Mechanisatie

Achtergrond 12520 x bekeken 2 reacties

Fendt-opraapwagens in aantocht

Op 13 maart 2017 verkondigde Lely dat het zijn gras(oogst)machines verkoopt aan Agco. De fulliner-wens van Agco is zo weer een stapje dichterbij, en weldra zullen we de persen en opraapwagens in Fendt-kleuren zien.

Maar er is ook pijn: een traditioneel, degelijk en stevig Hollands werktuigenmerk verdwijnt.

Het oer-Nederlandse Lely in Maassluis stoot zijn gras(oogst)werktuigenproductie af. Hoofdreden: Lely ziet in de (nabije) toekomst onvoldoende mogelijkheden om zijn werktuigen te verkopen, in een markt waar fulliners zoals Claas, John Deere en New Holland het steeds meer voor het zeggen krijgen. De Lely-maaiers, -schudders, -harken, -opraapwagens, getrokken -hakselaars, -wikkelaars en -persen zijn verkocht aan Agco, het moederbedrijf van onder meer Fendt, Massey Ferguson (MF) en Valtra. Met deze verkoop creëert Lely voor zichzelf de ruimte om zich meer toe te leggen op landbouwrobotica en data.

De feiten:

  • De overdrachtsdatum is eind september 2017, tenzij Lely’s ondernemingsraad het afkeurt;
  • Agco wordt volledig eigenaar van de Lely/Welger persenfabriek in Wolfenbüttel (Duitsland) en de Lely (voormalige Mengele) opraapwagenfabriek in Waldstetten (Duitsland). In beide fabrieken werken zo’n 250 mensen;
  • Er wordt nog onderhandeld over de exacte wijze waarop en tijdsduur waarbinnen Agco de merknaam en kleur van ‘Lely’ mag en kan gebruiken. Uiteindelijk zal de naam Lely verdwijnen op alle genoemde werktuigen;
  • De overname is inclusief alle aanhangende patenten en tekeningen;
  • De productie in Maassluis van de Lely-maaiers, -harken en -schudders wordt van september 2017 tot eind april 2018 afgebouwd. Agco hevelt deze productie over naar eigen fabrieken, hoofdzakelijk de Fella-fabriek in het Duitse Feucht;
  • Minstens 200 mensen verliezen hun baan (100 in Maassluis en circa 100 in de dertien Lely-verkooporganisaties in het buitenland);
  • Daarnaast worden circa 95 mensen tijdelijk uitgeleend aan Agco. Die 95 komen nadien terug in Maassluis. Voor hen wordt dan bekeken of ze kunnen blijven;
  • Voor de zomer van 2017 komt Lely met een preciezer voorstel voor zijn werknemers.

Kans voor Agco

Agco ziet met de aankoop van Lely’s werktuigen een kans om zijn fulliner-schap (compleet pakket trekkers, zelfrijders en werktuigen) te verbeteren. Een echte verbreding levert de deal niet op, omdat Agco al hooibouwwerktuigen, persen en een opraapwagen heeft. Agco bouwt al maaiers, schudders en harken in zijn eigen Fella-fabriek in Feucht. En de rondebalenpersen en opraapwagens koopt het bedrijf elders in.

Echter, de afzet van de persen en opraapwagens gaat niet best. Zo stopte Fendt enkele maanden terug de verdere ontwikkeling en verkoop van zijn ‘Varioliner’-opraapwagen, die het bedrijf eind 2015 op de Agritechnica in Hannover toonde. Deze Varioliner ontwikkelde Fendt in samenwerking met een onafhankelijke opraapwagenfabriek in het Duitse Stolpen. Diezelfde fabriek bouwt overigens ook de Vicon- en Deutz-Fahr-opraapwagens.

Een Lely Tigo XR 75D-opraapwagen gephotoshopt naar een Fendt-kleurstelling. De kans dat we een soortgelijke opraapwagen zien op de Agritechnica eind 2017 is heel erg groot. - Foto: Bert Jansen
Een Lely Tigo XR 75D-opraapwagen gephotoshopt naar een Fendt-kleurstelling. De kans dat we een soortgelijke opraapwagen zien op de Agritechnica eind 2017 is heel erg groot. - Foto: Bert Jansen

Verkoop rondebalenpersen verloopt slecht

Agco koopt momenteel zijn Fendt- en MF-rondebalenpersen in bij een Italiaanse Kverneland-fabriek. Dat is de voormalige Gallignani-vestiging die Kverneland in oktober 2012 inlijfde. En de verkoop van die persen onder Fendt- en MF-label verloopt matig tot slecht. Met name de Duitse boeren en loonwerkers zijn niet te porren voor de aanschaf van deze Italiaanse machines.

Duitse fabrieken met goede reputatie

Met Lely’s overname krijgt Agco wél de beschikking over Duitse fabrieken met een goede reputatie. Lely’s persenfabriek in WolfenBüttel is immers de voormalige Welger -fabriek, en die machines hebben van oudsher een sterk imago. Dezelfde vlieger gaat op voor Lely’s opraapwagenfabriek in het Duitse Waldstetten, de voormalige Mengele-fabriek. Hoe en onder welke merknamen Agco alle Lely-werktuigen gaat labelen, is nog onbekend.

