Mechanisatie

Achtergrond 151 x bekeken 1 reactie

Geniepige beestjes

Aaltjes en bacteriën knagen aan De nog immer sterke, Nederlandse pootgoedteelt.

Pootgoedtelers, maar nog meer de pootgoedhandelshuizen, maken zich al decennia lang zorgen over de concurrentiekracht van onze pootgoedteelt. Eerst zouden de Fransen met onze nationale succesteelt aan de haal gaan. Dan waren het weer de Schotten, de Ieren en de Russen. In deze eeuw worden de Chinezen gezien als potentiële, goedkope kopieerders van ons nationaal pootgoed.

Tot op heden heeft de pootgoedteelt zich echter nauwelijks kunnen vermeerderen in de maagdelijke gronden van de lagelonenlanden. Vooralsnog behoudt Nederland zijn grote voorsprong, zo blijkt na een grondige inventarisatie in deze Editie Akkerbouw. Er is voor een succesvolle pootgoedteelt kennelijk meer nodig dan goedkope arbeiders en een frisse zeewind over een vruchtbare bodem.

Vakmanschap en liefde voor de teelt maken volgens mij het verschil. Het knutselen aan aardappelen zit al generaties lang in ons bloed. Daarmee creëren wij voortdurend nieuwe aardappelrassen, die overal ter wereld kunnen gedijen. Een geoliede handel, logistiek, keuring en certificering maken het af.

Maar dat houdt niet in dat Nederlandse pootgoedtelers achterover kunnen leunen. De kwaliteit – waar het toch echt om draait bij de dure pootaardappel uit Holland – staat wel degelijk onder druk. De pootgoedsector is zich hier gelukkig ook van bewust.

De manier waarop het grillige bacterieziek wordt ingedamd in het Deltaplan Erwinia, is een sterk staaltje van samenwerking binnen de polders. Deze open, sectorbrede aanpak is op meer fronten hard nodig.

Zo moeten telers, handelshuizen en onderzoekers ook de handen ineenslaan voor de beheersing van de quarantaine-aaltjes Meloidogyne chitwoodi. Vooralsnog steken alle betrokkenen hun kop in het zand voor het geniepige beestje. Bacterieziek is meestal van tijdelijke aard, met een chitwoodi-besmetting krijgt een pootgoedteler levenslang.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Han

    Geert Hekkert dat de aaltjes en erwinia bacterie een grote uitdaging zijn voor de pootgoedteelt is duidelijk. Ik denk dat de concurentie in de sector uit de hoek van de Miniknollen komt. Indien de teelt met miiniknollen als uitgang goed wordt uitgevoerd is de onbrengst aan pootgoed van S 1 kwaliteit net zo hoog als onze opbrengst aan gebruiks pootgoed (E of A). De productie kosten voor deze G1 is niet of nauwelijks hoger dan de prijs van onze SE of E na import in landen als India, Zuid Afrika etc. Als de Nederlandse pootgoed sector de Erwinia de baas wordt zal in de gebieden rond de Stille Oceaan weinig of geen handel komen.

Of registreer je om te kunnen reageren.