Pluimveehouderij

Achtergrond 229 x bekeken

PPE-activiteiten 2008

Waar de PPE-heffingen aan besteed worden. Een overzicht.

Henk Hulsbergen, PVE-beleidsmedewerker, geeft hieronder een uitgebreid overzicht van de PPE-activiteiten 2008:

Cofinanciering van EU-subsidieregelingen beïnvloedt de PPE-heffingen 2008. Daardoor valt de heffing van sommige pluimveesectoren hoger uit. Eerst betalen en dan ontvangen…
De activiteiten van het Productschap voor Pluimvee en Eieren (PPE) zullen in 2008 vrijwel dezelfde zijn als in voorgaande jaren. Wel worden enkele beleidsonderdelen omvangrijker. Daarbij moet dan gedacht worden aan de afzetbevordering voor pluimveevlees en het Salmonellabeleid in de legsector.

Afzetbevordering

Pluimveevlees - Voor de collectief gefinancierde afzetbevordering van pluimveevlees heeft de Europese Commissie voor 2008 en 2009 in totaal 2,9 miljoen subsidie toegekend. In 2008 zal daarvan €1,5 miljoen worden gebruikt. Met een bijdrage van €1,7 miljoen van de pluimveeslachterijen, is in 2008 een budget beschikbaar van €3,2 miljoen.
Met het geld zal vanaf februari 2008 in Nederland een nieuwe reclamecampagne worden gestart op televisie en radio, in vrouwenbladen en op internet. Ook zal de voltallige Nederlandse culinaire pers worden uitgenodigd voor een bijeenkomst die gericht is op de pluimveesector en pluimveevlees. Daarnaast zal door deelname aan beurzen en met een lespakket voor scholen voorlichting worden gegeven over het productiesysteem en over de voedselveiligheid van kippenvlees.
In Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zal via een PR-campagne informatie worden gegeven over de Nederlandse pluimveevleesproductie. In beide landen is de vakpers de doelgroep.
Tot slot zal van het beschikbare budget €150.000 gebruikt worden voor marktonderzoek, aan marktverkenning en aan imagostudies.
Bestuurlijk worden de afzetbevorderende activiteiten aangestuurd door de Reclamecommissie Nederland en de Reclamecommissie buitenland.

Eieren - Voor de collectieve afzetpromotie voor eieren is in 2008 een budget van €174.000 beschikbaar. Van dit bedrag wordt €137.000 opgebracht door de leghennenhouders en €37.000 door de pakstations. Van het budget is €75.000 bestemd voor de deelname aan het Nationaal Schoolontbijt, de rest voor een financiële bijdrage aan de Stichting Blij met een Ei.

Pluimveegezondheidszorg

De georganiseerde pluimveegezondheidszorg wordt in opdracht van het PPE uitgevoerd door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in Deventer en bestaat uit:

