Pluimveehouderij

Achtergrond 296 x bekeken 1 reactie

Kleine sectoren herkennen zich niet in ASG-rapport

De kleine pluimveehouderijsectoren kunnen zich niet vinden in de conclusies en uitkomsten van het ASG-rapport over het dierenwelzijn in die sectoren.

Dat blijkt uit reacties van sectorvertegenwoordigers op de brief en het rapport dat minister Verburg gisteren naar de Tweede Kamer stuurde. Volgens NOP-voorzitter Jan Wolleswinkel is het ASG-rapport over het dierenwelzijn in de kalkoenensector, de eendensector en de konijnensector voor een deel gebaseerd op oud onderzoek en gaat het voorbij aan recente ontwikkelingen in de genoemde sectoren. Wolleswinkel: "de intentie en de wil om het dierenwelzijn te verbeteren is er wel degelijk."

Ook voorzitter Theo Coumans van de kring kalkoenenhouderij wijst er op dat de onderzoekers verouderde informatie zouden hebben gebruikt. Coumans: "Er wordt bijvoorbeeld gewezen op de aandoening TD die verantwoordelijk is voor problemen met het bewegingsapparaat. Die aandoening komt echter nauwelijks meer voor omdat ze weggefokt is." Coumans wijst er verder op dat steeds meer kalkoenen worden gehouden in systemen met een overdekte uitloop.

Eendenhouderij

Ook Jaap Maarsingh, voorman van de eendenhouders binnen de NOP betreurt het dat de onderzoekers niet meer hebben rondgekeken op de bedrijven. In de eendenhouderij is een van de knelpunten dat de dieren geen toegang hebben tot water. Maarsingh: "Pekingeenden kunnen niet zwemmen. Als we ze water om te baden aanbieden in de stallen kom je weer in conflict met de hygiëne-eisen en gaat de infectiedruk omhoog." Volgens Maarsingh is een sterk punt van de huidige houderij juist dat de dieren zeer gezond zijn en amper medicijnen nodig hebben. De eenden worden sinds 1998 geheel binnen gehouden uit oogpunt van milieu. Als de dieren weer een uitloop moeten krijgen moet daarvoor eerst de wetgeving worden gewijzigd.

Onderzoeker Ferry Leenstra van ASG erkent dat er in sommige gevallen gebruik is gemaakt van oud onderzoek. "Het was echter wel het beste wat er over sommige problemen was te vinden. De sector heeft de gelegenheid gehad zelf nieuw materiaal aan te dragen. Dat is niet gebeurd."

Eén reactie

  • no-profile-image

    eendenhouder

    Onderzoeken van de A.S.G. vinden niet plaats onder de zelfde omstandigheden als in de praktijk. Bij onderzoeken voor wat betreft de eenden houderij is de bezetting vaak minder als normaal en er wordt zoveel strooisel verstrekt dat de gem. eendenhouder er failliet aan zou gaan. Dan de uitkomsten , daar staan zoveel kreten in als (er wordt verwacht, we kunnen aannemen) dat men nu niet kan spreken van gedegen onderzoek. Zeker niet zoals men nu een sector wil gaan veroordelen op dit zelfde giswerk. Welke dieren in de Nederlandse landbouw leven er nog in hun natuurlijke leefomgeving? Geen enkele. Dat doet de mens ook niet meer, wij gaan ook niet meer naar de sloot om daar uit onze handen te drinken daar hebben we de kraan voor. Waarom? Omdat het hygienischer is, daarom zijn we in pluimveehouderij 25 jaar geleden al overgestapt op drinknippels. Wat betreft het badwater,wij houden geen zwemeenden geen vliegeenden maar loopeenden en die vermaken zich prima in het stro dat ze dagelijks krijgen. De jonge eenden kunnen zich niet zelf in het vet zetten,dat zou de moedereend doen,dus zouden we te maken krijgen met eendjes die nat worden en die overleven het niet met als gevolg dat de uitval sterk stijgt.Hebben ze dan weer een punt om over te vallen.
    Als slotzin zou ik willen zeggen dat de eendenhouderij op een verantwoordelijke manier met z'n dieren omgaat en dat ingrijpen door een minister die nog nooit een eenden bedrijf vanbinnen heeft gezien en alleen reageerd op basis van horen zeggen zou beter haar huiswerk moeten doen.

Of registreer je om te kunnen reageren.