kader van een Ruimte voor Ruimte-regeling of vanuit Natura 2000-gebieden.

Op basis van een inventarisatie van het PPE dit najaar, waaruit blijkt dat ruim 50 legpluimveehouders hun vergunningen voor omschakeling voor 1-1-2012 nog niet rond hebben, zou volges de criteria van de staatssecretaris de tijdelijke voorziening 23 bedrijven betreffen, 5 die willen omschakelen naar koloniehuisvesting en 18 bedrijven die te maken hebben met exogene factoren.

Voor bedrijven die na individuele beoordeling als knelgeval worden beschouwd wordt een gedoogbesluit genomen. Op deze bedrijven zullen vooralsnog geen handhavingsmaatregelen plaatsvinden, aldus Bleker in zijn brief.

De belangrijkste voorwaarden voor de tijdelijke voorziening zijn:
● de voorziening geldt voor maximaal een half jaar (tot 1 juli 2012);
● de kooieieren mogen alleen worden afgezet naar en verwerkt door de eiproductenindustrie binnen Nederland;
● de kooieieren moeten onderscheidend gemerkt worden op het legpluimveebedrijf met een nog vast te stellen verplichte code;
● er mogen geen nieuwe rondes legkippen worden opgezet in legbatterijen in 2012.

Alle pluimveehouders krijgen nog dit jaar een brief waarin de handhavingsmaatregelen voor het kooiverbod staan. Uiterlijk op 29 december krijgen legpluimveehouders met kooihuisvesting een brief waarin staat dat zij zich bij Dienst Regelingen kunnen melden als zij denken voor de tijdelijke voorziening (ontheffing) in aanmerking te komen. Zij moeten dit uiterlijk 15 januari melden via een aanmeldformulier dat op de website LNV-loket komt te staan. Op die site komt ook aanvullende informatie te staan over de criteria voor de tijdelijke voorziening.

Of registreer je om te kunnen reageren.