Home

Nieuws 18877 x bekeken 20 reactieslaatste update:18 feb 2017

Boventallige koe in fosfaatreductieplan kost € 240

Melkveehouders die te veel koeien houden volgens het fosfaatreductieplan moeten hiervoor maandelijks € 240 per dier dat te veel wordt gehouden betalen.

Dit bericht is geüpdatet op 18 februari.

Dat staat in de ministeriële regeling die vrijdag 17 februari in de Staatscourant is gepubliceerd.
Het bedrag komt voor een koe met een jaarproductie van 9.600 kilo melk overeen met € 0,30 per kilo melk. De heffing geldt ook voor rundveehouders met dieren bestemd voor de melkveehouderij, maar die geen melk leveren.

Reductie in periodes van twee maanden

Bedrijven die voldoende dieren afvoeren volgens het fosfaatreductieplan, hoeven deze heffing niet te betalen. Als bedrijven al op het niveau van hun referentie zitten, geldt geen heffing. Bedrijven die wel aan hun maandelijkse reductiedoelstelling voldoen, maar nog wel meer dieren hebben dan hun referentie, moeten een solidariteitsheffing betalen voor de nog te veel gehouden dieren. Deze bedraagt € 56 per GVE per maand, ofwel € 0,07 per kilo melk.
Het fosfaatreductieplan gaat per 1 maart in. In vijf periodes van twee maanden moeten melkveehouders hun veestapel terugbrengen naar het niveau op 2 juli 2015 of 2 juli 2015 minus 4% voor niet-grondgebonden bedrijven.

Zuivel int de heffing

In de eerste periode maart-april is het verminderingspercentage 5, in mei-juni loopt dit op naar 10%. In de derde periode (juli-augustus) wordt de vermindering vastgesteld op maximaal 20%, afhankelijk van het resultaat van de eerdere rondes. In de vierde en vijfde ronde kan dit percentage oplopen tot maximaal 40.

De krimp wordt berekend op basis van het aantal geregistreerde GVE’s op 1 oktober 2016, gebaseerd op de I&R-registratie. Reduceren van de veestapel kan door afvoer voor slacht, export of afvoer naar een ander bedrijf, waar ze dan voor dat bedrijf meetellen voor het maandgemiddelde. Melkkoeien tellen in de regeling voor 1 GVE per dier, kalveren 0,23 GVE en pinken 0,53 GVE. Alle GVE’s die sinds 1 oktober 2016 zijn aangevoerd, moeten sowieso worden afgevoerd van het bedrijf.

De heffingen voor melkleverende bedrijven worden via de zuivelbedrijven geïnd, voor andere rundveebedrijven gaat dit via RVO.nl.

Reduceren van de veestapel kan door afvoer voor slacht, export of afvoer naar een ander bedrijf, waar ze dan voor dat bedrijf meetellen voor het maandgemiddelde. - Foto: Mark Pasveer
Reduceren van de veestapel kan door afvoer voor slacht, export of afvoer naar een ander bedrijf, waar ze dan voor dat bedrijf meetellen voor het maandgemiddelde. - Foto: Mark Pasveer

Ook voor niet-melkleverende bedrijven

De regeling geldt ook voor niet-melkleverende bedrijven met rundvee. Voor deze bedrijven wordt gekeken naar het aantal vrouwelijke geregistreerde GVE’s op 15 december 2016 in plaats van op 1 oktober. Toen werd pas formeel duidelijk dat de regeling ook voor deze bedrijven geldt. Hiermee geldt de regeling ook voor jongveeopfokbedrijven en vleesveebedrijven.

Vleesveebedrijven die sinds 15 december 2016 niet meer dan twee vrouwelijke dieren hebben aangevoerd, worden vrijgesteld van het fosfaatreductieplan. Net als bedrijven met minder dan 5 GVE aan vrouwelijke dieren. Hiermee worden vleesveebedrijven met een gesloten bedrijfsvoering en stierenmesters ontzien van de fosfaatreductie. Ook vleeskalverbedrijven zijn vrijgesteld van het plan. De norm is zodanig opgesteld dat voorkomen wordt dat vleesveebedrijven als onderdaklocatie gaan fungeren voor melkveebedrijven die dieren moeten afvoeren.

Heffing niet-melkleverende bedrijven per twee maanden

Anders dan bij melkleverende bedrijven wordt de regeling voor niet-melkleverende bedrijven door RVO.nl uitgevoerd. Hierbij wordt in plaats van per maand per twee maanden gekeken, waardoor de heffing per overtallige GVE € 480 bedraagt per twee maanden. Bij de melkproducerende bedrijven wordt gekeken naar ‘het aantal runderen dat aanwezig is in de desbetreffende maand’ en bij de niet-melkproducerende bedrijven naar het gemiddeld aantal runderen dat aanwezig is in de tweede maand van de desbetreffende periode.

