Home

Nieuws 709 x bekeken

‘EU-steun niet eenzijdig afbouwen’

Als de inkomenssteun in de Europese Unie na 2020 wordt afgebouwd, moet dat geleidelijk gaan en in héél Europa. Een gelijk speelveld voor agrarische ondernemers moet behouden blijven.

Dat stelt staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken).

De staatssecretaris gaat in op schriftelijke vragen van verschillende fracties uit de Tweede Kamer. Aanleiding voor de vragen waren de concept-antwoorden die Van Dam heeft gegeven op de consultatie van de Europese Commissie over het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2020.

Inkomen uit de markt halen

De Europese Commissie biedt tot 2 mei de mogelijkheid om via een consultatie inbreng te geven op veranderingen in het landbouwbeleid. Nederland maakt als lidstaat ook gebruik van die mogelijkheid.

In de consultatie geeft Van Dam aan dat hij de inkomenssteun wil verminderen. Het beschikbare budget – dat afneemt door onder andere Brexit – moet meer worden ingezet om boeren te betalen voor maatschappelijke diensten. Van Dam gaat ervan uit dat in elk geval in Nederland de boeren genoeg op de markt kunnen verdienen, zonder Europese inkomenssteun. Een sociaal vangnet is wat hem betreft geen Europese, maar een nationale bevoegdheid. “Het nieuwe GLB dat mij voor ogen staat”, aldus Van Dam, “biedt onverminderd een redelijke levensstandaard aan landbouwers en zorgt voor een florerende landbouwsector. Alleen niet langer door directe inkomenssteun maar door versterking van de marktoriëntatie, waardoor landbouwers hun inkomen primair uit de markt halen, en door betaling voor maatschappelijke diensten die niet door de markt vergoed worden.”

Als het aan Martijn van Dam ligt halen boeren hun inkomen straks primair uit de markt en door betaling voor maatschappelijke diensten die niet door de markt vergoed worden. - Foto: Mark Pasveer
Als het aan Martijn van Dam ligt halen boeren hun inkomen straks primair uit de markt en door betaling voor maatschappelijke diensten die niet door de markt vergoed worden. - Foto: Mark Pasveer

Voor 2022 geen verandering

Het nieuwe landbouwbeleid moet in de komende jaren worden vastgesteld. Het volgende kabinet zal de Nederlandse inzet daarbij moeten bepalen. De Europese Commissie komt naar verwachting eind dit jaar met een eerste gedachtebepaling over het landbouwbeleid na 2020. Daarna moeten de lidstaten het het Europees parlement daarover een standpunt innemen. De verwachting is dat wel tot 2022 kan duren eer er daadwerkelijk een verandering van het beleid is, en dan is nog de vraag of er veel gaat veranderen.

Of registreer je om te kunnen reageren.