Pluimveehouderij

Achtergrond 165 x bekeken

Kooihuisvesting neemt slechts langzaam af

Het aantal leghennen in kooihuisvesting loopt in de EU terug, maar niet zo snel als verwacht.

Die conclusie trekt de Europese Commissie op basis van een inventarisatie van gegevens uit het jaar 2008. Uit die gegevens blijkt dat nog ruim 75 procent van de leghennen in kooien worden gehouden. Vorige maand al meldde de commissie dat zo’n 7 procent van de leghennen wordt gehouden in verrijkte kooien. Voor eieren uit deze systemen wordt echter nauwelijks een meerprijs betaald.

Het aandeel verrijkte kooi binnen de kooihuisvesting is in Zweden het grootst. Slechts 3,2 procent van de kooihuisvesting daar betreft nog traditionele kooien. In Nederland is 2 procent van de kooigehuisveste dieren in een verrijkt systeem gehuisvest. In Duitsland zaten in 2008 5,5 procent van de kooigehuisveste dieren in de zogenoemde kleingruppenhaltung (koloniehuisvesting).

Het aandeel alternatieve huisvesting ligt in de EU op 24,9 procent. Het aandeel is tussen 2007 en 2008 niet gestegen. De scharrelhouderij op de grond is daarbij de belangrijkste vorm. In 2008 zat 13,9 procent van de geregistreerde hennen in een scharrelhuisvestingssysteem. De Freilandhouderij steeg van 7,8 procent in 2007 naar 8,9 procent in 2008.

Op het gebied van alternatieve huisvestingssystemen zijn Oostenrijk, Zweden, Nederland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk de voorlopers. In Oostenrijk zitten 76,6 procent in alternatieve systemen. Zweden scoort 57 procent, Nederland 55,2 procent, Denemarken 44,7 procent en het Verenigd Koninkrijk 40,3 procent. In Duitsland bedroeg dit percentage 39,6 procent. Litouwen, Spanje en Tsjechië scoren minder dan 5 procent. Polen zit op 5,8 procent.

Of registreer je om te kunnen reageren.