Home

Nieuws 3046 x bekeken

‘Ministerie niet buiten boekje in mestzaak’

De staatssecretaris kan zonder tussenkomst van de officier van justitie een boete opleggen.

De bestuurlijke boete voor een overtreding van de Meststoffenwet kan overeind blijven, ook al heeft het ministerie van het specifieke strafbare feit geen melding gemaakt bij de officier van justitie. Dat oordeelt advocaat-generaal L. Keus in een zogenoemde grote kamerzaak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb).

Overleg met officier van justitie

De conclusie van de advocaat-generaal geldt als een belangrijk advies voor de uiteindelijke uitspraak. In de zaak had de advocaat van een ondernemer betoogd dat de staatssecretaris geen recht had een bestuurlijke boete op te leggen, omdat hij niet had voldaan aan de wettelijke verplichting om met de officier van justitie te overleggen of dat in dit geval kon.

Boete van ruim een ton

De advocaat-generaal zegt dat de wet toelaat dat de staatssecretaris – zonder de officier van justitie te informeren – zelf een boete oplegt. Het ging om boetes van in totaal € 102.367 (verminderd tot € 45.000) voor de overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen, overschrijding van de stikstofgebruiksnorm en een overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm.

De uitspraak in deze zaak wordt later gedaan door de grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De conclusie van de advocaat-generaal geeft voorlichting aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, maar bindt het College niet.

Wie zitten er in de grote kamer?

Sinds 1 januari 2013 bestaat voor de hoogste bestuursrechters de mogelijkheid om te verwijzen naar de grote kamer met het oog op de bevordering van de rechtsontwikkeling en de rechtseenheid. De grote kamer bestaat uit vijf leden. Raadsheren van het College van Beroep voor het bedrijfsleven, de Centrale Raad van Beroep en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, hebben zitting in de grote kamer.

Of registreer je om te kunnen reageren.