Mechanisatie

Achtergrond 1196 x bekeken laatste update:28 apr 2014

Sterk in welzijn en transparantie

Drie Nederlanders waren in september op bezoek in Finland. De Finse vleeskuikenhoudster Hanna Hamina leidde het drietal rond. Een leerzaam bezoek, ook voor andere NL-kuikenhouders.

Hanna Hamina, een Finse kuikenhoudster, ontmoette Bart Janssen, kuikenhouder in het Drentse Zuidvelde, op LIV Hardenberg en op EuroTier in Hannover in 2012. Pratend over de Finse en Nederlandse kuikenhouderij ontstond het idee een bezoek aan Finland te brengen. „En zo vloog ik op 1 september met Erik Wolterinck van broederij Schotman en Klaas-Jan Krijgsheld van Kuijperskip naar Helsinki”, vertelt Bart Janssen. Bart (35) houdt 360.000 kuikens op twee locaties in Zuidvelde met 80 hectare akkerbouw. Klaas-Jan (36) woont in Valkenswaard ­(N-B) en houdt binnen de bedrijven KuijpersKip en KuijpersKloek 520.000 vleeskuikens en 85.000 vleeskuikenouderdieren. Hanna Hamina houdt, samen met haar man, 132.000 vleeskuikens in Eura, Zuidwest-Finland. Daarnaast is ze voorzitter van de Finse vleespluimveevereniging. Daarin zijn zowel vleespluimveehouders (vleeskuikens, opfok en vermeerdering) als het bedrijfsleven (slachterijen, fokbedrijven) vertegenwoordigd. De vereniging is een onafhankelijk onderdeel van de overkoepelende Finse pluimveeorganisatie (www.siipi.net), waarin alle pluimveesectoren, inclusief hobby­pluimvee, vertegenwoordigd zijn. De drie Nederlanders bezochten samen met Hanna Hamina de Finse vleespluimveesector.

Langere leegstand in de winter

De laatste jaren is er flink uitgebreid in zowel de vermeerderings- als vleeskuikensector. Finland kent geen pluimveequota zoals Nederland. De slachterijen bepalen aan de hand van de verwachte consumptie op korte en lange termijn hoeveel er geproduceerd mag worden. Dit houdt in dat bedrijven in de winter langer leegstaan. De leegstand kan oplopen tot wel 3 tot 4 weken in de winter vanwege de lagere vraag naar pluimveevlees. Voor de lange termijn bepalen de slachterijen via het uitgeven van nieuwe contracten of een pluimveehouder meer mag gaan produceren. Dit systeem werkte tot op heden goed. Het laatste jaar is de productie voor de versmarkt te hoog. In praktijk leidt dit tot langere leegstand. De Finse markt is door de bijzondere ligging redelijk afgeschermd van concurrentie. Hoewel Finland EU-lid is, komt er weinig vers product uit de rest van Europa naar Finland. De bedreiging van overproductie komt van binnenuit, onder meer van een nieuwe integratie die zelf ook kuikens gaat slachten. Klaas-Jan Krijgsheld: „De Finnen werken met een strak geregelde planning. Aan het begin van de ronde ontvangt de vleeskuikenhouder een planning op afleverdag én aflevergewicht. Twee weken voor laden ontvangt de vleeskuikenhouder de exacte tijd, op het uur nauwkeurig, en het gewenste gewicht, op de gram nauwkeurig. Wijk je af met het gewicht dan wordt de uitbetaling gekort: meer dan 26 gram afwijking geeft een korting van 5 eurocent per kilo. Dit kan dus 15 cent per kuiken voerwinst verschil opleveren!” Alle kuikens worden met vangmachines geladen en in gesloten vracht­wagens naar de slachterij getransporteerd. Erik: „De kuikens voor een bedrijf van 120.000 kuikens kunnen wel in drie tot vier dagen worden opgezet. De planning wordt soms in de week van uitkomst nog veranderd. Kuikens over, dan een stal eerder opzetten. Kuikens te kort, dan een stal later. Makkelijk plannen voor de broederij en door de lage ziektedruk levert dit geen problemen op.” De slachterij bepaalt het ras. Nu voornamelijk Ross 508 met veel filet. Suomen Broiler, de voormalige importeur van Ross, heeft in april 2013 het eerste Hubbard H1-grootouderkoppel opgezet. Hanna: „De drie slachterijen hebben altijd zaken gedaan met Suomen Broiler. De opfok- en vermeerderingsbedrijven zijn contractbedrijven van de slachterijen. We moeten als vleeskuikenhouders dus afwachten wat de slachterijen kiezen. De kwaliteit van het vlees moet goed zijn en we moeten natuurlijk concurrerend blijven.” De Finse stallen zijn degelijk gebouwd, vaak midden in de bossen. Klaas-Jan: „Luxe mooie stallen. Stevig gebouwd: een enorme houten constructie, goede isolatie met een verlaagd plafond. In de winter kan het -25°C worden met veel sneeuw.” De Finnen zijn strikt in de hygiëne. Een eenheid van 20.000 vleeskuikenouderdieren vinden ze groot genoeg; voor uitbreiding kocht het bezochte bedrijf op 2 kilometer afstand 7 hectare grond voor €35.000 waar de tweede stal gebouwd wordt. Uitladen is verboden in Finland. De gemiddelde bezetting is 17 vleeskuikens per vierkante meter. Open vuur in stallen is ook verboden; alle stallen hebben centrale verwarming, de meeste via een houtkachel. Bart: „Hout is ruim voorradig, maar minimaal net zo duur als in Nederland.”

