Home

Nieuws 2004 x bekeken

Lagere fosfaatnorm melkgeit en enkele mestsoorten

Lagere fosfaatproductie van melkgeiten en voor meerdere mestsoorten aanpassing forfaitaire gehaltes.

De fosfaatproductie van melkgeiten wordt vanaf 1 januari 2018 verlaagd naar 4,3 kilo fosfaat per jaar. In de huidige tabellen voor de mestproductie per dier is dat nog 4,7 kilo. Ook worden vanaf 1 januari voor meerdere mestsoorten de forfaitaire gehaltes stikstof en fosfaat aangepast. Dat blijkt uit een voorgenomen aanpassing van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (URM). Over de voorgenomen wijzigingen is de inspraak periode geopend, zienswijzen kunnen ingediend worden tot en met 22 december 2017.

Normen voor mestboekhouding

Dee URM is de juridische basis voor de tabellen die veehouders moeten gebruiken voor hun mestboekhouding. De aanpassingen zijn gebaseerd op adviezen van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM). Voor de fosfaatproductie van melkgeiten is dat gebeurd na signalen uit de geitensector zelf en uit de voerindustrie. Het fosforgehalte in het geitenvoer is duidelijk lager geworden en daardoor is een lagere norm voor de fosfaatuitstoot per dier gerechtvaardigd volgens de toelichting.

Norm biologische melkgeiten blijft hetzelfde

De aanpassing naar 4,3 kilo fosfaat is nog een ambtshalve verlaging en wordt bij een volgende aanpassingsronde definitief vastgesteld. Voor biologische melkgeiten op bedrijven die volgens Skal zijn gecertificeerd blijft de norm 4,1 kilo fosfaat per dier.

Forfaitaire gehaltes stikstof en fosfaat

In de aangepaste URM zijn voor meerdere mestsoorten de forfaitaire gehaltes stikstof en fosfaat aangepast. Dat is voor het laatst in 2014 gebeurd. De aanpassingen zijn gebaseerd op gegevens uit mesttransporten die zijn geregistreerd bij RVO.nl.

  • In vaste rundveemest met mestcode 10 worden de gehaltes per ton verlaagd naar 6,5 kilo stikstof (nu is dat 7,7) en 3,2 kilo fosfaat (4,3 in 2017).
  • De gehaltes in runderdrijfmest (mestcode 14) blijven 4,0 kilo stikstof en 1,5 kilo fosfaat.
  • In kippenmest van mestbanden (mestcode 32) worden de nieuwe gehaltes 26,0 voor stikstof en 20,9 voor fosfaat (nu nog 28,4 en 23,0).
  • Vleeskuikenmest (code 39) gaat naar 31,3 voor stikstof en 15,4 voor fosfaat (nu respectievelijk 34,1 en 16,6).
  • Vaste mest van varkens gaat naar 8,1 kilo stikstof en 8,0 kilo fosfaat, nu is dat nog respectievelijk 13,9 en 13,6.
  • Drijfmest van vleesvarkens bevat volgens de tabel 6,4 kilo stikstof en 3,8 kilo fosfaat, nu is dat respectievelijk 7,0 en 3,9 kilo per ton.
  • Champost gaat naar 7,0 kilo stikstof en 3,9 kilo fosfaat, dat is een kleine verlaging ten opzichte van de huidige 7,1 en 4,1 kilo.

Ruwvoer en enkelvoudig diervoer

Verder zijn de forfaitaire opbrengsten en mineralengehalten in ruwvoer en enkelvoudig diervoer geactualiseerd op basis van een advies door de CDM. Dat is ook voor deze categorie voor het laatst in 2014 gebeurd. Bij snijmais gaat de opbrengst per hectare licht omhoog naar 16,1 ton drogestof. Met iets minder stikstof (11,3 kilo) en iets meer fosfaat (4,5 kilo) per ton drogestof.

Of registreer je om te kunnen reageren.