Mechanisatie

Foto & video 3045 x bekeken

En zo begon de landbouwmechanisatie

De geschiedenis van de landbouwmechanisatie begon al in het stoomtijdperk. De allereerste trekkers waren veelal direct van een stoommachine afgeleid.

Foto

  • De geschiedenis van de landbouwmechanisatie begon al in het stoomtijdperk. De allereerste trekkers waren veelal direct van een stoommachine afgeleid. Vooral de grote prairietrekkers waarmee in de Verenigde Staten de grote akkerbouwgebieden in Dakota en Minnesota werden ontgonnen, zijn daarvan imposante voorbeelden. In Europa hebben ze nooit gewerkt. Voor wie niet in de gelegenheid is de machines in de VS te gaan bekijken, ook in Europa kunt u terecht. De laatste jaren hebben verzamelaars verschillende machines, waaronder zeer unieke exemplaren, naar deze kant van de oceaan gehaald. Net zo uniek als de trekkers zelf is het evenement dat bij familie Koolen, zelf ook grote liefhebbers van prairietrekkers, voor de tweede maal in Bergeijk (N.-Br.) werd georganiseerd. Op 13 en 14 augustus stond daar het neusje van de zalm tentoongesteld. Voor zover de weer- en terreinomstandigheden het toelieten, waren er demonstraties van de machines.

    Tekst & foto's: Martin Smits

  • De stoommachine bracht het industriële tijdperk op gang. In de Nederlandse landbouw heeft stoom maar een beperkte plaats gehad, maar in Engeland en Noord-Amerika des te meer. Het stoomtijdperk in de Amerikaanse landbouw begon voor trekkers in 1861 met de Case-stoomtrekker. De Case werd gebruikt voor het ontginnen van de prairie. Minneapolis was langere tijd een belangrijke leverancier van stoomtrekkers.

  • Begin 1900 kwam het gebruik van verbrandingsmotoren op gang. Stoom had nogal wat nadelen en al snel deed de verbrandingsmotor zijn intrede bij de grote prairietrekkers. Grote mastodonten die kilometers lang de prairie ploegden. Hart Parr en Rumley Oill Pull waren bekende trekkermerken. Zij brachten tussen 1910 en 1920 de meeste trekkers op de markt.

  • Ploegen gebeurde met een rondgaande ploeg. Op het frame zit een platform waaroverheen een machinist kan lopen om zo met hefbomen de diepte van de verschillende elementen in te stellen. Een zesschaarploeg was voor het ontginnen van de prairie maar een kleine ploeg. Zeven en acht scharen waren geen uitzondering.

  • De Hart Parr 30-60 (30 pk aan de trekhaak, 60 pk aan de riemschijf) van de gebroeders Clemens uit Lisserbroek is van bouwjaar 1907. Daarmee is het de oudste in Europa bekende prairietrekker. Prairietrekkers zijn buiten Noord-Amerika nauwelijks verkocht. Inmiddels zijn echter verschillende exemplaren in West-Europa bij verzamelaars terechtgekomen. Trekkracht en motorvermogen verhielden zich in die tijd heel anders dan tegenwoordig. Bedenk dat het eigen gewicht rond de 10 ton ligt en dat het nominaal toerental op 300 omw./min. ligt.

  • Dit is de Aultmann Taylor 22-45 uit 1919 van Marc Geerkens. De radiateur moest nog worden uitgevonden, waardoor in die tijd veel is geëxperimenteerd met koelsystemen. Dat behalve het onderstel ook de rest van de prairietrekkers op de techniek van stoommachines is geïnspireerd, is aan alle kanten duidelijk.

  • Advance Rumley Oill Pull 30-60 E uit 1912 van de familie Peumans uit het Belgische Riemst is een van de zwaarste prairietrekkers. Rumley Oill Pull, later opgegaan in Allis Chalmers, is vooral in Amerika zeer geliefd bij verzamelaars van het echte antiek. Rumley heeft een breed scala aan trekkers geproduceerd. Een van de kenmerken is de tweecilindermotor, waarbij de cilinders dezelfde kant op staan. Dit is vergelijkbaar met een tweecilinder John Deere. De trekker maakt een wat bijzonder geluid omdat er steeds twee arbeidsslagen na elkaar volgen.

  • De Aultman Taylor 30-60 uit 1924 van de familie Koolen uit Bergeijk, de organisatoren van de bijeenkomst en zelf ook groot liefhebber van de Amerikaanse prairietrekkers. De luchtstroom voor de koeling wordt op gang gebracht door venturiwerking van de uitlaatgassen en wordt bij ‘moderne’ uitvoeringen van na 1914 ondersteund door twee ventilatoren. In de Nebraska-test ontwikkelde de trekker bijna 4 ton trekkracht. De radiateur heeft overigens een inhoud van ruim 450 liter.

