Mechanisatie

Achtergrond 5288 x bekeken 1 reactie

Uit de schaduw van de trekkers

Zo groot als John Deere, Agco of CNH Global worden de gespecialiseerde bouwers van maaidorsers, aardappelrooiers of hakselaars voorlopig niet, maar ze groeien snel. Boeren eisen een steeds hoger niveau van innovatie en service en dus lijkt ook op deze markt schaalgrootte en marktverbreding steeds meer te tellen.

Het aantal Nederlandse boeren daalt, maar de arealen gras, graan, aardappelen en suikerbieten blijven goeddeels op peil. Het belang van goede mechanisatie neemt daardoor toe. In eerste instantie wordt hierdoor de trekkermarkt geraakt. Boeren kiezen voor steeds grotere, en zwaardere machines. De grootste en voor dealers meest aantrekkelijke markt is de trekkermarkt, in Nederland gedomineerd door merken als New Holland, John Deere en Fendt. De machines worden over de volle breedte van de sector ingezet.

Voor dealers is het trekkermerk vaak het uithangbord: de boer houdt van paardenkrachten. De grootste merken zijn afkomstig van een drietal bedrijven die miljardenomzetten draaien: John Deere (26 miljard dollar, 2011), CNH Global (19 miljard) en Agco (8,6 miljard).Na de steeds afglijdende verkopen in 2009 en 2010 is, nam het aantal afgeleverde machines in 2011 toe met 20 procent tot 3.397.

Het is een aantrekkelijke markt met nieuwprijzen tussen de 80.000 en 100.000 euro en een voor technisch hoogwaardige machines betrekkelijk korte economische levensduur van 7 tot 8 jaar. Bij andere landbouwmachines ligt de investeringssom vaak hoger maar is de levensduur langer. Er worden jaarlijks misschien 75 tot 100 aardappelrooiers verkocht, schat ING. Met maaidorsers wordt de 60 stuks niet of net gehaald en van hakselaars ligt de afzet niet veel hoger. Een hoge graanprijs kan de afzet van combines nog wel incidenteel naar 100 sturen. Net als bij trekkers geldt: de aantallen krimpen, maar de aanschafprijs en eisen gaan omhoog.

De  specialistische producenten van maaidorsers, aardappelrooiers, hakselaars en voermengwagens zijn met omzetten tussen de 50 en 250 miljoen euro klein. Ze zijn niet beursgenoteerd. Belangrijkste uitzondering is het Duitse Claas dat met een omzet van 3,3 miljard euro over 2011 wel bijzonder groot is. Het familiebedrijf uit Noordrijn-Westfalen verbreedde in 2003 haar activiteiten met de overname van trekkerbouwer Renault Agriculture. Claas is de nummer vier bouwer van landbouwmachines en werd in 2010 in het lexicon van Duitse wereldwijd toonaangevende concerns opgenomen, naast bedrijven als Volkswagen, Siemens en Bosch. De ambities van Claas zijn hoog. De Amerikaanse trekkergiganten kunnen alleen toekijken want over te nemen is Claas niet.
Bij de kleinere specialisten lijkt inmiddels een ware overnamestrijd losgebarsten, vanuit de gedachte dat de afzet te klein of gespecialiseerd is om voldoende technologische ontwikkeling voort te brengen of gewoonweg winst te maken. Dat begon misschien in alle ernst met de overname van de Amerikaanse firma Oxbo door Ploeger, een jaar geleden.
Ploeger  bouwt zelfrijdende oogstmachines bouwt voor erwten, bonen, spinazie, wortelen en aardappelen. Oxbo voert een assortiment met onder meer machines voor de oogst van suikermais, rozijnen, druiven, koffie, citrusvruchten, luzerne en gras.
Het totale pakket maakt de nieuwe Ploeger Oxbo Group tot ’s werelds grootste fabrikant van bijzondere oogstmachines. De aantallen zijn betrekkelijk klein en dus breidt men het aantal productgroepen uit.
Een tweede belangrijke overname volgde in de zomer van dit jaar. Nadat Peter Millenaar met een compagnon op spectaculaire wijze de suikerbieten- en spuitenspecialist Agrifac weer tot leven had gewekt, werd het Steenwijkse bedrijf verkocht aan de Franse Exel-groep, bekend van dezelfde productgroepen.
Exel betaalde 3 miljoen voor de onderneming plus schuld, een klein bedrag in vergelijk met de omzet over 2011: 38,5 miljoen euro. Exel en Agrifac wilden door samen te gaan budget voor R&D en marketing  samenbrengen. Agrifac was zelf te klein Europawijd groot te groeien, maar de ratio had deze keer niets met verbreding van activiteiten te maken. Sterker: Agrifac hield juist op met aardappelrooiers.
Posities vergroten op markten in het buitenland vergt ondersteuning van een grote partij op de achtergrond, die het merk in hun waarde laat, aldus Millenaar. Verbreding lijkt bij de meesten wél het devies. In augustus kocht Grimme het failliete Franz Kleine om een fullliner in bietentechniek te worden. Grimme had namelijk nog geen bietenmuizen en overlaadwagens in haar program. De Duitse fabrikant overwoog zelf dergelijke machines te gaan ontwikkelen, maar door de acquisitie van Kleine is dat niet meer nodig.
Het Zuid-Duitse familiebedrijf Ropa nam per 1 september WM-Kartoffeltechnik over van de Haller Gruppe. Ropa koopt het gehele bedrijf, inclusief fabriek, dealernetwerk en service-steunpunten.  Tot nu toe bouwde Ropa alleen machines voor de oogst en verwerking van bieten maar met WM-Kartoffeltechnik krijgt Ropa de tweede Duitse speler in aardappeltechniek in handen. Voor de Nederlandse boer betekent de overnameslag minder keuze maar, zo beloven de producenten, uiteindelijk meer en betere producten.

Eén reactie

  • MichaelPeeters

    Maaidorsers??
    Is ongeveer de meest verkochte machine naast trekkers, grondbewerking en zaaitechniek..., maar er is niet én gespecialiseerde bouwer van maaidorsers met enig gewicht op de markt over, allemaal eigendom van de grote vier.
    Dat er in NL weinig maaidorsers verkocht worden ligt aan het verwaarloosbare areaal aan graan, maar wereldwijd ligt deze verhouding totaal anders. Als men de wereldmarkt voor machines gaat spiegelen aan de NL markt, dan heb je een mooi, maar vertekend beeld...

Of registreer je om te kunnen reageren.