Niet-melkleverende bedrijven vallen ook onder de regeling. Wel zijn vleesveebedrijven die sinds 15 december 2016 niet meer dan twee vrouwelijke dieren hebben aangevoerd of minder dan 5 koeien hebben, vrijgesteld van het fosfaatreductieplan. - Foto: Mark Pasveer.
Niet-melkleverende bedrijven vallen ook onder de regeling. Wel zijn vleesveebedrijven die sinds 15 december 2016 niet meer dan twee vrouwelijke dieren hebben aangevoerd of minder dan 5 koeien hebben, vrijgesteld van het fosfaatreductieplan. - Foto: Mark Pasveer.

April dubbele heffing

Voor de maand maart worden nog geen heffingen berekend, daarvoor in de plaats wordt in april een dubbele heffing geheven van € 480 per boventallig dier bij bedrijven die minder dieren afvoeren dan hun doelstelling of een solidariteitsheffing van € 112 per boventallige GVE voor bedrijven die wel aan de reductiedoelstelling voldoen, maar nog niet op de toegestane uiteindelijke omvang van de veestapel zijn. “Dit is een praktische overweging geweest, omdat er nog best veel geregeld moet worden”, legt LTO-beleidsadviseur Wiebren van Stralen uit. Uitvoerder ZuivelNL zal eind maart wel een overzicht naar melkveehouders sturen met daarin de heffingen die gelden bij de veestapel zoals ze die op dat moment hebben.

Bonus

Melkveebedrijven die meer vee afvoeren dan ze volgens de regeling moeten, ontvangen een bonus per koe per maand die extra wordt afgevoerd. Hierbij geldt maximum tot 10% onder het referentieaantal. De hoogte van de bonus bedraagt in periode 1 tot en met 3 maximaal € 60 per GVE per maand en in periode 4 en 5 maximaal € 150 per GVE per maand.

Dit bedrag kan naar beneden worden bijgesteld als er niet genoeg geld is binnengekomen uit de betaalde heffingen. Stoppers vallen vanaf het moment dat ze geen melk meer leveren niet meer onder het bonussysteem. Bedrijven die geen melk leveren, komen niet in aanmerking voor de bonusregeling.

Correctie voor uitgeschaard vee

Bedrijven die kunnen aantonen dat ze op 2 juli 2015 dieren hadden uitgeschaard, kunnen verzoek doen om hun referentie aan te passen. De dieren moeten dan wel in 2015 zijn afgevoerd en weer aangevoerd op het bedrijf én de inschaarder moet akkoord zijn met het overdragen van de fosfaatreferentie.

Grondgebondenheid

De norm die geldt voor grondgebonden bedrijven in het fosfaatreductieplan komt zoveel mogelijk overeen met die in het fosfaatrechtenstelsel, al wordt deze nu gebaseerd op cijfers uit het I&R-systeem. Een grondgebonden bedrijf is een bedrijf waarvan de productie van dierlijke meststoffen door runderen in kilo’s fosfaat in het kalenderjaar 2015, verminderd met de fosfaatruimte in dat jaar, negatief of nul is. Daarbij wordt uitgegaan van een excretieforfait van 9,6 kilo fosfaat voor een vrouwelijk rund van 0 tot 1 jaar, 21,9 kilo fosfaat voor een vrouwelijk rund van 1 jaar of ouder dat niet heeft gekalfd en 41,3 kilo fosfaat voor een rund dat ten minste eenmaal heeft gekalfd. De tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is het areaal zoals die blijkt uit de gegevens opgegeven via de Regeling landbouwtelling en de Gecombineerde opgave 2015.

De heffingen voor melkleverende bedrijven worden via de zuivelbedrijven geïnd, voor andere rundveebedrijven gaat dit via RVO.nl. Bezwaar maken moet bij het Ministerie van EZ. - Foto: Mark Pasveer
De heffingen voor melkleverende bedrijven worden via de zuivelbedrijven geïnd, voor andere rundveebedrijven gaat dit via RVO.nl. Bezwaar maken moet bij het Ministerie van EZ. - Foto: Mark Pasveer

Knelgevallen

Bedrijven die door ziekte, overlijden, dierziekten, bouw of schade aan de stal minder dieren hadden dan onder normale omstandigheden, kunnen bij RVO.nl aanpassing van het referentieaantal aanvragen. Dit kan alleen als er minimaal 5% minder dieren aanwezig waren dan normaal.