Veterinair advies en Basismonitoring
Het onderdeel Veterinair advies en ondersteuning omvat het beantwoorden van vragen van pluimveehouders en dierenartsen. Die vragen kunnen telefonisch worden beantwoord maar kunnen ook aanleiding zijn voor het maken van een bedrijfsbezoek en/of het uitvoeren laboratoriumonderzoek om bepaalde aandoeningen te bevestigen of juist uit te sluiten.
Een belangrijk onderdeel daarbij is het onderzoek op gestorven dieren (secties) door erkende pluimveepathologen. Naast microscopisch onderzoek zijn secties vaak aanleiding voor aanvullend laboratoriumonderzoek. Pluimveehouders die pluimvee, of monsters daarvan, voor sectie aan GD zenden, betalen zelf een geringe bijdrage voor de kosten van het onderzoek maar een aanzienlijk groter deel wordt collectief gesubsidieerd.
De Basismonitoring bestaat uit de veterinaire monitoring van pluimvee (VMP) en het in de gaten houden van ontwikkelingen in het buitenland.
Voor VMP haalt GD actief informatie op bij de pluimveedierenartspraktijken. Om de problemen in het veld te kunnen analyseren is een communicatiesysteem met een groot aantal pluimveedierenartspraktijken opgezet. Via dit systeem melden gespecialiseerde pluimveedierenartsen na elk contact met een pluimveebedrijf een aantal gegevens aan GD. In ruil daarvoor ontvangen de dierenartsen een vergoeding. GD verzamelt de gegevens, analyseert ze en stelt ze tegen een vergoeding weer beschikbaar aan de deelnemende dierenartsen.
De basismonitoring is bij uitstek geschikt voor het volgen van in Nederland regelmatig voorkomende gezondheidsproblemen, voor het opsporen van bekende maar in Nederland niet regelmatig voorkomende problemen, en voor het opsporen van nieuwe aandoeningen en ziektebeelden.
Daarnaast volgt GD de trends en ontwikkelingen in het buitenland van in Nederland niet-voorkomende aandoeningen.
De crisisfaciliteit maakt onderdeel uit van de basismonitoring en is enkele jaren geleden op aangeven van het ministerie van LNV om financiële reden geïntroduceerd. De activiteiten die binnen de crisisfaciliteit vallen worden gefinancierd via het Veeziektefonds.
De onderdelen Veterinair advies en ondersteuning en Basismonitoring en crisisfaciliteit worden op 50/50-basis gefinancierd door het ministerie van LNV en het PPE.
Voor het onderdeel Veterinair advies geeft het PPE €293.600 subsidie en voor de Basismonitoring €279.550.

Georganiseerde pluimveegezondheidsprogramma’s
Onder de georganiseerde pluimveegezondheidsprogramma’s valt het aansturen, (gedeeltelijk) uitvoeren en begeleiden van de onderzoekprogramma’s voor:
- Salmonella pullorum, S. gallinarum, S. enteritidis, S. typhimurium en Mycoplasma gallisepticum bij alle bedrijven in de reproductiesector met uitzondering van de eendenhouderij voor wat betreft S.e., S.t. en Mg;
- Salmonella arizona en Mycoplasma meleagridis bij de kalkoenvermeerderingsbedrijven;
- Salmonella hadar, S. infantis en S. virchow bij alle reproductiebedrijven in de vleeskuikensector;
- Salmonella enteritidis en S. typhimurium bij (opfok)legbedrijven;
- Mycoplasma gallisepticum bij legbedrijven en vleeskalkoenbedrijven;.
Voor het uitvoeren van de programma’s geeft het PPE in 2008 een subsidie van €250.000.

Veterinair praktijkonderzoek
Het veterinair praktijkonderzoek omvat diverse onderzoeksprojecten die worden aangestuurd door de Adviescommissie Pluimveegezondheidszorg. In 2008 zal aandacht besteed worden aan de volgende onderwerpen:
- verbeteren van het rendement van IB-vaccinaties;
- het ontstaan van buikvliesontsteking bij leggende hennen;
- diverse zaken met betrekking tot histomonas (blackhead);
- de rol die Mycoplasma synoviae (Ms) speelt bij glazige punt eieren;
- Ms en de invloed ervan op gewrichtsontstekingen en pootproblemen;
- het ontwikkelen van een darmgezondheidsindex;
- voorkomen en behandelen van chronische darmontsteking;
- het ontwikkelen van een PCR voor coccidiose;
- het ontwikkelen van entstoffen en een entschema tegen IB D388.
Voor het veterinair praktijkonderzoek is een bedrag van €520.000 uitgetrokken. Daarnaast is €100.000 beschikbaar voor onderzoek van actuele problemen die zich in de loop van 2008 voordoen.

Voorlichting
Voorlichting over pluimveegezondheidszorg wordt gegeven via de periodieke uitgave GD Pluimvee, via artikelen in ’Pluimveehouderij’ en via voordrachten op symposia en tijdens andere bijeenkomsten. De door het PPE toegekende subsidie bedraagt hiervoor €103.400.

NCD- en AI-monitoring
In opdracht van het PPE stuurt GD het serologische onderzoek naar de resultaten van de vaccinatieverplichtingen tegen NCD en de serologische monitoring van de aanwezigheid van laagpathogene aviaire influenza (LPAI) aan.
De kosten hiervan bedragen €81.600, waarvan ongeveer de helft gefinancierd kan worden uit een subsidie van de Europese Commissie voor de AI-monitoring.

