Pluimveehouderij

Achtergrond 140 x bekeken

PPE wil ophokplicht wegens coryza en S.g.

De Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg van het PPE adviseert aan alle bedrijven in de Gelderse Vallei die binnen een afstand van 3 km van een met coryza (acute snot) of Salmonella gallinarum (S.g.) besmet bedrijf liggen om het pluimvee vooralsnog binnen te houden.

Hiertoe heeft de Adviescommissie vrijdag 16 oktober 2009 besloten tijdens een ingelaste vergadering.

De commissie zal aan het bestuur van het PPE voorstellen om een verbod in te stellen om bedrijfsmatig gehouden pluimvee buiten te laten lopen gedurende een periode van twaalf weken. Op grond van EU-regelgeving zal dat gebod niet kunnen gelden voor biologische hennen, maar gezien het besmettingsgevaar wordt het PPE-bestuur voorgesteld de biologische bedrijven te adviseren om het pluimvee om veterinaire redenen vooralsnog binnen te houden. Het PPE-bestuur zal hierover op 29 oktober beslissen.

Verspreiding tegengaan

De Adviescommissie komt met dit advies omdat S.g.- en coryzakiemen zich over korte afstand door de lucht kunnen verspreiden. Het PPE heeft de pluimveebedrijven met een uitloopsysteem die minder dan 3 km van een met coryza besmet pluimveebedrijf liggen, daarover schriftelijk geïnformeerd en geadviseerd het pluimvee gedurende vier weken binnen te houden. Alle pluimveebedrijven die binnen een straal van 3 km rondom een met S.g. besmet bedrijf liggen zijn daarvan ook door het PPE op de hoogte gesteld.

Actuele situatie Coryza

Sinds juni zijn 15 (opfok)legbedrijven besmet verklaard met coryza. Bij 13 ervan is de besmetting in september of oktober vastgesteld. Van deze 13 bedrijven liggen er 11 in de Gelderse Vallei. Onder de met coryza besmette bedrijven komen alle typen houderijsystemen (met en zonder uitloop, scharrel- en kooihuisvesting) voor. De meeste bedrijven hebben bruine hennen, maar er ztten ook enkele bedrijven met witte leghennen bij. De 15 met coryza besmette bedrijven hebben samen ruim 500.000 hennen.

Actuele situatie S.g.

Sinds 13 augustus 2009 zijn zeven legbedrijven besmet verklaard met S.g., allemaal met bruine leghennen. Zes van die S.g.-besmette bedrijven liggen in Lunteren ten westen van de A30; het zevende bedrijf ligt in Kessel (Limburg). Het betreft één biologisch bedrijf, één scharrelbedrijf met uitloop en 5 scharrelbedrijven zonder uitloop. Deze besmette bedrijven hebben volgens het Koppel Informatiesysteem Pluimvee 230.000 hennen, maar vanwege de (soms hoge) uitval en het vervroegd slachten zal het werkelijke aantal hennen inmiddels kleiner zijn.

Verplicht deskundige begeleiding

Om S.g. en coryza succesvol te kunnen bestrijden heeft het PPE de Gezondheiddienst voor Dieren (GD) gevraagd daarvoor een protocol op te stellen. In het protocol wordt onder meer aandacht besteed aan bedrijfshygiëne, het vaccineren tegen coryza en S.g., aan het reinigen en ontsmetten van stallen en aan ongediertebestrijding.
De Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg adviseert het PPE-bestuur om de bedrijven die met S.g. of coryza besmet zijn te verplichten dat zij zich laten begeleiden door een door de KNMvD erkende pluimveedierenarts. En bij die begeleiding te werken volgens het door GD opgestelde protocol.

Ruimen van koppels

De besmettingen zouden het best bestreden kunnen worden door besmette koppels op het bedrijf te doden en af te voeren naar een destructiebedrijf. Het PPE heeft momenteel geen juridische mogelijkheden om het ruimen van besmette koppels te verplichten en de eigenaar een tegemoetkoming te geven voor het geruimde koppel. De procedure om voor een dergelijke regelgeving, inclusief een heffingsverordening voor de financiering ervan, EU-goedgekeuring te verkrijgen vergt op zijn minst een jaar. Het PPE beschikt wel over het veeziektenfonds waar ongeveer €12 miljoen in zit, maar dat geld kan alleen worden besteed voor de monitoring en bestrijding van AI en NCD, niet voor S.g. of coryza.
Omdat de Adviescommissie het transport van met S.g.-besmet pluimvee als erg gevaarlijk beschouwt zal worden nagegaan of een vergoeding gegeven kan worden als een met S.g.-besmet koppel niet wordt afgevoerd naar een slachterij, maar op het pluimveebedrijf wordt gedood en vervolgens wordt afgevoerd naar de destructor.

Mest van besmette koppels

Geadviseerd wordt om mest van met S.g. besmette koppels afgedekt af te voeren naar een mestverbrandingsinstallatie. Mest van met coryza besmette koppels dient na afvoer uit de stal ten minste een week afgedekt op het pluimveebedrijf te worden opgeslagen en kan daarna worden afgevoerd. Afvoer naar een verbrandingsinstallatie verdient daarbij de voorkeur.

Foto

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.