Home

Nieuws 1174 x bekeken 2 reacties

Gruttopopulatie in balans in Zuidwest-Friesland

De populatie grutto’s is in het belangrijke leefgebied Zuidwest-Friesland ongeveer stabiel, na jaren van achteruitgang. Dat en meer blijkt uit resultaten van langjarig, grootschalig veldonderzoek onder leiding van Theunis Piersma.

Nergens worden grutto’s zo gekoesterd als in de Zuidwesthoek van Friesland. Door de inzet van een heel leger onderzoekers, vrijwilligers en boeren zijn in een gebied van 11.500 hectare zo’n beetje alle grutto’s individueel bekend. Ze hebben aan elke poot vier bandjes in verschillende kleuren. Sommige hebben zelfs een zendertje, zodat ze live te volgen zijn als ze op trek zijn naar Spanje of Afrika. Bekendste grutto is Amalia, die in maart met feestgedruis werd ontvangen toen ze op haar stek terugkeerde.

Grote verschillen in broed- en trekgedrag

Het onderzoek is in 2007 begonnen, heeft al € 6,5 miljoen gekost en is alleen maar uitgebreid. Het heeft dan ook een schat aan informatie opgeleverd. Zo weten we nu dat er grote verschillen zijn in broed- en trekgedrag. Sommige grutto’s gaan niet verder dan Spanje, andere helemaal naar Senegal. De onderzoekers brengen nauwkeurig in kaart wanneer en waar de dieren broeden en wat hun broedsucces is. De afgelopen jaren werden 7.865 nesten gevolgd en 23.685 eieren gemeten. Vorig jaar zijn zelfs grutto-eieren in een broedmachine uitgebroed. Doel: onderzoeken of jonge dieren zelf nieuwe broedgebieden zoeken.

Van de eieren in het veld komt ongeveer de helft uit. Daarbij is er een verschil tussen intensief en extensief grasland (42 versus 56%), maar dat is niet heel groot. Van de kuikens overleeft het merendeel niet. Dat is normaal. Daar zijn wel grote verschillen. De kans dat een kuiken op extensief beheerd grasland overleeft, is twee keer zo groot als op intensief beheerd land. Daar zijn verschillende oorzaken voor; van vroeg maaien tot makkelijker toegang voor roofdieren, aldus Piersma. Opmerkelijk is dat grutto’s soms erg laat zijn met broeden. 41% van de jongen kon nog niet vliegen op ‘bijltjesdag’ 15 juni, de dag waarop het maaiseizoen begint in weilanden met (zwaar) beheer.

In de Friese Zuidwesthoek zijn veel initiatieven op het gebied van weidevogelbeheer. Het is een kraamkamer voor de natuurinclusieve landbouw – landbouw waarbij gebruik wordt gemaakt van de natuur. Een aantal enthousiaste boeren is hiermee bezig, maar er is ook scepsis in de regio. ‘Gangbare boeren’ zijn bang voor beperkende maatregelen, als ze zich te veel op de weidevogels toeleggen.

Ondanks mooie voornemens op het gebied van natuurinclusieve landbouw, blijkt er wel degelijk een spanningsveld tussen productielandbouw en weidevogelvriendelijker landbouw. Het onderzoek wijst uit dat extensief beboerde percelen met kruidenrijk grasland een ‘overschot’ aan grutto’s laten zien. De populatie zou daar kunnen groeien. Maar in het intensief beboerde deel van het onderzoeksgebied loopt de populatie nog steeds zo sterk terug, dat op den duur de grutto daar zou uitsterven – als er geen aanwas zou zijn vanuit andere percelen.

De oorzaken zijn dezelfde als elders: egalisering, verdroging, minder kruidenrijk grasland, intensiever en vroeger maaien en predatoren.

Aanwezigheid van insecten

Een belangrijke factor in de overlevingskans van jonge vogels is de aanwezigheid van insecten. Die is de laatste jaren minder geworden. Volgens Piersma heeft dit mogelijk te maken met maisteelt en wisselteelt met akkerbouwgewassen zoals tulpen. Die brengen bestrijdingsmiddelen met zich mee zoals neonicotinoïden. Net als zijn hypothese over de rol van mestinjectie, is ook deze eentje om te onderzoeken.

Piersma: mestinjectie mogelijk slecht voor grutto

Mestinjectie is mogelijk een van de factoren waardoor weidevogels zoals de grutto het moeilijk hebben. Dat zei Piersma op een bijeenkomst dinsdagavond in Workum.

De sleuven die de mestinjecteur maakt, leiden tot uitdroging van de zode, aldus Piersma. Een vochtige bovenlaag is van groot belang voor regenwormen, het belangrijkste voedsel voor grutto’s.

Andere samenstelling van wormenpopulatie

Sluitend bewijs voor de theorie is er nog niet. Wel blijkt uit onderzoek dat in geïnjecteerd grasland de wormenpopulatie anders van samenstelling is dan in percelen waar bijvoorbeeld vaste mest is toegediend. De rol van mestinjectie en bodemkwaliteit is een van de speerpunten in het vervolg van het grutto-onderzoek.

Piersma werd dinsdagavond in Workum benoemd tot Ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw, voor zijn onderzoek dat internationaal als toonaangevend wordt gezien.

Laatste reacties

  • frl

    Heb de put al leeg heb dit voorjaar alle drijfmest/gier in 1 keer laten uitrijden hoef ik in de zomer niet in mijn grond te laten snijden (waardeloos).

  • Mfb

    Hoeveel is err aan de strijkstok blijven hangen van die 6,5 miljoen euro. Daar zou heel wat natuurbeheer van vergoed kunnen worden wat nu opgeheven is....

Of registreer je om te kunnen reageren.