Gezondheid en dierenwelzijn

In Finland worden hoge eisen aan welzijn en voedselveiligheid gesteld. Door de ligging van Finland kent het land weinig ­virussen en salmonella’s. Het land is dunbevolkt en de pluimveedichtheid is laag. Coccidiose komt bijna niet voor. Uit voorzorg gebruikt men wel anticoccidiosemiddelen in het voer en Broilact bij de opstart van de kuikens. Er is strikte controle op ziektes, import van dieren en voerhygiëne. Alle 2.000 salmonellatypes worden onderzocht. In 2011, 2012 en 2013 zijn er geen salmonella-uitbraken geweest. Campylobacter is op 5 procent van de Finse vleeskuikenkarkassen aangetoond. Finland heeft een vrijwillige organisatie de ETT, om dierziektes te voorkomen, waarin pluimveehouders, belanghebbenden en autoriteiten deelnemen. In mei 2013 is er op een vermeerderingsbedrijf een uitbraak van IB 4/91 geweest. Hanna: „In 2011 hadden we IB-uitbraken bij vleeskuikens; de eerste sinds tientallen jaren. Er wordt nu wel nagedacht over een systeem van tegen IB enten.” Voetzoollaesies zijn in Finland een gewonnen strijd. Er zijn slechts enkele koppels met score 2. De Finnen zweren bij het gebruik van turf als strooisel. Ruim voor opzet strooien ze 2 tot 3 centimeter turf op de vloer zodat het vochtgehalte kan dalen. Turf is ruim voorhanden in Finland. De turfkosten zijn circa 2 cent per kuiken. De Finnen gebruiken weinig tot geen anti­biotica en enten de kuikens niet. Bij de vleeskuikenhouders is geen antibiotica gebruikt sinds 2010, alleen in de opfok- en legperiode van de (groot)ouderdieren. Hanna: „Finse pluimveehouders zijn niet tegen het gebruik van medicijnen als het echt nodig is, maar we hebben sinds decennia een zodanig goede situatie gecreëerd dat er geen virussen zijn die ‘de deur openlaten’ voor secundaire infecties. De eerste vleeskuikens kwamen naar Finland in 1959 en sinds toen hebben we de hoge biosecurity behouden.” Ze lacht: „Wij krijgen van dierenactivistenorganisaties af en toe het verwijt dat we te weinig antibio­tica gebruiken! Maar als dieren niet ziek zijn, hoeven ze geen antibiotica.” Bart vult aan: „De situatie is natuurlijk niet vergelijkbaar met Nederland. Maar de Finnen zijn heel consequent in het uitvoeren van hun hygiëneprotocollen. Daar kunnen wij nog wat van leren!”

Eigen tarwe, haver, geen mais

Er zijn drie voerfabrikanten van vleeskuikenvoer in Finland. Ze gebruiken alle drie gmo-soja en twee gebruiken ook niet-gmo-soja. Klaas-Jan: „Wat mij opviel waren de grote graanvelden. De meeste vleeskuikenbedrijven beschikken over eigen tarweverwerking. Ze drogen en schonen hun eigen oogst en slaan die op het bedrijf op. De graandrogers zijn meestal aangesloten op een houtgestookte boiler die ook de stallen verwarmt.” Bijna alle vleeskuikenhouders voegen eigen tarwe toe aan het voer. Hanna: „Wij bewerken 225 hectare tarwe en voegen ongeveer 24 procent hele tarwe toe aan het voer.” In Finland is haver een belangrijk ingrediënt in voer. Mais wordt niet gebruikt, omdat die niet beschikbaar is. Hanna: „Enkele jaren geleden hebben wij, samen met een aantal belangstellenden, uit onvrede over de toenmalige situatie, de voerproductie zelf in handen genomen. Dit heeft ertoe geleid dat er nu, naast de twee particuliere voerfabrieken die pluimveevoer produceerden, ook een fabriek staat die voor 100 procent eigendom is van 28 pluimveehouders.” Deze pluimveehouders zijn gezamenlijk aandeelhouder in dit unieke voerfabriekproject (www.satarehu.fi). In november 2013 is de vierde voerfabriek gestart. De Finse vleeskuikenhouders zijn ge­focust op het eindgewicht. Via het voer, dat van constante kwaliteit moet zijn, proberen ze dat zo goed mogelijk te sturen. Als de groei te hard gaat om het gewenste eindgewicht te bereiken, voeren ze minder eiwit door verdunning met tarwe.