Verificatieonderzoek Salmonellabesmettingen in de legsector
Vanaf 1 februari 2008 moeten alle legpluimveebedrijven regelmatig een onderzoek naar Salmonella enteritidis en S. typhimurium laten uitvoeren. Bij een eventueel positief onderzoekresultaat voert GD een verificatieonderzoek uit. Analoog aan de situatie in de reproductiesector worden de verificatieonderzoeken collectief gefinancierd. De kosten van deze onderzoeken worden opgebracht door de opfokkers van leghennen (€5.000) en de leghennenhouders (€45.000).

De totale voor 2008 begrote bijdrage van het PPE voor de pluimveegezondheidszorg bedraagt €1.677.000.

Fonds Mycoplasma gallisepticum

Reproductiekoppels in de vleeskuiken- en eiersector die besmet raken met Mycoplasma gallisepticum (M.g.) moeten worden geruimd. De vermeerderaars hebben jaren geleden bij het PPE een fonds gevormd waaruit vermeerderaars met een M.g.-besmet koppel een vergoeding krijgen voor die besmette koppels en voor de broedeieren van die besmette koppels.

De laatste jaren is het aantal M.g.-besmette koppels zeer gering waardoor het fonds een omvang heeft van meer dan €1 miljoen.
Evenals in 2007 zal daarom in 2008 geen heffing voor de financiering van dit fonds worden opgelegd. Het PPE-bestuur houdt zich echter het recht voor om alsnog een heffing op te leggen als de uitgaven wegens Mg-besmettingen in 2008 zeer hoog blijken te zijn.

Veeziektefonds

De veehouderijproductschappen (PPE, PVV en PZ) hebben met het ministerie van LNV een convenant afgesloten over de financiering van de bestrijding van besmettelijke dierziekten voor de periode 2005 tot en met 2009.

Voor de pluimveesector gaat het daarbij om de bestrijding van Aviaire Influenza (AI) en Newcastle Disease (NCD). De pluimveesector zal in de convenantsperiode maximaal €19,7 miljoen voor de bestrijding van AI moeten bijdragen en maximaal €2,19 miljoen voor de bestrijding van NCD. De primaire sectoren hebben in 2005 afgesproken om voor de eventuele uitgaven een reserve te vormen die in 2009 een omvang van €12 miljoen moet hebben bereikt. Daarnaast heeft de Stichting Fonds voor Pluimveebelangen een garantie afgegeven eventueel een bedrag van €4 miljoen bij te dragen. Voor het ontbrekende bedrag is een bankgarantie afgesloten.

Behalve de kosten voor de bestrijding worden ook de uitgaven voor de crisisfaciliteit en monitoring van de AI- en NCD-situatie (zie pluimveegezondheidszorg) en de kosten van het Salmonellabeleid in de reproductie- en de legsectoren uit het Veeziektefonds gefinancierd.

Voor de uitvoering van het Salmonellabeleid stelt de Europese Commissie subsidies beschikbaar voor het vergoeden van besmette reproductiekoppels die geruimd worden. Dat betreft koppels die besmet zijn met Salmonella enteritidis of S. typhimurium en in sommige gevallen ook koppels die besmet zijn met S. hadar, S. infantis of S. virchow.
Daarnaast worden voor de reproductie- en legsector subsidies beschikbaar gesteld voor de aanschaf van Salmonellavaccins en voor de kosten van officieel bacteriologisch onderzoek.
In alle gevallen stelt de Europese Commissie als voorwaarde dat de betreffende lidstaat nationaal eenzelfde bedrag aan subsidie beschikbaar stelt. Het ministerie van LNV stelt zich daarbij op het standpunt dat die cofinanciering collectief door de sector moet worden opgebracht.
De cofinanciering van de subsidies die in 2006 en 2007 beschikbaar zijn gesteld voor de aanschaf van Salmonellavaccins voor ouderdieren en die in 2007 beschikbaar zijn gesteld voor het uitvoeren van bacteriologisch onderzoek in de reproductiesector, zal verwerkt worden in de heffingen die in 2008 voor het Veeziektefonds in rekening zullen worden gebracht.
Ook zal de cofinanciering van de subsidies die in 2008 zullen worden verstrekt voor het Salmonellabeleid in de legsector via de heffing voor het Veeziektefonds in 2008 aan de legsector in rekening worden gebracht. (Een overzicht van de kosten van het Veeziektefonds staat in het februarinummer 2008 van Pluimveehouderij, op pagina 11.