Met de wetenschap dat Agco het merk Fendt als fulliner wil positioneren, is de kans zeer groot dat de opraapwagens en persen sowieso onder Fendt-label en -kleur de markt ingaan, waarschijnlijk zichtbaar op de aankomende Agritechnica eind 2017. Of de Lely-machines ook in MF-, Valtra- of Challenger-kleur komen, is afhankelijk van Agco’s merkenstrategie.

Een Lely Lotus-schudder zoals deze wordt tot en met april 2018 in Maassluis gemaakt. Daarna is de productie volledig in Agco’s handen. De Lely-schudder maakt de grootste overlevingskans, omdat ze het hoogste imago heeft onder de hooibouwmachines. - Foto: Profi

Verkoop in Nederland

De Nederlandse Agco-importeurs wrijven in hun handen en verwachten dat de Lely-machines straks via hun kanaal de Nederlandse markt opgaan. Dat zijn de Mechan-Groep (onder andere Fella, MF, Valtra en Fendt) in Achterveld en Abemec (onder andere Fendt) in Veghel. Beide importeurs geven aan klaar te zijn voor deze uitbreiding, al hebben ze nog geen duidelijkheid van Agco.

Detail: Abemec is in handen van de Duitse coöperatie Baywa, en Baywa is de grootste Agco-klant. Ook bijzonder: de van oudsher Mengele-opraapwagens zaten tot begin 2010 bij importeur Mechatrac (de huidige Mechan Groep) en komen dankzij deze overname weer terug op het oude nest. Sinds 2010 veranderden deze wagens drie keer van kleur; van Mengele-blauw, naar Lely-rood en straks weer naar Fendt-groen.

Fendt toonde eind 2015 op de Agritechnica de eerste eigen opraapwagen die het door een extern bedrijf liet ontwikkelen en bouwen. Begin 2017 werd pas bekend dat Fendt in alle stilte dit project heeft stopgezet. Of dat kwam doordat er geen potentie in zat, of doordat de onderhandelingen met Lely in een ver stadium waren, is niet bekend. - Foto: Henk Riswick
Fendt toonde eind 2015 op de Agritechnica de eerste eigen opraapwagen die het door een extern bedrijf liet ontwikkelen en bouwen. Begin 2017 werd pas bekend dat Fendt in alle stilte dit project heeft stopgezet. Of dat kwam doordat er geen potentie in zat, of doordat de onderhandelingen met Lely in een ver stadium waren, is niet bekend. - Foto: Henk Riswick

Onzekerheid bij Nederlandse dealers

Met voorgaande wetenschap én het feit dat Agco de Lely-machines onder eigen merknamen gaat verkopen, betekent dit ook weer een verschuiving en opschudding onder Nederlandse dealers. Fendt-dealers die geen opraapwagen of pers verkopen, zijn blij. Fendt-dealers die nu Lely verkopen, zijn heel erg blij. Trekker-dealers die geen Agco-trekkermerken verkopen zoals Case-IH, New Holland, John Deere, Deutz-Fahr (enzovoorts), maar wel Lely verkopen, zullen op de middellange termijn op zoek moeten naar een ander merk voor de graslandmachines. Dit alles gecombineerd met het feit dat New Holland vijf maanden terug Kongskilde inlijfde, en je hebt de dealerwereld op zijn kop staan.

De importeurs van vrije werktuigmerken zoals Kuhn, Krone en Pöttinger grijpen nu hun kans om nieuwe verkooppunten te vinden, maar ervaren tegelijkertijd dat hun ‘vrije markt’ steeds kleiner wordt. Zeker is dat de keuze voor een dealer nooit eenvoudig is. Meestal zit er al een concurrent in de buurt die al een van die ‘vrije’ merken verkoopt. Dus welk werktuigenmerk kies je dan?

De geschiedenis van Lely

Pijn, misselijkheid en liefdesverdriet

Dealers die zich al tientallen jaren inzetten voor Lely voelen pijn, misselijkheid en sommigen spreken zelfs over liefdesverdriet. Het zijn met name dealers die wel 40 tot ruim 50 jaar Lely-dealer zijn en met dit besluit – waar ze geen enkele invloed op hebben – zich aan de kant gezet voelen. Alsof al die inspanning en loyaliteit er niet toe deed. De pijn zit ’m vooral in het feit dat een fabrikant zonder enige voorinformatie of betrokkenheid een keuze als deze maakt.

Overigens begrijpen de dealers Lely’s pijnlijke keuze wel. Lely is een sterk merk, maar dan vooral in Nederland. Op wereldschaal betekenen de Lely-werktuigen niet zoveel.

In de markt doet zich overigens (weer) een steeds sterker gerucht voor. Zo zou Kubota nu serieuze pogingen doen om Claas over te nemen. Wordt vervolgd.

Dit artikel is verschenen in TREKKER magazine.

Laatste reacties

  • hooimijt

    Dank je voor deze goede info

  • Vechtdal65

    Ja, dan worden waarschijnlijk meerdere van oudsher actieve Lelydealers rücksichtslos aan de kant worden gezet. Jammer voor zoals ook Lely een familiebedrijf wat nu in een megaonderneming terecht komt en weer velen binnenkort de fabriek moeten verlaten. Laat het niet waar zijn, dat een bedrijf als Kubota, Claas zou gaan overnemen. Een fabriek waar door iedereen van hoog tot laag met zoveel passie aan kwaliteitsproducten wordt gewerkt en verkocht, zal echt een nekslag krijgen op langere termijn als het onder een geheel nieuw management komt vanuit Verweggistan. Ik vrees het ergste.

Of registreer je om te kunnen reageren.