Pluimveehouderij

Achtergrond 550 x bekeken

Nederland geen land voor mini’s

In Nederland worden geen mini-vleeskuikenmoederdieren gehouden. Dat staat in schril contrast met Frankrijk, waar mini-moederdieren 95 procent van alle vleeskuikenouderdieren uitmaakt.

Ook in Rusland zitten veel mini’s, meer dan de helft van alle moederdieren. De reden van dit verschil: in Nederland is de pluimveevleesproductie niet geïntegreerd, in Frankrijk wel. Dit zei Paul van Boekholt, algemeen directeur van Hubbard Nederland B.V, onderdeel van pluimveefokbedrijf Hubbard, gisteren (donderdag) in Wijchen tijdens de themamiddag Welzijn Pluimveehouderij van Wageningen UR Livestock Research.

Mini-moederdieren leveren in het vermeerderingstuk van de pluimveevleeskolom een voordeel op. Dat voordeel zit in het circa 25 procent lagere voerverbruik dan conventionele vleeskuikenmoederdieren, in de opfok, maar met name tijdens de productieperiode. Bij hoge voerprijzen zoals nu, is dit extra interessant. Doordat de mini-moederdieren kleiner zijn, kunnen er meer per vierkante meter worden gehouden, waardoor 20 tot 25 procent meer broedeieren en kuikens per vierkante meter worden geproduceerd. Dit voordeel gaat in Nederland niet op, want volgens de welzijnsverordening voor vleeskuikenouderdieren moeten per vleeskuikenouderdier (conventioneel èn mini) teminste minimaal 1.300 cm2 vloeroppervlak beschikbaar zijn.

Mini-moederdieren hebben een dwerg-gen. Er zijn mini-moederdieren waarmee langzaamgroeiende vleeskuikens kunnen worden geproduceerd (bijvoorbeeld voor de Franse label rouge-kuikens, of voor Volwaard-kuiken of het Gildehoen), maar uit mini-moederdieren kunnen ook ’normale’ vleeskuikens worden gefokt. Die groeien wel wat minder snel, maar hebben een betere uniformiteit.
Naast Hubbard heeft ook Ross een mini-moederdier.

Of registreer je om te kunnen reageren.