Goede technische resultaten

De gemiddelde daggroei is meer dan 65 gram per dag over de gehele voerfabriek en bij de andere voerfabrieken zelfs nog hoger. Satarehu kiest bewust voor een iets lagere groei, maar uit de rest van de cijfers blijkt dat het succesgetal (percentage kwalitatief goed aangeleverde kuikens op de slachterij) bij hen het hoogst is. Minder uitval (3,25%), dood aangevoerde kuikens (0,15%) en betere voetzolen. De vc is gemiddeld 1,64 bruto. Een deel van de goede technische resultaten is te verklaren door de biosecurity met bijbehorende gezondheidstatus, niet-uitladen en de lage pluimveedichtheid. Erik: „In Nederland moeten we veel enten. Dat is negatief voor de technische resultaten. Het is onze uitdaging de entingen goed uit te voeren.” De Finse daggroei is afgeremd (ondanks de gemiddelde groei van 65 gram per dag) omdat op de vooraf geplande afleverdatum de kuikens op het streef­gewicht moeten zijn. Een belangrijke factor in het Finse succes lijkt het Finse vleeskuikenvoer. Voer zonder bijproducten gemaakt met constante samenstelling.

Veel gegevens beschikbaar

Bart: „Zowel bij de kuikenhouders als de vermeerderingsbedrijven zijn enorm veel gegevens beschikbaar. Van zowel voerfabrikanten als pluimveehouders. Dat is gunstig voor de hele sector. We hebben een digitaal programma bekeken waarin van elk vermeerderingsbedrijf per stal de productie­gegevens per week worden bijgehouden. Dit programma is niet vrijblijvend. Naam voerfabriek, broederij en vermeerderingsbedrijf zijn zichtbaar. Een Finse vermeerderaar ontwikkelde het programma en nu werkt de hele Finse vermeerderingssector hiermee.” Een ander voorbeeld van transparantie is de unieke samenwerking in het gezamenlijk produceren van voer in de voerfabriek Satarehu, met als doel optimale productie op de primaire pluimveebedrijven. Bart: „Ook de onderlinge communicatie is goed: alle geledingen zijn vertegenwoordigd in de pluimveeorganisatie. De aanwezige kennis en kunde worden gezamenlijk gebruikt, wat de hele sector ten goede komt.” Gemiddeld draaien de Finse kuikenhouders zes rondes per jaar. Bart: „Ze verdienen nu 85 eurocent in 40 dagen. De stallen worden naar ons idee niet volop benut, maar dat is het Finse systeem.” Nog wat cijfers. De prijs voor een eendagskuiken is 40 cent. Een broedei levert €0,24 op, gemiddelde uitkomst: 83 procent. Kipfilet in de supermarkt kost €12 à €16 per kilo. Wat opvalt is de grote keuze in gemarineerde producten. Klaas-Jan: „Duur voor onze begrippen. In de supermarkt liggen allerlei producten, maar geen verschillende gradaties in dierenwelzijn zoals wij dat kennen met bijvoorbeeld scharrelvlees. De gangbare kuikenhouderij heeft het gewoon heel goed voor elkaar en daardoor weinig tot geen problemen met ngo’s.” Bart: „De Finnen zien bedreigingen van import uit buurlanden. Ze hebben forse voordelen: hun antibioticagebruik is 0 tegen 95 dierdagdoseringen per jaar in Duitsland. Wat dat betreft zit Nederland met 17,5 dierdagdoseringen het laatste half jaar beter.” Bart, Klaas-Jan en Erik onderstrepen het nut van dit bezoek. „Geweldig hoe we daar ontvangen zijn, zo gastvrij! Finland en Nederland zijn aparte markten en de situaties zijn verschillend. Kennis opdoen en delen, van elkaar leren en samen plezier maken zijn het belangrijkste.”

Monique van Loon-van Duijnhoven AgriContent

FINLAND

• 5.266.114 inwoners
• 338.145 km²
Vleespluimveeketen
• grootouderdieren vlees: 50.000
• 8 opfokbedrijven ouderdieren • 40 vermeerderingsbedrijven: 500.000 dieren
• 4 broederijen: 1,2 miljoen kuikens per week
• 190 vleeskuikenbedrijven: ­gemiddeld 53.000 vleeskuikens
• 3 slachterijen met verwerking: 60 miljoen slachtingen per jaar

Verdubbeling sinds toetreding tot EU

De Finse pluimveeproductie en pluimveeconsumptie zijn beide meer dan verdubbeld sinds Finland in 1995 toetrad tot de Europese Unie. Dit heeft in het Noord-Europese land geleid tot een moderne en vooruitstrevende sector. De consumptie van pluimveevlees was in 2012 17,0 kg per inwoner (22,3 kg in Nederland), een stijging van 4 procent ten opzichte van 2011. De productie steeg met 6 procent naar 99,3 miljoen kilo in 2012.

Monique van Loon

Of registreer je om te kunnen reageren.