Pluimveehouderij

Achtergrond 114 x bekeken

Hoge eis dioxineproces

Dioxinedossier: de Belgische staat eist €180 miljoen vergoeding.

De Belgische staat eist 180 miljoen euro provisionele (voorlopige) schadevergoeding van zeven partijen in het dioxinedossier. De rechtzaak hierover begon maandag 21 januari 2008 in Gent.

De rechtzaak in Gent heeft betrekking op de dioxinecrisis die in juni 1999 ontstond als gevolg van met motorolie verontreinigd frituurvet dat vetsmelterij NV Verkest uit Deinze (nu NV Profat) had verwerkt en verkocht als veevoergrondstof.

Maandag heeft een tiental benadeelden, voornamelijk mengvoederbedrijven, zich burgerlijke partij gesteld tegen de zeven beklaagden. In totaal zullen een tachtigtal benadeelden een schadevergoeding eisen.

De advocaat van de hoofdbeklaagden vader Lucien en zoon Jan Verkest probeerde behandeling van de zaak uit te stellen naar september, maar daar ging de rechtbankvoorzitter niet op in. De zeven beklaagden zijn naast NV Verkest, Lucien Verkest, zijn vrouwe Jeanine Dhaenens en zijn zoon Jan, het bedrijf SPRL Fogra uit Bertrix (nu SPRL Protelux) en namens dat bedrijf Jacques Thill en zijn vrouw Jacqueline. Geen van de gedaagden was in persoon aanwezig op de zitting.

De hoofdbeklaagden worden beschuldigd van valsheid in geschrifte, gebruik van valse stukken en bedrog in koopwaar. Ze verklaarden op factuur dat ze aan mengvoerfabrikanten gesmolten dierlijk vet leverden, hoewel het ging om een mengsel van dierlijk en technisch vet. Fogra zou met giftige PCB’s besmette vetstoffen hebben geleverd aan Verkest, die het doorverkocht aan veevoerbedrijven.
In deze zaak wordt pas voor het eerst gepleit op 1 september 2008.

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.