Pluimveehouderij

Achtergrond 313 x bekeken

Slachtplek en vogelgriepfonds

Erfkippen en de vogelgriep: er zijn veel kansen voor verbeteringen in de value chain. Op de markt is met een slachtplaats veel te verbeteren. En dan een fonds opzetten.

Ik heb me hier in Laos suf gepeinsd over hoe je nou allerlei boeren en boerinnen op het platteland kunt laten bijdragen aan een vogelgriep-compensatiefonds, vergelijkbaar met de diergezondheidsfondsen die we in Nederland per diergroep hebben. De overheid beweert dat ze een register hebben van al die boeren en ‘precies’ weten hoeveel kippen ze houden en dat de boeren dus kunnen bijdragen. Dat is natuurlijk niet waar en daar trap ik ook niet in. Ik ben met mijn Laotiaanse ‘begeleider’ (houd ze in de gaten!) toch maar eens de kippen van dorp tot bord gevolgd om te snappen hoe het allemaal werkt en… hoe het eventueel beter zou kunnen.

Kippen lopen overdag los

In de dorpen lopen alle kippen los en ze gaan alleen ’s nachts in een mand die onder het paalhuis hangt of in een simpel nachthok. De gezondheidsvoorlichtingsboodschap voor de vogelgriep is om af te stappen van die manden, min of meer onder je bed, en om een nachthokje wat verder weg te bouwen.

Alle kippen gestolen

We kwamen een erg verdrietige mevrouw tegen wier kippen allemaal gestolen waren in één nacht. Dus zij had even geen boodschap meer aan de gezondheidsvoorlichting. Er zijn in elk gebied kippenhandelaren, die voornamelijk dieren tussen de vier-zes maanden en tussen de 0,75 en 1,25 kilo opkopen en die in manden op de bus naar de steden vervoeren. Daar staan weer andere handelaren (voornamelijk vrouwen) klaar om de kippen en eenden te kopen, met een ‘tuktuk’ naar hun huizen te rijden, ze daar handmatig te slachten om ze vervolgens weer door te verkopen aan markthandelaren, restaurants of om ze zelf in een winkeltje te verkopen. Dit systeem zit goed in elkaar, iedereen kan een 20-25 procent bovenop de prijs doen dus het kippetje dat in het dorp 20.000 kip kost (ik kan het niet helpen, zo heet de munteenheid hier echt!) doet op de markt geslacht en wel, inclusief kop, poten, zakje bloed, lever en maagje, 35.000 kip.

Hygiëne bij de slacht

Toch zit er op veterinair en voedselveiligheidsgebied een aantal haken en ogen aan dit systeem. Het zou een manier kunnen zijn waarop de vogelgriep de steden binnenkomt. En het slachten thuis gaat er soms niet al te hygiënisch aan toe, hoewel iedereen zijn best doet. Ook elke dag veel levende kippen slachten binnen de bebouwde kom is een gezondheids- en milieurisico. Hoewel de overheid zich terecht voornamelijk druk maakt over de vogelgriep, hebben boeren meer problemen met het feit dat van hun pluimveestapel per jaar er minstens 30 procent doodgaat aan vogelpest (NCD), vogelcholera (Pasteurellose) en eendenpest (Herpes). Door die hoge ‘normale’ sterfte gaan er geen alarmbellen rinkelen bij de boeren als er opeens veel kippen of eenden doodgaan en komt de verdenking van vogelgriep waarschijnlijk nogal eens later dan je zou willen. Of de verdenking komt niet, en gaan ‘gewoon’ alle kippen dood.

Pluimveemarkt met slachtplek

Aangezien bijna al het kippenvlees in de steden van deze erfkippen komt, is waarschijnlijk de constructie van een pluimveemarkt met slachtmogelijkheid (ik zeg expres NIET slachthuis: ik denk meer aan een afdak, goede dichte vloer met afschot, wat roestvrijstalen tafels en bakjes, schalen en emmers met misschien een paar simpele plukmachines uit China) aan de invalsweg een mogelijkheid om vele vogels met één steen te raken: geen levende kippen meer van het dorp de stad in, geen vermenging van levende kippen met groente, fruit en andere levensmiddelen, want… alhoewel op een paar plekken er nu een apart pluimveemarktje buiten de centrale markt gebouwd is, werkt het toch niet als moe eerst haar kip voor het avondeten koopt en met dat beest onder haar arm vervolgens de markt op loopt om nog wat sla en fruit te kopen en alles onder haar arm mee naar huis neemt.

Wassen en ontsmetten

De vrachtwagens kunnen bij de slachtplaats gewassen en ontsmet worden, zo ook de bamboe transportkooien. De veterinairen kunnen actieve surveillance voor de vogelgriep doen en er kan wat toezicht op de hygiëne gehouden worden. De marktvrouwen hoeven niet meer twee keer een tuktuk te huren, maar nog maar één keer om de geslachte kippen en eenden, liefst in een plastic zakje, naar de klanten te brengen. Het risico afval kan fatsoenlijk verwerkt worden en… misschien is DIT ook het punt waar een bijdrage gevangen kan worden voor gebruik van de faciliteiten en voor het pluimveegezondheidsfonds, want dat was mijn taak: om te kijken naar de toekomst van de compensatie bij ruimen.

Vaccinatie

Vaccins tegen NCD en vogelcholera worden lokaal gemaakt en kosten per kip haast niets. In de dorpen zijn veterinaire werkers die graag zouden vaccineren als dat vaccin maar beschikbaar zou zijn. De boeren zouden 30 procent meer inkomen hebben (want kippenhouden kost hier niets), de markt zou 30 procent meer omzet krijgen, dus volgens mij is dit de perfecte win-winsituatie, waarbij je een of twee jaar gesubsidieerd of zelfs gratis vaccins verstrekt. Als boeren het voordeel hebben gezien, gaan ze heus wel betalen: wat de boer niet kent…Ik heb berekend dat voor de geschatte 20 miljoen kippen het vaccin voor één jaar 1 miljoen dollar zou kosten; met een farmgateprijs van $2,25-2,50 per kippetje en 30 procent meer kip om te verkopen, zou die investering in theorie tussen de 12 en 15 miljoen dollar voor de boeren kunnen opleveren: over armoedebestrijding gesproken!

Sneller vogelgriep rapporteren

Zonder vogelpest en cholera zullen boeren eerder een verdenking van vogelgriep rapporteren. Dat zou tot snellere ruiming en dus tot minder verspreiding leiden: goed voor het compensatiefonds. De bijdrage die ik voorstel op de markt per kip te heffen, zou goed besteed kunnen worden en met de marges in de value chain kan die naar beide kanten ‘doorberekend worden’ (laat dat maar aan handelaren over!).

Nu nog echt uitproberen

Ik hoorde ooit wat de definitie van een adviseur is: dat is iemand die je vertelt hoe je van A naar B moet rijden, maar als je hem de autosleutels geeft moet hij toegeven dat hij nog nooit een auto bestuurd heeft. Oftewel: het is allemaal meestal makkelijker gezegd dan gedaan! Dat is het frustrerende in het kortetermijnwerk: je laat road maps achter voor anderen om te volgen en je bent er daarna zelf niet meer bij. Deze route lijkt me een heel interessante, met genoeg mensen onderweg, in de dorpen, in de handel maar ook in de overheid, die er allemaal beter van kunnen worden. Ik ben hier al druk op zoek naar een paar echte ‘chauffeurs’, om het in één of twee provincies te proberen!

Foto's: Anton van Engelen

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.