Een en ander heeft tot gevolg dat de heffing voor het Veeziektefonds voor alle primaire deelsectoren, met uitzondering van de kalkoenen- en eendensector, in vergelijking met de heffing voor het Veeziektefonds in 2007 aanzienlijk zal stijgen.
Omdat de kalkoen- en eendensector geen subsidies kennen waarvoor een cofinanciering moet worden opgebracht, kan de heffing voor het Veeziektefonds voor deze sectoren omlaag.

Pluimveepraktijkonderzoek

De Adviescommissie Praktijkonderzoek Pluimveehouderij stuurt op advies van deelsectorgerichte klankbordgroepen het zoötechnisch gerichte praktijkonderzoek pluimvee aan. Voor de projecten die betrekking hebben op het plan van aanpak ingrepen is een stuurgroep verantwoordelijk waarin ook het ministerie van LNV en de Dierenbescherming zitting hebben. Vrijwel alle onderzoeksprojecten worden uitgevoerd door de Animal Sciences Group van Wageningen UR in Lelystad.
Voor 2008 zijn voor de verschillende deelsectoren de volgende onderzoeksprojecten voorzien:

Leghennen:
- Effect van varkensvleesmeel in voer op prestaties, gezondheid en gedrag van leghennen (financiering 50% PPE, 50% Productschap Diervoeder)
- Optimaliseren van verlichting bij leghennen om verenpikken te verminderen en productie te verbeteren (50% PPE, 50% Philips);
- Effect van vezelrijk voer tijdens de opfok- en legperiode op verenpikken, de voeropnameregulatie, de ontwikkeling van het maagdarmkanaal en de legprestaties (50% PPE, 50 % Productschap Diervoeder);
- Diverse projecten in het kader van het plan van aanpak (2/3 LNV en 1/3 PPE).
Deze vier projecten zullen alleen doorgaan als de vermelde cofinanciering gerealiseerd kan worden. Als dat niet het geval is, zal nadere besluitvorming over het al dan niet doorgaan van de projecten moeten plaastvinden.

Vleeskuikens:
- Het verminderen van voetzoollaesies (65% PPE, 35% LNV);
- Voortzetting project invulling lichteisen concept EU-welzijnsrichtlijn vleeskuikens;
- Relatie tussen management op vermeerderingsbedrijf en resultaten op vleeskuikenbedrijf;
- Voortzetting met één ronde van het vloerverwarmingsonderzoek (100% ASG).
- Ondernemerschap in relatie tot arbeidsproductiviteit (50% PPE, 50% Colland)

Vleeskuikenouderdieren:
- Voortzetten project Oorzaken slechte bevedering/flankbeschadiging;
- Onderzoek met betrekking tot het plan van aanpak ingrepen (2/3 LNV en 1/3 PPE).

Overige primaire sectoren
- Medio 2007 is broederijafval als categorie 2 destructiemateriaal aangemerkt. Indien de prijsontwikkeling voor het verwerken van broederijafval door de destructor daar aanleiding toe geeft zal een onderzoek worden gestart of broederijafval weer ingedeeld kan worden in categorie 3 destructiemateriaal. Dat onderzoek zal in dat geval door de GD worden uitgevoerd.
- Voor de eendenhouderij zal het onderzoek naar de mineralenbalans op stalniveau worden voortgezet.
- Voor de kalkoenensector is geen onderzoek voorzien. Omdat de kalkoensector nog sectorale financiële tekorten bij het PPE moet aanvullen, zal in 2008 echter nog wel een heffing voor onderzoek worden opgelegd.