  • Mogelijk minder indrukwekkend, maar niet minder antiek en een van de oudste trekkers van de show is deze Big Bull uit 1915. Een Amerikaanse trekker, in bezit van de Engelse verzamelaar Mike Kendal. De trekker is speciaal ontworpen om te ploegen en met het grote wiel in de voor kan hij vlak blijven staan. Bull-trekkers werden door Massey Harris op de markt gebracht. Om diverse redenen was het avontuur van korte duur en ging Bull in 1920 over de kop.

  • Deze Townsend 15-30 van de gebroeders Toonen uit Westerbeek lijkt een stoommachine maar is een ‘gewone’ trekker. Het idee achter de constructie was om voort te borduren op het betrouwbare imago van een stoommachine en de klanten niet in verwarring te brengen met moderne fratsen. De gebroeders Toonen hebben deze bijzondere trekker al vele jaren in hun bezit.

  • Al vrij vroeg werden vooral in Californië veel rupstrekkers gebruikt. De Caterpillar 60 is een bekend type. De Caterpillar Tractor Company werd in 1925 opgericht door het samengaan van Holt en Best. Dieselmotoren kwamen toen ook in beeld. Vanaf 1931 werd de Sixty behalve met een benzinemotor ook met dieselmotor leverbaar. Tien exemplaren van de eerste 25 geproduceerde diesel-Sixty’s hebben gewerkt aan de aanleg van het Prins Albert-kanaal in België.

  • De allereerste rupstrekkers, zoals deze Holt uit 1922, hadden een grote benzinemotor en een voorwiel om te sturen. Holt, voorloper van Caterpillar, was samen met Best een pionier op rupstrekkergebied. Min of meer bij toeval werd ontdekt dat een rupstrekker ook prima te sturen is zonder voorwiel.

  • Lauson Built. De zware prairietrekkers waren alleen geschikt om de prairie te ploegen. Voor het landbouwwerk dat daarna volgde waren deze trekkers minder geschikt. Daardoor ontstond al snel een enorme markt voor kleinere trekkers. De Lauson met zijn zescilindermotor, goed voor 25 pk aan de trekhaak en 45 pk aan de riemschijf, was voor zijn tijd niet alleen een kwalitatief hoogwaardige, maar ook vrij zware trekker. Begin jaren dertig ging het bedrijf over de kop, onder meer door de crisis van die jaren en de ‘Dust Bowl’ in de Mid West.

  • 648/650/652
    De oudste trekker op de show en ook een van de oudste trekkers ter wereld is van Engels fabrikaat. De Ivel uit 1903 was lange tijd in bezit van de bekende Engelse verzamelaar wijlen John Moffit, ook de man achter de Hunday Collection. Number One uit 1902 is ondergebracht bij het London Science Museum. Alles aan deze trekker is primitief, maar zeer herkenbaar. Vooral de transmissie met maar een versnelling vooruit en een achteruit.

  • De Samson M werd in 1918 aangekondigd en was een reactie van General Motors op de intrede van Henry Ford op de trekkermarkt in 1917 met de Fordson F. Samson was een trekkerfabrikant in Californië en had wel wat succes en een goede reputatie toen deze door General Motors (GM) werd overgenomen. Het GM-avontuur was echter weinig succesvol en van korte duur. De fabriek ging in 1922 over naar de assemblage voor Chevrolet.

  • Hart Parr was in de VS ooit een trekkermerk van betekenis. Ook in Nederland zijn Hart Parrs in gebruik geweest, vooral als dorstrekker. Om te demonstreren hoe soepel de motor loopt en hoe betrouwbaar de machine is te bedienen, werden in de VS demonstraties gehouden. Daarbij werd de trekker aan de wielen op een staalkabel in een frame omhoog gehesen. In Bergeijk werd deze vooroorlogse Hart Parr bootstrap-test met succes een aantal keren herhaald.

  • De bakker bakt overal brood, ook in Bergeijk. Hier wordt het brood vers uit de houtgestookte oven geleverd. Dat is nog uit de tijd dat de consument wist waar zijn eten vandaan kwam.

  • ‘Zo ging het vroeger nog bij mijn oma thuis.’ Niet alleen de landbouw is gemechaniseerd, dat geldt ook voor het huishouden. Vroeger had de huisvrouw nog een dagtaak aan de was.

  • En ook de trekkers waarmee de deelnemers hun antiek naar het evenement vervoeren, is vaak de moeite waard.

Of registreer je om te kunnen reageren.