Bezwaren

Als boeren bezwaar willen maken, moeten ze een bezwaar indienen bij de staatssecretaris van Economische Zaken. Hij is verantwoordelijk voor de regeling. “Wel zullen er nog afspraken gemaakt worden met RVO.nl en de zuivelsector dat zij rondom de afhandeling van bezwaren namens de staatssecretaris beslissingen kunnen gaan nemen. Bij beslissingen tot opleggen van een geldsom zal altijd worden vermeld waar een bezwaar feitelijk moet worden ingediend”, laat een woordvoerder van het ministerie desgevraagd weten. Het innen van de heffingen gebeurt formeel door de staatssecretaris, ook al zal deze feitelijk door de zuivelfabrieken worden uitgevoerd.

Lees alles over het fosfaatreductieplan in het dossier.

Laatste reacties

  • Nick1983

    Hebben jullie hier al een rekenprogramma voor?

  • buitenok

    lekker is als niet melkende boer 1 december 2016 vaarzen verkocht en 30 december kalveren terug gekocht................wat nu op 15 december had ik niks

  • alco1

    Onze beleidsmakers kunnen niet "Out of the Box" denken.

  • Robert.

    Tellen Regionale kringlopen nu mee voor de grond gebondenheid?

  • haj146

    Snapt u het nog?..... Wat een bende hebben we er toch van. Helemaal niet in verdiepen, krijg je zere kop van

  • arendsoog

    Duidelijk.............................toch

  • Het lijkt mij duidelijke zaak het gaat lukken die 300.000 koeien minder er gaan geruchten als het niet lukt en de boer betaald het gewoon tot 31 dec ze alsnog de doelstelling
    om derogatie te behouden niet halen en dan geld gewoon de forfataire norm en dat
    Is 1.5 gve /ha

  • yongone

    2.6 ct. per liter ???

  • herijgers-naalden

    Ik stel voor dat degene die werkelijk met de stopperregeling mee willen doen zich op 20 feb aanmelden en dat de rest van de boeren dit vanaf 25 feb ook maar doen.

  • kaspergeertje

    Waar komt de referentiedatum van 16 december voor jongveeopfokbedrijven vandaan?

  • kaspergeertje

    15 december 2016 bedoel ik.

  • 0064376

    De afbraak van de sector is begonnen..

  • Het innen van de heffing gebeurt formeel door de staatsecretaris maar feitelijk door de zuivelfabriek??? Dat is bijzonder

  • hookwood

    Zo bijzonder is dat niet want de superheffing liep ook via de melkafrekening.

  • koeien1000

    Koe, stier, kalf ze hebben allemaal fosfaat waarom alleen melkveebedrijven

  • kiepel

    Word je in de maand maart nog niet bestraft? Of geldt eind april de boete over gemiddelde GVE in april EN maart?

  • schooteind1

    jongveeopfokbedrijven hebben al een fosfaatreferentie van 2 juli 2015. Dat ze nu weer een nieuwe referentie krijgen van 15 dec. 2016 moet wel een vergissing zijn.
    Deze referentiedatum is niet bedoeld voor code 100, 101 en 102, maar voor vleesveebedrijven. De situatie van zoals beschreven in een vorige reactie van "buitenok" is natuurlijk van de zotte. Ambtenaren hebben hier steken laten vallen, dit MOET hersteld worden. Ik denk anders dat de rechter hier heel gauw klaar mee zal zijn...maar goed, zo ver moeten we het niet laten komen.

  • 344412

    Ik neem aan dat iedereen terug kan vallen op 2 juli 2015, 15 december 2016 is er juist ingefietst om jongvee en vleesvee tegemoet te komen. Als een zoogkoeienhouder niks koopt, maar er kalft vanalles af, hoeft hij toch niks te doen, mag alle aanwas gewoon laten lopen. Een melkveehouder niet.

  • schooteind1

    Iedereen met een fosfaatreferentie van 2 juli 2015 zou hier inderdaad op terug moeten kunnen valllen, maar zo staat het wel niet in de staatscourant. Daarom zeg ik dat hier een fout is gemaakt. Er zijn nu jongveeopfokkers met wel een referentie van 2 juli 2015 en die over 10 dagen toch geen vee mogen houden.

  • koestal

    Hier komen ontzetten veel problemen en misverstanden van,deze wet is een gedrocht

Laad alle reacties (16)

Of registreer je om te kunnen reageren.