In totaal wordt de bijdrage van het PPE aan het pluimveepraktijkonderzoek in 2008 geraamd op €625.000.

Slachterijen
De Commissie Onderzoek & Ontwikkeling Pluimveevlees stuurt het onderzoek aan dat wordt gefinancierd door de pluimveeslachterijen. In 2008 zal het budget van €150.000 met name worden besteed aan een onderzoek naar Campylobacterbesmettingen in de pluimveevleeskolom en de mogelijke interventiemaatregelen.

Arbeid

Het PPE heeft een jaarlijks budget van €70.000 voor activiteiten die gericht zijn op de factor arbeid. Daarbij wordt samengewerkt met andere productschappen.

• Van het budget wordt een bedrag van €45.000 besteed aan projecten die in samenwerking met FNV Bondgenoten en CNV Bedrijvenbond worden ondernomen. Zo wordt geprobeerd beleid op het terrein van arbeid en arbeidsomstandigheden in de agrofoodsectoren te stimuleren. Daarnaast wordt een informatieve krant voor de werknemers in de pluimvee-industrie uit het budget bekostigd.

• De resterende €25.000 zal worden gebruikt voor arbeid gerelateerde projecten die door Anevei worden geïnitieerd.

Organisatiekosten

Het PPE en het Productschap Vee en Vlees (PVV) hebben al meer dan vijftien jaar een gezamenlijk secretariaat, de PVE. De laatste jaren wordt bij de PVE een reorganisatieproces doorgevoerd waarmee beoogd wordt in een kleinere werkorganisatie flexibeler met medewerkers en kennis om te gaan. Voor 2008 heeft dat onder meer tot gevolg dat de secretariaatskosten die aan de pluimveesector in rekening zullen worden gebracht €110.000 lager worden begroot dan de secretariaatskosten in 2007.

Behalve de werkzaamheden die verband houden met het voorbereiden en begeleiden van alle hierboven genoemde activiteiten verricht het PVE-secretariaat veel voorbereidend beleidsmatig werk, voert het op vele terreinen overleg met sectorgenoten, marktpartijen en met diverse overheidsinstanties. Voorbeelden daarvan zijn de verschillende welzijnsdiscussies, het opstellen van hygiënecodes, de Salmonella- en Campylobacterproblematiek, IKB, KAT, QS, GlobalGap, toezicht op controlearrangementen, imagoverbetering van de sector, dierenvervoer, heffingen enzovoort. Daarbij mag niet vergeten worden dat al die werkzaamheden niet mogelijk zijn zonder goed toegeruste en deskundige beleidsondersteunende afdelingen.

De totale kosten die in 2008 voor het secretariaat, de vergaderkosten, controle- en invorderingskosten van de heffingen en de diensten door derden aan de pluimveesector in rekening zullen worden gebracht worden begroot op €3 miljoen.

Financiering

De kosten van het PPE worden via heffingen door alle geledingen in de pluimveesector opgebracht.

Zoals hiervoor reeds is aangegeven is de heffing voor het Veeziektefonds voor vrijwel alle primaire deelsectoren hoger in verband met de op te brengen cofinanciering voor subsidies die de Europese Commissie beschikbaar stelt voor het Salmonellabeleid.

Bij enkele sectoren in de vleessector wordt ook de heffing voor gezondheidszorg of onderzoek verhoogd. Dat is in de meeste gevallen noodzakelijk omdat de eerder opgebouwde reserves gebruikt zijn voor de cofinanciering van de marktondersteunende maatregelen waarvoor in 2006 en 2007 in totaal €2 miljoen subsidie aan de primaire bedrijven in de pluimveevleeskolom is uitbetaald. Met de nu doorgevoerde verhoging wordt weer een begin gemaakt met de opbouw van een reserve. Daarbij wordt als beleidslijn aangehouden dat voor de min of meer structurele activiteiten een reserve van een derde van de jaarlijkse omzet is gewenst.

Een overzicht van de heffingstarieven 2007 en 2008 vindt u in het februarinummer van Pluimveehouderij 2008, op pagina 11.

Foto

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.